Onderzoekers verbannen de vaak genoemde 80/20-regel, waarbij de auto belangrijker is dan de prestaties van de coureur, naar het rijk der fabelen.

Landstrots Max Verstappen prijkt momenteel bovenaan op de puntenlijst van het Wereldkampioenschap Formule 1. Een interessante vraag is echter wat er voor succes in de racerij eigenlijk belangrijker is: de rijvaardigheid van de coureur, of toch de auto waar hij in stapt? Wetenschappers besloten de kwestie aan een nadere inspectie te onderwerpen. En de bevindingen zullen je wellicht verrassen.

80/20-regel
Een lang gekoesterde overtuiging in de Formule 1 is de zogenaamde 80/20-regel. Deze regel houdt in dat 80 procent van het racesucces toegeschreven kan worden aan de auto en het team dat deze bouwt en de beste strategie uitdenkt. Slechts 20 procent van het succes zou in handen liggen van een ambitieuze coureur.

Studie
Om deze regel te testen, gebruikten onderzoekers in een nieuwe studie, gepubliceerd in het vakblad Applied Economics, statistische modellen en gegevens van de F1-seizoenen 2012 tot en met 2019. Vervolgens waren ze in staat om per seizoen de variatie in rijvaardigheid van de coureurs te vergelijken met inspanningen van het team en de prestaties van de auto. En uit deze bevindingen blijkt dat de raceauto in feite veel minder belangrijk is dan je misschien denkt.

Overschat
Volgens de onderzoekers wordt de inbreng van de auto en het team enorm overschat. “In plaats van de voorgestelde 80 procent, is de auto/het team slechts goed voor ongeveer 20 procent van het racesucces,” zegt onderzoeker Duane Rockerbie. “De coureur neemt ongeveer 15 procent voor zijn rekening.” In 2012 was de rijvaardigheid van de coureur voor een overwinning het meest doorslaggevend met 16,7 procent. “Misschien was dit het gevolg van regelwijzigingen die de nadruk legden op betere rijvaardigheid en strategie op het circuit,” oppert Rockerbie.

Meerdere factoren
Kortom, de auto is eigenlijk helemaal niet zo bepalend. De onderzoekers verbannen de 80/20-regel dan ook naar het rijk der fabelen. Volgens hen ligt het allemaal namelijk net wat genuanceerder dan dat. Een mix van meerdere factoren is volgens hen verantwoordelijk voor succes. De grootste factor die invloed heeft, is volgens hen de interactie tussen de coureur en het team. Deze interactie zou goed zijn voor tussen de 30 en 40 procent van het racesucces. De rest wordt uitgemaakt door willekeurige en toevallige gebeurtenissen tijdens de race.

Interactie
Wat je je bij die interactie moet voorstellen? Volgens de onderzoekers rijden de coureurs niet alleen in een auto, ze geven ook waardevolle input en feedback over de ontwikkeling ervan. Meer bekwame coureurs verbeteren daarom de teamtechnologie en vice versa. Het is dus een wisselwerking tussen coureur en team. “F1-auto’s rijden immers niet zelf en coureurs kunnen hun vak niet uitoefenen zonder een F1-auto,” aldus Rockerbie. “De 80/20-regel onderschat dus de rol van de coureur enorm, gezien de kritische complementariteit tussen de twee.”

Geld
Daarnaast blijkt ook geld een grote rol te spelen. Zo tonen de onderzoekers aan hoeveel centen er gemiddeld nodig zijn om de prestaties van een team op het circuit te verbeteren. “Een team dat elke race gemiddeld op de 10e plaats eindigt, zou 164,6 miljoen dollar extra moeten uitgeven om consequent als negende te eindigen,” aldus Rockerbie. “Dit zou een verhoging van zowel het salaris van een betere coureur (momenteel gemiddeld 7,86 miljoen dollar per seizoen) als het teambudget (met een gemiddelde van 195,86 miljoen dollar) vereisen.”

Wat dus de sleutel tot succes is? Verschillende variabelen, maar vooral een combinatie van zowel een goede rijvaardigheid, interactie tussen coureur en team en een dikke portemonnee. “Deze bevindingen worden verder ondersteund met los bewijs,” stelt Rockerbie. “Coureurs die zich namelijk bij hooggeplaatste teams mogen voegen, of die het geluk hebben om hun F1-carrière bij deze teams te beginnen, hebben de grootste kans op het behalen van goede resultaten en zelfs op het binnenharken van het wereldkampioenschap.”