Onderzoek wijst uit dat hyenahonden nu zo’n 22 dagen later bevallen dan in de jaren negentig. Het is een door klimaatverandering ingegeven noodgreep, die – helaas – slecht uitpakt.

Klimaatverandering is geen toekomstmuziek. Klimaatverandering speelt nu. En op tal van plekken zijn de gevolgen zichtbaar en voelbaar, bijvoorbeeld in de vorm van smeltend (zee)ijs, terugtrekkende gletsjers, frequentere hittegolven en andere weersextremen. En klimaatverandering laat ook de dieren- en plantenwereld niet onberoerd en sommige soorten doen zelfs wanhopige pogingen om zich aan het nieuwe normaal aan te passen. Zo weten we bijvoorbeeld van sommige plantensoorten dat ze – doordat de lente steeds vroeger begint – eerder zijn gaan uitlopen en bloeien. En dat kan dan weer leiden tot veranderingen in het levensritme van bijvoorbeeld vogels en insecten die voor hun voedsel van die planten afhankelijk zijn.

Hogerop in de voedselketen
Het zijn stuk voor stuk opvallende, duidelijk door klimaatverandering ingegeven veranderingen die echter vrij laag in de voedselketen plaatsvinden. Maar wie denkt dat klimaatverandering alleen daar gevoeld wordt, heeft het mis, zo stellen onderzoekers nu in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. In het onderzoeksartikel tonen ze namelijk aan dat ook dieren hogerop in de voedselketen – zoals grotere roofdieren – door klimaatverandering gedwongen worden om hun levensritme aan te passen.

Hyenahonden
Het onderzoeksartikel in kwestie handelt over Afrikaanse wilde honden (ook wel hyenahonden genoemd). De wetenschappers bogen zich over data die over een periode van dertig jaar over 60 roedels wilde hyenahonden, levend in Botswana, verzameld waren. De onderzoekers keken daarbij met name naar het moment waarop de hyenahonden hun jongen kregen. En dat levert opvallende conclusies op. In 1989 kregen de hyenahonden hun jongen gemiddeld 22 dagen(!) eerder dan nu het geval is. “Die verschuiving heeft ertoe geleid dat de temperaturen op de bevaldatum relatief stabiel zijn gebleven,” zo schrijven de onderzoekers in hun artikel.

In andere woorden: de hyenahonden bevallen 22 dagen later dan in 1989, maar nog wel altijd bij de temperatuur waarbij ze 30 jaar geleden bevielen. Het laat volgens de onderzoekers zien dat de hyenahonden hun bevaldatum hebben moeten opschuiven om bij de door hen geprefereerde temperaturen hun jongen op de wereld kunnen zetten.

Over hyenahonden
Hyenahonden zijn in de verte nog verwant aan de wolf en komen enkel voor in Afrika. Ze jagen daar – in troepen – op impala’s, wrattenzwijnen en andere zoogdieren. De hyenahonden planten zich elk jaar, in de winter, voort. Jongen brengen vervolgens drie maanden met hun moeder in het hol door alvorens met de roedel te gaan rondtrekken en jagen.

Dat de temperaturen in het leefgebied van de hyenahond veranderd zijn, staat vast. In dertig jaar tijd is de gemiddelde maximale dagtemperatuur met maar liefst 1,6 graden Celsius gestegen. En in hetzelfde tijdsbestek is de gemiddelde maximale jaartemperatuur met 3,8 graden Celsius gestegen. En die temperatuursveranderingen hebben de hyenahonden dus gedwongen om hun bevalling wat op te schuiven. En door die aanpassing kunnen ze hun jongen bij dezelfde temperaturen als 30 jaar geleden op de wereld zetten.

Van de regen in de drup
Nou, zul je misschien denken, dan hoeven we ons over die Afrikaanse wilde honden geen zorgen te maken, want die redden het – met hun grote aanpassingsvermogen – wel. Maar nee, die vlieger gaat niet op, zo stellen de onderzoekers. “Het is een ‘van de regen in de drup-situatie’,” aldus onderzoeker Briana Abrahms. “Afrikaanse wilde honden hebben hun bevaldatum wat opgeschoven (…) maar dat leidt tot hogere temperaturen in de periode na de geboorte van de pups en die verlagen hun overlevingskansen.”

Slecht nieuws
En daarmee is klimaatverandering voor de hyenahonden – ondanks hun verwoede pogingen tot aanpassing – zeer slecht nieuws. Want de soort staat er al niet zo best voor; door versnippering en vernietiging van hun leefgebied zijn hun aantallen de laatste decennia achteruit gehold. En naar schatting zijn er nog slechts 1400 volwassen hyenahonden in het wild te vinden.

De onderzoekers hopen dat hun studie andere wetenschappers ertoe aanzet om tevens andere grotere zoogdiersoorten onder de loep te nemen en na te gaan hoe zij op klimaatverandering reageren. “Grote roofdieren spelen uitzonderlijk belangrijke rollen in ecosystemen,” stelt Abrahms. “Maar we moeten nog veel leren over de implicaties die klimaatverandering voor deze dieren heeft. Grote door klimaat ingegeven veranderingen zoals we die nu hebben gevonden, kunnen onder roofdieren wel eens vaker voorkomen dan we dachten.”