Nieuw onderzoek wijst uit dat inslagen die miljoenen jaren geleden op de maan plaatsvonden, samenvallen met enkele van de grootste inslagen op aarde, waaronder de inslag die de dino’s de kop kostte.

Dat is te lezen in het blad Science Advances. De onderzoekers baseren hun conclusie op een analyse van maangrond. Deze grond is tijdens de Chinese maanmissie Chang’e 5 verzameld en in december 2020 op aarde afgeleverd. Tijdens hun analyse richtten de wetenschappers zich op microscopisch kleine glaskraaltjes in de maangrond die tot wel 2 miljard jaar oud waren. Deze glazen kraaltjes getuigen van inslagen, zo legt onderzoeker Tao Long uit. “Tijdens een inslag kan een deel van het ingeslagen gesteente smelten. Een deel van dat gesmolten gesteente wordt als kleine druppeltjes weggeslingerd. Die druppeltjes worden dan hard en vallen terug naar het oppervlak, waar ze zich geleidelijk aan – met elke nieuwe inslag – verder ophopen in de maangrond.”

Datering
Long en collega’s hebben de glazen kraaltjes die ze in de maangrond aantroffen nu gedateerd. “De meeste van deze glazen kraaltjes bevatten kleine hoeveelheden U (uranium, red.) die radioactief zijn en vervallen in Pb (lood, red.). Alle materialen die U bevatten, kunnen aan de hand van dat verval gedateerd worden. We noemen dat uranium-looddatering en deze aanpak kan toegepast worden op een breed scala aan mineralen en gesteenten, waaronder ook maanglas.”

Chicxulub
En de datering van die microscopisch kleine glazen kraaltjes levert een opmerkelijke conclusie op. Sommige van de glazen kraaltjes blijken namelijk net zo oud te zijn als grote inslagkraters die op aarde zijn teruggevonden, waaronder ook de beruchte Chicxulub-krater. Deze krater bevindt zich onder het hedendaagse Yucatán en is zo’n 66 miljoen jaar geleden ontstaan doordat een grote ruimtesteen op aarde insloeg. De inslag valt samen met een massa-extinctie en wordt verantwoordelijk gehouden voor het uitsterven van zo’n 75 procent van de planten- en diersoorten op aarde, waaronder de dinosaurussen.

Het hint erop dat de ruimtesteen die 66 miljoen jaar geleden op aarde insloeg, niet alleen was, maar vergezeld werd door andere ruimtestenen, waarvan een aantal op de maan klapte. “Afgaand op wat we tot op heden weten, is het meest aannemelijke scenario dat er perioden zijn geweest waarin het aantal inslagen in het binnenste van ons zonnestelsel – om nog onbekende redenen – toenam,” aldus Long. “Planetoïden begonnen in groepen op te dagen en op verschillende hemellichamen in te slaan. 66 miljoen jaar geleden is dat waarschijnlijk ook gebeurd en Chicxulub was één van de vele planetoïden binnen een veel grotere groep planetoïden die verschillende hemellichamen raakten.”

In de maangrond waarop Chang’e 5 ons trakteerde, zijn dus al verschillende sporen van inslagen aangetroffen die samenvielen met inslagen op aarde. Maar elders op de maan wachten ongetwijfeld nog meer stille getuigen van dergelijke synchrone inslagen op ontdekking. De onderzoekers pleiten dan ook voor nader onderzoek naar maangrond die op een andere plaats op onze natuurlijke satelliet is vergaard en een verdere analyse en vooral datering van ons bekende maankraters. “Zo kunnen we andere belangrijke inslagen ontdekken die weer meer inzicht geven in welke inslagen het leven op aarde beïnvloed hebben,” stelt onderzoeker Katharina Miljkovic.

Toekomst
Het onderzoek is niet alleen relevant voor een beter begrip van het verleden, maar kan ook implicaties hebben voor de toekomst. Uiteindelijk hopen de onderzoekers middels hun studie namelijk vooral grip te krijgen op de drijvende krachten achter de grote – en blijkbaar multiplanetaire – inslagen die ook de aarde in het verleden troffen. En dat is weer belangrijk als je grip wilt krijgen op de kans dat de aarde in de toekomst opnieuw door een grote ruimtesteen wordt bedreigd. Die kans wordt namelijk sterk beïnvloed door de nu nog onbekende reden(en) voor de plotselinge toename van inslagen die we in de geschiedenis ontwaren. “Normaal gesproken volgen planetoïden in de planetoïdengordel en daarbuiten een vrij voorspelbare baan,” legt Long uit. “Maar het lijkt erop dat er perioden zijn waarin deze banen gedestabiliseerd raken en sommige planetoïden van koers veranderen en de aarde, de maan en andere planeten raken. Dat is de gemakkelijkste verklaring voor de toename in het aantal inslagen dat we in sommige perioden zien. Maar waarom die destabilisatie plaatsvindt, weten we niet echt. Er zijn verschillende mogelijkheden. Zo weten we dat er perioden zijn waarin de grote planeten in ons zonnestelsel op één lijn komen te staan.” En dat kan voor onrust zorgen in de planetoïdengordel. “Waardoor sommige planetoïden een ongebruikelijk baan gaan volgen.” Maar er zijn meer mogelijkheden. “We weten ook dat het zonnestelsel door het sterrenstelsel reist en daarbij periodiek ook door de ‘armen’ van de Melkweg beweegt, waar zich de meeste sterren bevinden. Ook dat kan voor instabiliteit zorgen in het zonnestelsel. Maar de reden kan ook een stuk trivialer zijn; twee planetoïden die botsen in de planetoïdengordel en afwijken van hun banen, weer op andere ruimtestenen klappen en zo een kettingreactie veroorzaken. En misschien is de werkelijke reden wel iets wat we nu nog niet eens overwegen. De eerste twee mogelijkheden (planeten die op één lijn staan en het zonnestelsel dat door de armen van de Melkweg reist, red.) zijn vrij voorspelbaar. Als dat de oorzaken zijn, is er geen directe dreiging. Al die gebeurtenissen zijn namelijk miljoenen of zelfs tientallen miljoenen jaren ver weg. De derde mogelijkheid is veel minder voorspelbaar; het kan morgen gebeuren, maar ook op dit moment.”

Waarom ruimtestenen het zo af en toe op ons voorzien hebben, blijft dus nog even in nevelen gehuld. Maar één ding lijkt wel vast te staan; ook de maan bleef tijdens de grootste inslagen op aarde niet gespaard. En door die multiplanetaire inslagen in kaart te brengen en te dateren, kan hopelijk ook meer duidelijkheid worden verkregen over de drijvende krachten achter deze natuurlijke – en bij vlagen voor het leven op aarde catastrofale – bombardementen.