Prehistorische mensen in Europa dronken al melk, ver voordat de genetische eigenschap om lactose te kunnen verteren bij de volwassen mens opdook. Daarom bleek in tijden van hongersnood al die melk niet zo’n goed idee. En dus moesten mensen lactosetolerant worden.

Tot die simpele conclusie kwamen wetenschappers nadat ze onderzochten of mensen de afgelopen negenduizend jaar ook al melk dronken. Dat laatste bleek het geval, al wisselde de hoeveelheid wel sterk per periode, schrijven ze in vakblad Nature.

Lactose-intolerantie moet overigens niet worden verward met een koemelkallergie. Bij een lactose-intolerantie reageren je darmen op een overmaat aan lactose. Dit kan leiden tot buikpijn, krampen, diarree en een opgeblazen gevoel. Bij een koemelkallergie reageert het lichaam allergisch op de eiwitten die in koemelk zitten. Dat is veel ernstiger.

Kinderen wél
Melk drinken is voor jonge kinderen geen probleem. Baby’s kunnen moeiteloos het enzym lactase aanmaken, wat nodig is om het melksuiker lactose af te breken. Als kinderen ouder worden, maken ze echter steeds minder lactase aan en vanaf de puberteit kunnen de meeste mensen het enzym niet of nauwelijks meer produceren. Je kunt dan nog steeds melk drinken, maar bij grotere hoeveelheden kan het darmklachten opleveren. Ongeveer een derde van de wereldbevolking maakt als volwassene nog steeds lactase aan. Deze mensen zijn in de afgelopen tienduizend jaar onder invloed van natuurlijke selectie lactasepersistent geworden. Deze genetische eigenschap zien we overal ter wereld in melkdrinkende populaties.

Verrassende wending
Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat lactasepersistentie is ontstaan, zodat mensen meer melk en zuivelproducten konden consumeren. Maar nieuw onderzoek van de University of Bristol (UoB) en University College London (UCL) samen met medewerkers uit twintig andere landen, heeft geleid tot een andere conclusie. Het lijkt er sterk op dat honger en infectieziektes de drijvende kracht waren achter het evolutionaire proces van melk- en zuivelconsumptie.

De meeste Europeanen kunnen zoals gezegd tegenwoordig wel melk drinken, alleen liever niet te veel. Dan krijgt twee derde van de mensen nu, maar bijna alle volwassenen vijfduizend jaar geleden, problemen met het maag-darmkanaal. Dat komt dus doordat zij geen lactase meer aanmaken en de lactose dan niet kunnen afbreken. Ze krijgen dan last van diarree, buikkrampen en winderigheid. Dit noemen we lactose-intolerantie.

Niet zo zeuren
Tegenwoordig drinken heel veel mensen geen melk meer, omdat ze beweren er last van te krijgen, terwijl uit recent onderzoek in Groot-Brittannië blijkt dat de klachten veel minder vaak voorkomen dan gedacht. Eigenlijk ontstaan ze pas bij het drinken van grote hoeveelheden melk en dat doet bijna niemand. Professor George Davey Smith van de UoB legt nog maar eens uit: “Het merendeel van de wereldbevolking kan het enzym lactase niet meer produceren na de kindertijd. Maar er is een groep mensen die dit wel blijft kunnen. Zij hebben de genetische mutatie lactasepersistentie in hun DNA. Deze eigenschap is meermaals opgedoken in verschillende melkdrinkende populaties in Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika in de afgelopen tienduizend jaar.”

Vieze potten en pannen
De lactasepersistente genetische variant lijkt rond 1000 voor Christus plots sterk op te komen. Een evolutionair sprintje, dat moeilijk uit te leggen valt. Het team ging op zoek naar een verklaring door meer dan 13.000 eeuwenoude stukken aardewerk van 554 archeologische locaties te onderzoeken. Ze vonden bijna 7000 verschillende organische resten van dierlijk vet. Zo kwamen ze tot de conclusie dat melk veel werd gebruikt in Europa, al vanaf de eerste landbouw 9000 jaar geleden. De intensiteit van het melkgebruik verschilde wel fors per periode.

Daarom maakten de onderzoekers een DNA-database van meer dan 1700 gedocumenteerde prehistorische Europeanen en Aziaten, met de focus op de aanwezigheid van lactasepersistentie. De eerste persistentie werd circa 5000 jaar geleden gevonden. Het was al een stuk vaker te vinden in het 3000 jaar oude DNA. Tegenwoordig heeft zoals gezegd zelfs een op de drie de genmutatie.

Geen verband
De onderzoekers combineerden deze informatie met de organische resten op het aardewerk, maar tot hun verrassing werd er geen verband gevonden. Blijkbaar heeft het gebruik van melk dus niks te maken met het ontwikkelen van lactasepersistentie.

Ook data van de bekende UK Biobank van meer dan 300.000 mensen werden geanalyseerd. Hieruit bleek dat er nauwelijks verschillen zijn in melkdrinkgedrag tussen lactasepersistente personen en niet-lactasepersistente personen. Een grote meerderheid van de lactose-intolerante volwassenen rapporteerden geen korte- of lange termijn gezondheidseffecten.

Melk en diarree gaat niet samen
Wat dit met het melk drinken van duizenden jaren geleden te maken heeft? “Uit onze gegevens blijkt dat het al minstens 9000 jaar heel gewoon is om melk te drinken in Europa. Ook gezonde mensen, die niet lactasepersistent zijn, kunnen prima melk drinken zonder ziek te worden. Wat we wel zien, is dat het drinken van melk bij lactose-intolerante mensen tot een verhoogde lactoseconcentratie in de ingewanden leidt. Hierdoor kan er vocht ophopen in de dikke darm, wat leidt tot uitdroging als de persoon diarree heeft”, legt Smith uit.

“Als je gezond en lactasepersistent bent, en je drinkt erg veel melk, dan kan het zijn dat je last krijgt van je buik, maar je gaat er niet dood aan. Maar als je erg ondervoed bent en aan de diarree, dan is het een ander verhaal. In vroeger tijden na een mislukte oogst leek het een goed idee om meer melk te drinken, en dat deden ze waarschijnlijk ook. Helaas leidde dat vaak tot uitdroging en uiteindelijk de dood.”

Hongersnood
Het team testte deze hypothese met een ingenieus statistisch model en ze kregen gelijk: de lactasepersistente genetische variant floreerde enorm in tijden van honger en infectieziektes. De onderzoekers schrijven: “Onze bevindingen laten zien dat de bevolking in de latere prehistorie flink te lijden had onder slechte hygiëne en diarree, doordat dorpen en steden steeds groter werden. Onder deze omstandigheden was het levensgevaarlijk om melk te drinken, vooral voor lactose-intolerante mensen. Wanneer er sprake was van honger en infectieziektes werkte dit nog harder door. Mensen met het lactasepersistente gen hadden een duidelijk evolutionair voordeel en produceerden meer nageslacht dan mensen zonder lactase in het maag-darmkanaal.”