Hubble legt kosmische bedrieger vast: twee sterrenstelsels die niet samen horen

Op deze Hubble-foto lijken twee sterrenstelsels innig te dansen. Niets is minder waar: het is puur toeval. Ze staan niet naast, maar achter elkaar, met een afstand van maar liefst 610 miljoen lichtjaar. Dit is ‘Arp 4’; een kosmische illusie.

Het is een prachtig kosmisch tafereel voor de eerste zondag van het nieuwe jaar: twee sterrenstelsels die zij aan zij lijken te staan, alsof het een koppel is. Het grotere stelsel heeft een blauwe, warrige gloed, terwijl het kleinere ernaast een heldere, strak gedraaide spiraal is. Deze week toont de Hubble-ruimtetelescoop dit paar, bekend als Arp 4 in het sterrenbeeld Walvis (Cetus). Maar schijn bedriegt. Deze twee blijken niet elkaars buren te zijn, maar hebben een galactische ‘langeafstandsrelatie’ waar geen enkele boodschappendienst tegenop kan…

Een toevallige samenstand op kosmische schaal

De ogenschijnlijke nabijheid is namelijk een optisch bedrog. Het grote, zwakke en onregelmatig gevormde stelsel rechts (Arp 4 / MCG-02-05-050 / PGC 6626) staat op een afstand van 65 miljoen lichtjaar van de aarde. Zijn kleine, heldere metgezel links ernaast (MCG-02-05-050a / PGC 6629) is echter een sterrenstelsel dat zich op maar liefst 675 miljoen lichtjaar afstand bevindt – ruim tien keer zo ver weg! Dit betekent dat de twee fysiek helemaal niets met elkaar te maken hebben. Ons aardse perspectief zorgt ervoor dat ze toevallig op één lijn aan de hemel staan. Het ‘kleine’ heldere stelsel op de voorgrond is in werkelijkheid nota bene veel groter dan zijn ‘grote’, maar veel nabijere blauwe buur.

Hubble-opname van het sterrenstelselpaar Arp 4. Het grote, onregelmatige stelsel rechts (MCG-02-05-050 / PGC 6626) is relatief dichtbij (65 miljoen lichtjaar) en klein met een diameter van ongeveer 53.000 lichtjaar, terwijl het klein ogende, heldere spiraalstelsel links (MCG-02-05-050a / PGC 6629) er ver achter ligt op 675 miljoen lichtjaar afstand en beduidend groter is uitgevallen met een doorsnede van ongeveer 187.000 lichtjaar. Foto: ESA/Hubble & NASA, J. Dalcanton, Dark Energy Survey/DOE/FNAL/DECam/CTIO/NOIRLab/NSF/AURA. Klik hier om de foto zoombaar op je scherm te openen, hier om deze (printbaar) te kunnen downloaden in hoge resolutie, of hier om deze in ESASky te onderzoeken.

Waarom heet dit sterrenstelsel ‘Arp 4’?

De naam Arp 4 verwijst naar de Atlas of Peculiar Galaxies, een catalogus samengesteld door astronoom Halton Arp in de jaren ’60. Hierin verzamelde hij foto’s van opmerkelijke of ongebruikelijk gevormde sterrenstelsels om de evolutie van sterrenstelsels beter te kunnen bestuderen. Arp 4 is het vierde object in deze lijst en valt in de categorie sterrenstelsels met een lage oppervlaktehelderheid. Het grote, blauwe stelsel is hiervan een goed voorbeeld: het is relatief zwak en heeft vaag gevormde, gefragmenteerde spiraalarmen.

De warboel aan sterrenstelselnamen ontrafeld

Waarom hebben deze stelsels namen als ‘MCG-02-05-050’, ‘Arp 4’ en ‘PGC 6629’ in plaats van de NGC codering die wij meestal noemen of en een eigen naam zoals ‘Andromeda’?
Sterrenstelsels die enigszins in de buurt liggen van het onze en met telescopen observeerbaar zijn (denk daarbij ook aan de helderheid, grootte, kijkhoek en de beschikbare observatietechnieken van destijds), staan in tientallen astronomie-catalogussen vermeld, elk met een andere systematiek en publicatiejaar.

Echter, niet elke catalogus is even omvangrijk, waardoor niet elk object een vermelding kent in elke catalogus, zodat je soms verschillende catalogus codes tegen komt wanneer er over een sterrenstelsel (of zoals nu: twee stuks) wordt geschreven. Eigennamen, zoals ‘het inktvisstelsel’ of ‘het Sombrerostelsel’ (wiens foto’s twee maal de top 10 mooiste ruimtefoto’s van het jaar 2025 haalden) kom je maar weinig tegen, doordat het IAU (de internationale unie der astronomie die over o.a. naamgeving en classificatie van hemelobjecten gaat) hier weinig voor voelt omwille van weinig wetenschappelijke meerwaarde. Tot slot, er zijn naar schatting 200 miljard tot 2 biljoen sterrenstelsels in het zichtbare universum die misschien ooit een naam of code benodigen. De naamgeving van sterrenstelsels is gezien dit alles een lastige kluif; afgeleide catalogi of massale coderingen toegekend door latere mass-surveys maken het nog ingewikkelder, zodanig de locatie aan de hemel vaak bijgemeld wordt in wetenschappelijke publicaties (zoals ‘position : 01 48 25.675 -12 22 55.31′ aan Arp 4, het stelsel rechts op de foto van dit artikel).

