Bepaalt cultuur hoe lekker we een bepaalde stof vinden ruiken? Nee, blijkt uit nieuw onderzoek: hoe we geuren beoordelen, is vooral een kwestie van chemie en persoonlijke smaak.

Vanille zullen de meesten onder ons een prettig ruikend goedje vinden. Maar is dat zo overal ter wereld? Of zegt dat alleen iets over wat onder westerlingen de norm is, en denken mensen uit andere culturen daar heel anders over?

Het antwoord op die vraag hadden wetenschappers tot nu toe niet echt. Ja, er is wel allerlei onderzoek gedaan naar het verband tussen hoe een stofje chemisch in elkaar steekt en hoe lekker mensen het vinden ruiken. Maar de proefpersonen kwamen dan vrijwel altijd uit ‘onze hoek van de wereld’. 

Daar hebben Artin Arshamian van het Karolinska-instituut in Zweden en collega’s nu verandering in gebracht door mensen uit negen groepen, verspreid over de wereld, tien verschillende geuren te laten ruiken. En daaruit blijkt: cultuur speelt maar een heel kleine rol.

Kleinschalige samenlevingen

Arshamian en zijn team keken daarbij niet naar, bijvoorbeeld, studenten van universiteiten in allerlei landen. Dat was ongetwijfeld het makkelijkste geweest – maar dan zou je nog kunnen denken dat elke proefpersoon is opgegroeid met pizza, cola en instant noodles, en dus dáárdoor dezelfde geurvoorkeuren heeft.

In plaats daarvan ondervroegen de wetenschappers voornamelijk kleinschalige samenlevingen die maar weinig contact hebben met de rest van de wereld. De Maniq bijvoorbeeld, jager-verzamelaars uit het zuiden van Thailand. Of de Chachi, die op kleine schaal landbouw bedrijven in het regenwoud van Equador.

Geurpennen

Deze mensen kregen tien pennen voorgelegd, die elk een eigen luchtje afgaven. Vanilline zat ertussen, het hoofdbestanddeel van vanille, maar ook bijvoorbeeld isovaleriaanzuur, een stofje met een penetrante geur dat zowel in kaas als zweetvoeten zit. Deze ‘geurpennen’ moesten de proefpersonen, na eraan te hebben geroken, op volgorde van ‘prettig’ naar ‘vies’ leggen. 

De uitkomst: de volgorde van de geurtjes werd voor 54 procent bepaald door persoonlijke voorkeur en voor 41 procent door de moleculaire structuur van de stofjes. Cultuur verklaarde maar 6 procent van de resultaten. Oftewel: het maakt niet zoveel uit of een westerse student een stofje beoordeelt, of een jager-verzamelaar uit een afgelegen gemeenschap in het Amazonegebied.

Complexe mengsels

Sanne Boesveldt, die aan Wageningen University & Research onderzoek doet naar geur, merkt wel op dat er per onderzochte gemeenschap maar 25 mensen meededen aan de studie van Arshamian en zijn team. “Dat is wat weinig om er algemene conclusies uit te trekken.” 

Verder wijst ze erop dat de gebruikte stoffen elk uit maar één soort molecuul bestaan. Ze vraagt zich af of zulke stoffen wel geschikt zijn om er culturele verschillen uit op te pikken. “Ik zou denken dat de culturele component van iets lekker of vies vinden ruiken hem met name zit in voedsel en omgeving. En de meeste voedsel- of omgevingsgeuren zijn vermoedelijk complexe mengsels van geurmoleculen.”