Diederik legt uit hoe we kunnen meten hoe heet de zon is. Van witte kooltjes tot neutrino’s.
De buitenkant van de zon is ongeveer 6000 graden, terwijl het binnenin richting de 15 miljoen graden gaat. Dat klinkt als een gok, maar er zit een logica achter. De buitenkant is het makkelijkst, want dat is het deel waarvan het licht ons bereikt. En aan de kleur van licht kun je afleiden hoe heet iets is.
Gloeiend kooltje
Dat zie je ook bij een klein vuurtje. Stop er een kooltje in en het gaat gloeien: eerst donkerrood, daarna oranje, geel en uiteindelijk wit. Die kleurverandering hangt samen met de temperatuur. Daarom hebben fotografen het ook over kleurtemperatuur bij foto’s: kleur zegt iets over hoe ‘warm’ een lichtbron is.
Maar hoe bepaal je dan de temperatuur van de binnenkant van de zon, als je er niet bij kunt? Natuurkundigen weten goed hoe de zon werkt. De energieproductie gebeurt via kernfusie. Met kennis over het formaat van de zon, de dichtheid en andere eigenschappen kun je uitrekenen dat de kern op ongeveer 15 miljoen graden uitkomt.
Neutrino’s
Er is nóg een aanwijzing, en die komt in de vorm van deeltjes. Vanuit de binnenkant straalt de zon neutrino’s uit. Die zijn extreem moeilijk op te vangen, maar juist omdat ze zo lastig te stoppen zijn, dragen ze directe informatie over wat er in het midden gebeurt. Zonne-neutrino’s ondersteunen zo het idee dat het in de kern rond de 15 miljoen graden moet zijn. Twee routes die in dezelfde richting wijzen, en dat maakt de conclusie sterker.