Veel voorkomende catalogi die je in praktijk vaak voorbij ziet komen zijn:

  • M (Messier-catalogus, 1774-1967): De oudste en bekendste lijst onder (amateur-)astronomen. Charles Messier catalogiseerde 110 objecten (zoals de Andromedanevel, M31) die op kometen leken maar dat niet waren, om verwarring te voorkomen.

  • NGC (New General Catalogue, 1888): Een eeuwenoude, beroemde lijst van 7.840 “nevels, stelsels en sterrenhopen”. Meest gebruikt op Scientias.nl mits het specifieke stelsel een NGC-nummer heeft (bijv. NGC 1511).

  • MCG (Morphological Catalogue of Galaxies, jaren 60): Een Sovjet catalogus die 30.642 sterrenstelsels classificeert op basis van locatie, zoals in dit artikel: MCG-02-05-050(a) vooral de positie aangeeft aan de sterrenhemel; a een toevoeging op stelsel zonder a; ze liggen immers vlak naast elkaar aan de hemel vanaf Aarde bezien.

  • UGC (Uppsala General Catalogue, 1973): Een catalogus van 12.921 sterrenstelsels zichtbaar vanaf het noordelijk halfrond. (bijv. UGC 8091).

  • Arp (Atlas of Peculiar Galaxies, 1966): Geen systematische catalogus, maar een iconische fotocollectie van de 338 vreemdste en meest onregelmatige stelsels, zoals Arp 184 of Arp 107.

  • PGC (Principal Galaxies Catalogue, 1989): Een modernere standaard die probeerde alle (toen enigszins) bekende sterrenstelsels te bevatten; 73.197 stuks. Deze geeft elk een uniek nummer, zoals PCG 6626 aan MCG-02-05-050 (het voorgrondstelsel rechts) en PGC 6629 aan MCG-02-05-050a (het achtergrondstelsel links).

De morfologie van de twee sterrenstelsels

Als we naar de vorm kijken, zien we dat deze twee sterrenstelsels tot verschillende klassen behoren, maar ook lastig in te delen zijn / in overgangsfasen. Het achtergrondstelsel links, MCG-02-05-050a, is een voorbeeld van een SAb-stelsel: een spiraalstelsel zonder centrale balk, met een redelijk strak gewonden structuur en goed gedefinieerde armen. Het nabije voorgrondstelsel rechts, MCG-02-05-050 (Arp 4), heeft een heel andere classificatie: IAB(rs)m. Dit betekent dat het een onregelmatig (Irregular) sterrenstelsel is met een zwakke centrale balk, dat ook kenmerken van een magelhaense wolk vertoont – een losse, warrige vorm. De verschillen in vorm onderstrepen nogmaals dat het om twee totaal onafhankelijke sterrenstelsels gaat.

Hubble-De Vaucouleurs morfologisch diagram voor sterrenstelsels. De cirkels geven de classificaties aan van de twee stelsels ‘Arp 4’: MCG-02-05-050a als een SA(rs)b spiraal (linksboven in geel omcirkeld) en MCG-02-05-050 (Arp 4) als een IAB(rs)m onregelmatig stelsel (rechts in de ‘Irregulars’ sectie). Afbeelding, bewerking van: Antonio Ciccolella / M. De Leo / CCA 3.0

Een mogelijk actief hart in het nabije stelsel

Een intrigerend detail over het nabije sterrenstelsel Arp 4 is dat astronomen vermoeden dat het een actieve galactische kern (AGN) herbergt. Dit betekent dat er in zijn centrum, mogelijk rond een superzwaar zwart gat, een compacte regio is die enorme hoeveelheden energie uitstraalt over het hele elektromagnetische spectrum. Deze energie kan niet alleen door sterren worden opgewekt. Het is een fascinerende gedachte dat dit zwakke, onregelmatige stelsel zo’n krachtige motor in zijn kern kan verbergen, terwijl het optisch gezien wordt overschaduwd door een toevallig passerende spiraal.

Met deze verbluffende Hubble-foto beginnen we het jaar 2026 met een krachtige herinnering aan de schaal van het heelal en de valstrikken van ons perspectief. Wat eruitziet als een kosmisch koppel, blijkt een eenzame, onregelmatige reus op de voorgrond en een verre, perfecte spiraal op de achtergrond. Het is een kosmisch toevalstreffer dat niet alleen een prachtig plaatje oplevert, maar ook een les in galactische afstanden en vormen.

De afgelopen decennia zijn er prachtige foto’s gemaakt van interstellaire nevels, sterrenstelsels, planeten, andere hemellichamen en in de ruimtevaart. Ieder weekend halen we een indrukwekkende ruimtefoto uit het archief. Genieten van alle foto’s? Bekijk ze op deze pagina. Heb je zelf bijzondere (astro)foto’s die je wil delen met ons? Stuur ze in via ons mailadres o.v.v. ‘Ruimtefoto’!

Bronmateriaal

"Long-distance relationship" - ESA/Hubble
Afbeelding bovenaan dit artikel: ESA/Hubble & NASA, J. Dalcanton, Dark Energy Survey/DOE/FNAL/DECam/CTIO/NOIRLab/NSF/AURA

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd