100 worden in goede gezondheid, onderzoekers zijn maar wat benieuwd waarom dat een enkeling wel lukt maar de meesten niet. Een vergelijking van het bloed van 100-plussers met dat van jongere mensen maakt een en ander duidelijk.
Er zijn 37 eiwitten gevonden die bij mensen die de 100 halen opvallend veel lijken op die van jongere personen. De oudjes hadden vooral lage markers op het gebied van oxidatieve stress. Daarnaast zijn er nog minstens drie eiwitten betrokken bij de regulatie van de extracellulaire matrix, oftewel het ‘cement’ van ons lichaam. Weer andere eiwitten spelen een beschermende rol tegen de ontwikkeling van tumoren of zijn betrokken bij het vet- en glucosemetabolisme. Kortom: ze hebben goed bloed, die 100-plussers.
Tot die conclusie komen onderzoekers van de Universiteit van Genève (UNIGE) die drie groepen vergeleken: 39 mensen tussen de 100 en 105 jaar oud, van wie 85 procent vrouwen, 59 tachtigers en 40 veel jongere vrijwilligers (tussen 30 en 60 jaar). De tachtigers maken een verfijndere analyse mogelijk van hoe bepaalde bloedmarkers zich in de loop van een mensenleven ontwikkelen en helpen om normale veroudering te onderscheiden van de uitzonderlijke veroudering bij 100-jarigen.
Minder oxidatieve stress
De wetenschappers maten 724 eiwitten in bloedserum, waaronder 358 ontstekingsmarkers en 366 cardiovasculaire markers, twee domeinen die cruciaal zijn voor een lange levensduur. “Van deze 724 eiwitten leverden er 37 een opmerkelijk resultaat op”, aldus hoofdonderzoeker Flavien Delhaes.
“Bij onze honderdjarigen liggen de profielen van deze 37 eiwitten dichter bij die van de jongste groep dan bij die van de tachtigers. Dit vertegenwoordigt ongeveer 5 procent van de gemeten eiwitten, wat erop wijst dat 100-jarigen niet volledig ontsnappen aan veroudering, maar dat bepaalde sleutelmechanismen aanzienlijk worden vertraagd.”
Vijf belangrijke eiwitten
De duidelijkste resultaten hebben betrekking op vijf eiwitten die gelinkt zijn aan oxidatieve stress, waarvan wordt vermoed dat die het verouderingsproces versnelt. Oxidatieve stress, veroorzaakt door vrije radicalen, ontstaat hoofdzakelijk door chronische ontsteking, waarbij witte bloedcellen vrije radicalen produceren om het lichaam te verdedigen. Daarnaast zijn er disfunctionele mitochondriën die, net als slecht onderhouden oude auto’s, deze moleculen vrijgeven waarvan de overproductie schadelijk wordt.
“Maar produceren 100-jarigen minder vrije radicalen of beschikken ze over een krachtigere antioxidantafweer?” vraagt onderzoeker Karl-Heinz Krause zich af. “Het antwoord is heel duidelijk: 100-jarigen hebben lagere niveaus van antioxidanteiwitten dan andere ouderen. Op het eerste gezicht lijkt dat tegenintuïtief, maar in werkelijkheid wijst het erop dat, aangezien de niveaus van oxidatieve stress bij onze 100-jarigen aanzienlijk lager zijn, zij minder antioxidanteiwitten nodig hebben om zich daartegen te verdedigen.”
Minder ontstekingen
Maar er is meer: zo hebben bepaalde regulerende eiwitten van de extracellulaire matrix, je weet wel het ‘cement’ van ons lichaam, bij 100-jarigen een ‘jeugdige’ expressie. Ook zijn er eiwitten die mogelijk een rol spelen in de afweer tegen kanker. Verschillende eiwitten die betrokken zijn bij het vetmetabolisme nemen sterk toe met de leeftijd bij standaard ouderen, maar veel minder bij 100-jarigen. Hetzelfde geldt voor interleukine-1 alfa, een belangrijk ontstekingseiwit, dat eveneens lager is bij de oudjes.
Bovendien blijft het eiwit DPP-4, dat GLP-1 afbreekt – een hormoon dat de insulineafgifte stimuleert en de basis vormt van nieuwe geneesmiddelen tegen diabetes en obesitas – goed behouden bij 100-jarigen. “Door GLP-1 af te breken helpt DPP-4 om relatief lage insulinespiegels te handhaven, wat hen beschermt tegen diabetes en het metabool syndroom”, merkt Flavien Delhaes op.
“Ook dit is een tegenintuïtief mechanisme: 100-jarigen behouden een goede glucoseregulatie zonder grote hoeveelheden insuline te moeten produceren.” Een lange levensduur lijkt dus samen te hangen met een goed gereguleerde metabole gezondheid, waarbij de stofwisseling wordt geoptimaliseerd in plaats van opgevoerd.
Een gezonde levensstijl
“Voorlopig onderstreept onze studie het belang van een gezonde levensstijl, iets waar we allemaal invloed op hebben. Aangezien genen slechts voor een kwart een lang leven voorspellen, is de levensstijl tijdens de volwassenheid heel belangrijk: denk aan voeding, lichamelijke activiteit en sociale contacten. Zo kan het eten van een stuk fruit in de ochtend de oxidatieve stress in het bloed gedurende de hele dag verminderen”, besluiten de auteurs.
Zij voegen eraan toe: “Lichamelijke activiteit helpt om de extracellulaire matrix in een meer ‘jeugdige’ toestand te behouden. En het vermijden van overgewicht draagt eveneens bij aan het behoud van een gezonde stofwisseling, vergelijkbaar met die bij 100-jarigen.” Dus mocht je nog twijfelen: gezond leven helpt echt.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Meer dan 100 miljoen gebouwen dreigen te verdwijnen door de zeespiegelstijging en Waarom de levensverwachting van lesbische vrouwen 20 procent lager ligt dan van hetero’s. Of lees dit artikel: 40 procent van kanker is te voorkomen, maar niet door gezonder te leven alleen.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


