Veel mensen hebben het gevoel dat ze verslaafd zijn aan Instagram. Ze scrollen urenlang, kunnen hun telefoon niet laten liggen en voelen zich schuldig over hun gebruik. Maar uit nieuw onderzoek blijkt dat veel mensen helemaal niet verslaafd zijn: ze hebben gewoon een stevige gewoonte ontwikkeld. En dat verschil is belangrijker dan je zou denken.
Wetenschappers van de University of Southern California onderzochten dit door 380 actieve Instagramgebruikers een vragenlijst te laten invullen die speciaal is ontwikkeld om verslavingssymptomen te meten. Slechts twee procent van de gebruikers, zo blijkt, vertoonde daadwerkelijk tekenen van echte verslaving. Maar liefst achttien procent van de gebruikers dacht echter dat ze wel verslaafd waren. Dat betekent dat veel meer mensen denken verslaafd te zijn dan er werkelijk zijn.
Maar wat is überhaupt het verschil tussen een verslaving en een gewoonte? Bij een echte verslaving ervaar je specifieke symptomen die je leven ontwrichten. Je wordt bijvoorbeeld rusteloos of prikkelbaar als je de app niet kunt gebruiken. Ook kunnen er ernstige conflicten ontstaan. Je werk of studie lijdt dan onder je gebruik. Deze symptomen kwamen bij vrijwel alle deelnemers van deze studie nauwelijks voor.
Wat de meeste mensen wel hebben, zijn sterke gewoontes. Een gewoonte ontstaat doordat je hersenen een koppeling maken tussen een situatie en een actie. Zit je in de bus? Dan pak je automatisch je telefoon. Wacht je ergens? Instagram openen. Deze automatische handelingen ontwikkelen zich doordat je dezelfde actie vaak herhaalt in dezelfde context, en omdat je er een soort beloning voor krijgt in de vorm van een leuk bericht, een mooi plaatje of een like. Na verloop van tijd hoef je er niet eens meer over na te denken; je hand gaat als vanzelf naar je telefoon. Dat is iets heel anders dan een verslaving, ook al kan het soms net zo lastig aanvoelen om te stoppen.
Waarom denken we dat we verslaafd zijn?
De onderzoekers vermoedden dat de manier waarop media over social media praten een invloed heeft op hoe we over ons eigen gebruik denken. Ze analyseerden daarom ruim drie jaar aan nieuwsartikelen. Er verschenen in die periode 4.383 artikelen met de term “verslaving” tegenover slechts 50 artikelen over “gewoontes” wat betreft sociale media.
Ook kregen artikelen over verslaving veel meer aandacht op social media zelf: ze kregen bijna 72.000 likes, shares en reacties. Artikelen over gewoontes kregen er nog geen 500. Deze constante stroom aan berichten over verslaving kan ertoe leiden dat mensen hun eigen gedrag ook in die termen gaan zien.
De gevolgen van een verkeerd label
Maar maakt het eigenlijk uit of je denkt dat je verslaafd bent terwijl je eigenlijk gewoon een gewoonte hebt? Ja, blijkt uit een tweede experiment met 824 deelnemers. De onderzoekers lieten de ene groep deelnemers eerst nadenken over hun “verslavende” gebruik van Instagram door hen een tekst te laten lezen die verwees naar een waarschuwing van de Amerikaanse minister van Volksgezondheid vooraleer ze een vragenlijst moesten invullen. De andere groep vulde dezelfde vragenlijst in maar kreeg pas aan het einde de opdracht om over verslaving na te denken.
Het effect was duidelijk meetbaar. Mensen die eerst hadden nagedacht over verslaving, voelden zich daarna minder in controle over hun gedrag. Ze hadden vaker in het verleden geprobeerd om te stoppen, gaven zichzelf meer de schuld van hun gebruik en wilden nu sterker minderen. Met andere woorden: het idee dat je verslaafd bent, zorgt ervoor dat je je machtelozer voelt en dat je harder bent tegen jezelf.
Dit is precies het tegenovergestelde van wat je zou willen. Als je je gedrag wilt veranderen, heb je juist vertrouwen nodig in je eigen kunnen. Door jezelf als verslaafd te bestempelen, ondermijn je dat zelfvertrouwen en maak je het paradoxaal genoeg moeilijker om te veranderen.


