Hoeveel plastic er nodig is om een bruinvis of zeeschildpad te doden? Veel minder dan je denkt

We kennen de vreselijke beelden van schildpadden met visnetten om hun nek of vissen met een buik vol plastic zakken. Maar wat we nog niet wisten, is hoe weinig plastic er eigenlijk maar nodig is voor de dieren sterven.

Daarvoor is gekeken naar de hoeveelheid macroplastics, dus stukken plastic groter dan 5 millimeter, die in de buik van zeevogels, zeeschildpadden en zeezoogdieren belanden. De onderzoekers van de Amerikaanse Ocean Conservancy onderzochten zo meer dan 10.000 dode dieren, waarvan zowel de doodsoorzaak als de hoeveelheid ingeslikt plastic bekend was. Het gaat om 1537 zeevogels (57 soorten), 1306 schildpadden (alle zeven soorten) en 7569 zeezoogdieren (31 soorten). Vervolgens is berekend hoeveel stuks en hoeveel gram plastic in het maag-darmkanaal fataal is.

Hoeveel is te veel?

De resultaten zijn ronduit schokkend. Gemiddeld leidt minder dan drie suikerklontjes aan plastic tot 90 procent kans op sterfte bij zeevogels zoals de Atlantische papegaaiduiker (ongeveer 28 centimeter lang). Voor schildpadden zoals de dikkopschildpad (90 centimeter) is iets meer dan twee honkballen aan plastic al dodelijk. En voor zeezoogdieren zoals de bruinvis (1,5 meter) is een hoeveelheid ter grootte van een voetbal genoeg voor 90 procent sterfte. Bij een sterftekans van 50 procent worden die drempels nog confronterender: minder dan één suikerklontje voor papegaaiduikers, minder dan een halve honkbal voor dikkopschildpadden en minder dan een zesde voetbal voor bruinvissen.

“We weten al lang dat oceaandieren van allerlei soorten en maten plastic eten, maar wat wij wilden weten is hoeveel te veel is”, zegt hoofdauteur Erin Murphy. “De dodelijke dosis verschilt per soort, per lichaamsgrootte, per type plastic en andere factoren, maar over het geheel genomen is die fatale hoeveelheid veel kleiner dan je zou denken. Dat is zorgwekkend als je bedenkt dat er elke minuut meer dan een vuilniswagen aan plastic in de oceaan belandt.”

Welke plastics doden welke dieren?

In de datasets zaten veel dieren die plastic hadden gegeten: 35 procent van de zeevogels, 47 procent van de schildpadden en 12 procent van de zeezoogdieren. In totaal had 21,5 procent van alle onderzochte dieren plastic in de maag.

Zeevogels aten voor ruim 90 procent hard plastic, maar ook zachte plastics, visserijafval, rubber en schuim. Ze bleken vooral kwetsbaar voor synthetisch rubber: zes stukjes kleiner dan een erwt leidden al tot de dood. Zeeschildpadden aten vooral zachte plastics, zoals tassen (69%) en visserijafval (58%). 342 stukjes zachte plastics, ter grootte van een erwt, bleken genoeg om een schildpad te doden. Zeezoogdieren hadden vooral visserijafval in de maag (72%). Voor hen is dat ook het gevaarlijkst: 28 stukjes kleiner dan een tennisbal doden een potvis met 90 procent zekerheid.

Co-auteur Britta Baechler benadrukt de urgentie: “Deze studie herinnert ons eraan dat plastic zakken, verloren vistuig en andere grotere items gevaarlijk kunnen zijn voor dieren, groot en klein. Een op de twintig zeeschildpadden die we onderzochten stierf door het inslikken van plastic. Ik zou dat risico niet nemen.”

Bedreigde soorten extra kwetsbaar

Wat het nog erger maakt: bijna de helft van alle dieren die plastic hadden ingeslikt, staat op de Rode Lijst van de VN als (bijna) bedreigd. De studie keek bovendien alleen naar grote plastics, niet naar microplastics, verstrikking of andere gezondheidseffecten. De werkelijke impact van plasticvervuiling is dus waarschijnlijk nog groter.

“Dit onderzoek laat echt zien dat oceaanplastic een existentieel gevaar vormt voor de diversiteit van het leven op onze planeet. Plastic eten is maar één manier waarop zeedieren bedreigd worden. Stel je de gevaren eens voor als je ook verstrikking en het voortdurende risico van giftige chemicaliën uit plastic meerekent”, waarschuwt onderzoeker Nicholas Mallos.

Oplossingen

Jaarlijks komt er meer dan 11 miljoen ton plastic in de oceanen terecht, waarvan een groot deel wegwerpartikelen zijn. Je kunt dus gerust spreken van een plasticcrisis. Het oplossen ervan vraagt om drastische maatregelen: de productie moet fors omlaag, inzameling en recycling moeten veel beter en de bestaande vervuiling moeten worden opgeruimd. “We zijn blij dat dit onderzoek de impact van plastic op dieren nu kwantitatief onderbouwt”, zegt plasticsbeleidsdeskundige Anja Brandon. “Deze harde cijfers bevestigen dat een verbod op bijvoorbeeld wegwerpplastics echt nut heeft. In de strijd om onze zeedieren te beschermen telt elke maatregel en elke individuele actie.”

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Hoeveel microplastics er echt op je bord terechtkomen als je een visje eet en Microplastics in je hersenen: zo verminder je jouw blootstelling. Of lees dit artikel: Eerste bewijs dat microplastics wel degelijk slecht zijn voor hart en bloedvaten.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd