Zorgvuldig neergepende observaties uit de oudheid verraden dat de ster – die je duidelijk aan de nachthemel kunt ontwaren – er nog niet zo heel lang geleden heel anders uitzag.

Op zo’n 530 lichtjaar van de aarde bevindt zich de rode superreus Betelgeuze. De enorme ster is op heldere avonden zelfs met het blote oog goed te zien en onderscheidt zich met zijn rode kleur duidelijk van de andere sterren. Maar dat is niet altijd zo geweest; nieuw onderzoek onthult dat de ster amper 2000 jaar geleden eerder geel-oranje van kleur was.

Het onderzoek
Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze zich over verschillende historische bronnen bogen. En in eerste instantie waren ook zij verbaasd over wat ze daar lazen, zo vertelt onderzoeker Ralph Neuhäuser aan Scientias.nl. “Toen ik de twee onafhankelijke bronnen uit China en Rome opmerkte die beiden de geel-oranje kleur van Betelgeuze beschreven, was ik verrast. Want ik had niet verwacht dat een ster in de historische tijd van kleur was veranderd.”

Bronnen
Maar dat is wel wat de bronnen die we hierboven al even noemden, suggereerden. Zo beschreef de Chinese astronoom Sima Qian in 100 voor Christus de uiteenlopende kleuren die sterren aan de nachthemel konden hebben als volgt: wit is als Sirius, rood is als Antares, geel als Betelgeuze en blauw als Bellatrix. “Uit die observaties kun je concluderen dat Betelgeuze in die tijd qua kleur tussen de blauwwitte Sirius en Bellatrix en de rode Antares in zat,” aldus Neuhäuser.

Ondertussen schreef de Romeinse geleerde Hyginus zo’n 100 jaar later – zich volledig onbewust van de observaties van Sima Qian – dat Betelgeuze qua kleur leek op de geel-oranje Saturnus.

Lijstjes
“En dan zijn er ook nog verschillende geleerden in de oudheid die lijsten gemaakt hebben van heldere, rode sterren, maar daarop ontbreekt Betelgeuze elke keer,” vertelt Neuhäuser. Het is aanvullend bewijs dat Betelgeuze er in die tijd simpelweg niet zo uitzag als nu. “Vandaag de dag is er nog één andere ster die ongeveer net zo helder is en dezelfde kleur heeft als Betelgeuze en dat is Antares. Die ster was wel altijd in de (door geleerden in de oudheid opgestelde, red.) lijsten met heldere rode sterren te vinden.”

En zo schetsen die bronnen een heel consistent beeld. Namelijk dat Betelgeuze 2000 jaar geleden anders van kleur was dan nu het geval is, zo concluderen Neuhäuser en collega’s in het blad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

Massa
Het is natuurlijk heel aardig om te weten wat de Romeinen zagen als ze op een heldere avond omhoog keken. Maar dat is niet waar Neuhäuser en collega’s per se op uit waren. Het onderzoek naar de historische verschijningsvorm van sterren kan namelijk ook meer informatie over die sterren opleveren. En dat is natuurlijk heel waardevol. Zo kunnen de historische bronnen die Betelgeuze zo’n 2000 jaar geleden een geel-oranje kleur toedichten, bijvoorbeeld meer inzicht geven in de massa van de ster. “De huidige helderheid en temperatuur van Betelgeuze wijst erop dat deze een massa heeft die tussen de 13 en 20 keer groter is dan de massa van onze zon,” vertelt Neuhäuser. “Maar alleen bij een massa van zo’n 14 zonsmassa’s zou je een snelle kleurverandering in de afgelopen twee millennia mogen verwachten. Dus zo kunnen we de massa preciezer vaststellen.”

Toekomst
En met een betere inschatting van de massa van Betelgeuze kan ook weer een nauwkeurigere voorspelling worden gemaakt van de toekomst van deze ster. “De massa is de belangrijkste parameter als je grip wilt krijgen op de evolutie en het lot van een ster,” vertelt Neuhäuser. Dat lot is ons in grove lijnen wel duidelijk; de rode superreus is gedoemd om te exploderen. Maar wanneer dat precies gaat gebeuren, is onduidelijk. “Gezien de massa en huidige leeftijd zal Betelgeuze in grofweg 1,5 miljoen jaar transformeren tot supernova,” voorspelt Neuhäuser op basis van zijn laatste bevindingen.

En zo kunnen historische bronnen dus gebruikt worden om de sterren aan de nachthemel beter te begrijpen. Of die bronnen ons nog meer over Betelgeuze kunnen vertellen? Neuhäuser sluit het zeker niet uit. Zo wijst hij erop dat je mag verwachten dat de kleurverandering die Betelgeuze in de afgelopen 2000 jaar doormaakte, gepaard ging met een verandering in helderheid. “Maar we hebben (nog) geen bronnen gevonden die daar verslag van doen.” Daar zou dus nog naar gezocht kunnen worden. Daarnaast zijn er in historische bronnen mogelijk ook nieuwe inzichten te vinden omtrent andere sterren. “We zouden kunnen uitzoeken of er nog andere sterren zijn die naar verwachting in de laatste millennia van kleur zijn veranderd en vervolgens kunnen gaan zoeken naar historische bronnen die dat onderschrijven.” Dat zo nog wel het één en ander te ontdekken valt, staat bijna vast. “Er zijn nog zoveel verborgen bronnen, denk bijvoorbeeld aan nog niet bestudeerde Arabische teksten uit de afgelopen 1500 jaar, die meer astronomische informatie kunnen herbergen.”