Het betekent dat bepaalde neurale mechanismen die betrokken zijn bij het verwerven van de menselijke taal, misschien toch niet zo uniek menselijk zijn…

Heb je weleens een heel verhaal tegen je hond gehouden en tussendoor een keer achteloos het woordje ‘eten’ of ‘uit’ laten vallen? Grote kans dat je viervoeter je ineens met gespitste oren aankeek. In die gehele woordenstroom heeft je hond toch dat voor hem bijzonder beladen woord herkend. Het betekent dat je hond heeft geleerd waar een bepaald woord in een woordenstroom begint en waar het woord eindigt. En dat is knapper dan je misschien denkt.

Baby’s
Bekend is dat menselijke baby’s afzonderlijke woorden in een woordenstroom kunnen herkennen, lang voordat ze leren wat die exacte woorden betekenen. Om te bepalen waar een woord eindigt en de volgende begint, maken baby’s onbewust complexe berekeningen om zogeheten lettergreeppatronen te onderscheiden. Op die manier leren ze dat lettergrepen die vaak samen voorkomen, waarschijnlijke woorden vormen. Onderzoekers hebben nu in een nieuwe studie ontdekt dat honden ook zulke complexe, regelmatigheden in spraak kunnen herkennen.

Patronen leren herkennen
Het bijhouden van patronen is overigens niet per definitie uniek voor de mens. Veel dieren beschikken over het vermogen om dergelijke regelmatigheden te herkennen. Dit wordt ook wel ‘statistisch leren’ genoemd. “Daarnaast weten we ook dat sommige dieren, met name primaten en zangvogels, behoorlijk ingewikkelde regelmatigheden kunnen leren,” vertelt onderzoeker Marianna Boros in gesprek met Scientias.nl. “Maar dit is de eerste keer dat een niet-menselijk zoogdier het toepast op taal, wat zeer complexe berekeningen vereist.”

Woorden uit een woordenstroom halen
Om nieuwe woorden te leren uit een woordenstroom, is het niet voldoende om te tellen hoe vaak bepaalde lettergrepen samen voorkomen. Het is veel efficiënter om te berekenen hoe waarschijnlijk het is dat die lettergrepen samen voorkomen. Dit is precies hoe mensen, zelfs baby’s van acht maanden oud, de schijnbaar moeilijke taak van woordsegmentatie aanvliegen; ze berekenen de kans dat de ene lettergreep op de ander volgt. “Tot nu toe wisten we niet of een ander zoogdier ook zulke complexe berekeningen gebruikt om woorden uit woordenstromen te herkennen,” aldus Boros.

Hoe verwerken honden spraak?
Volgens de onderzoekers is het echter heel belangrijk om te bestuderen hoe zoogdieren, en in het bijzonder honden, spraak verwerken. Honden zijn de vroegst gedomesticeerde diersoort en waarschijnlijk degene tegen wie we het vaakst praten. Toch weten we heel weinig over de neurale processen die ten grondslag liggen aan hun vermogen om woorden te leren. En dat terwijl “het ons veel kan leren over de processen die geleid hebben tot de opkomst van menselijke specialisatie voor spraakperceptie,” zegt Boros. “Het kan bijzonder nuttig zijn om vast te stellen welke vaardigheden er bijvoorbeeld bij honden aangeboren zijn, maar pas naar voren kwamen tijdens hun domesticatie.”

EEG
Om erachter te komen wat er in de hersenen van honden gebeurt wanneer ze naar spraak luisteren, maten de onderzoekers de elektrische hersenactiviteit met behulp van EEG. En dat leidt tot een interessante ontdekking. De onderzoekers zagen namelijk verschillen in de hersengolven van honden toen ze frequente of zeldzame woorden uitspraken. Maar, nog verrassender, het team merkte ook verschillen in hersengolven op voor lettergrepen die altijd samen voorkomen in vergelijking met lettergrepen die slechts af en toe achterelkaar staan. Het lijkt er dus op dat honden niet alleen eenvoudige berekeningen maken (het aantal keer dat een woord voorkomt), maar ook in staat zijn tot complexe berekeningen (de kans dat de lettergrepen van een woord samen voorkomen). En dat is interessant. Want dit is precies het soort complexe statistiek dat menselijke baby’s gebruiken om woorden uit woordenstromen te herkennen.

Hersengebieden
Om te onderzoeken hoe vergelijkbaar de verantwoordelijke hersengebieden achter deze complexe rekencapaciteit bij honden zijn met die van mensen, werden de honden tevens met behulp van MRI bestudeerd. En ook dat leidt tot een verrassende ontdekking. “We weten dat mensen in staat zijn tot het leren van talen dankzij speciale hersengebieden in de auditieve cortex,” vertelt Boros. “Deze zijn in principe al vanaf de geboorte gespecialiseerd in taalverwerking. Nu zien we dat bij de spraakverwerking van honden, tevens deze auditieve cortex betrokken is. Dit is een heel gespecialiseerd gebied, niet een algemeen verwerkingsgebied.”

Uniek voor de mens
De bevindingen hebben verstrekkende gevolgen. Want we beginnen nu steeds beter te begrijpen dat bepaalde neurologische processen die betrokken zijn bij het verwerven van de menselijke taal, misschien toch niet zo uniek menselijk zijn. “De resultaten bewijzen dat een verre zoogdiersoort, de hond, zeer vergelijkbare neurale mechanismen heeft voor het statistisch leren van spraak,” concludeert Boros. “Het is dus mogelijk dat de mechanismen die betrokken zijn bij het leren van woorden al aanwezig waren in de eerste zoogdieren, of in de laatste gemeenschappelijke voorouder van honden en mensen.”

Er valt nog genoeg te ontraadselen. Want op dit moment is het nog onduidelijk hoe deze mens-analoge hersenmechanismen voor het leren van woorden bij honden precies zijn ontstaan. Weerspiegelen ze vaardigheden die honden hebben ontwikkeld door te leven in een taalrijke omgeving, tijdens duizenden jaren domesticatie of vertegenwoordigen ze een oeroude capaciteit van zoogdieren? “We weten op dit moment nog niet of alleen honden over het vermogen beschikken om complexe berekeningen toe te passen om afzonderlijke woorden uit woordenstromen te halen, of dat het een algemeen ‘zoogdiervermogen’ is,” zegt Boros. “Maar spraak is relevant voor honden, omdat ze er elke dag mee te maken hebben. Bovendien begrijpen ze ook veel menselijke communicatieve handelingen, dus het is mogelijk dat ze efficiëntere mechanismen hebben ontwikkeld om spraak te verwerken dan andere soorten. Dit zal in de toekomst uitgebreid moeten worden getest.”