De Ju/’hoansi leefden lange tijd van jagen en verzamelen. Tot dat niet meer kon en geld zijn intrede deed. Een antropoloog onderzoekt al decennia wat dit doet met de samenleving van de Namibische stam. Veranderen sociale relaties, en ontstaat er ongelijkheid? 

De Ju/’hoansi – een stam in het noordoosten van Namibië en noordwesten van Botswana – leven nog steeds deels van wat ze in het bos vinden, maar krijgen de laatste decennia ook financiële steun van de Namibische overheid en verkopen zelfgemaakte spullen. De meeste mensen hebben ondertussen enige vorm van inkomen. Een enkeling heeft zelfs een betaalde baan bij de overheid. Hutten staan naast stenen huizen. De welvaart is oneerlijk verdeeld. Sommigen hebben zelfs schulden.

Tot twee generaties geleden bestond dat niet: de nomadische stam gebruikte geen enkele vorm van geld. Ze leefden enkel van jagen en verzamelen. Pas sinds eind jaren 70 zijn de Ju/’hoansi, onderdeel van de San of Bosjesmannen, verhuisd naar semipermanente dorpen en ontstond een gemengde economie met meer welvaart. Maar met de komst van geld komen ook nieuwe keuzes.

Eerlijk zullen we alles delen
Amerikaanse onderzoekers onderzochten hoe geld de Ju/’hoansi-samenleving heeft veranderd. Sommige dingen, zoals het delen van voedsel en giften aan nabije familie, zijn niet of nauwelijks veranderd. Maar andere zaken wel. Zo wordt er minder gedeeld en gegeven binnen de uitgebreide netwerken van verre familie en kennissen. “Ik zag de normen veranderen van het verplicht delen van wat je hebt naar het toestaan van zelf houden wat je verdient”, zegt antropologieprofessor aan de University of Utah, Polly Wiessner.

De Ju/’hoansi werkten met een systeem van giften, hxaro genaamd. Deze traditie van geven en delen zorgde er niet alleen voor dat iedereen te eten had, maar zei ook iets over de status van de relatie en de sterkte van de sociale banden, aangezien iedere gift een connectie tussen gever en ontvanger impliceert. Dit systeem van wederkerigheid zorgde ervoor dat in moeilijke tijden de Ju/’hoansi konden rekenen op steun van partners in andere dorpen tot wel 200 kilometer verderop. In 1974 was 69 procent van alle bezittingen bij de stam een hxaro-gift.

Het slijk der aarde
Maar toen deed geld zijn intrede. In de jaren 70 verloor de stam zijn traditionele trekgebied en stelde de Namibische overheid een permanent woongebied vast dat Nyae Nyae heet. De Ju/’hoansi begonnen er dieren te houden en gewassen te telen. Ze kregen opvang voor de kinderen en pensioen voor de ouderen. Sommigen kregen banen bij de overheid. Ze hadden die steun ook nodig, omdat ze moeite hadden om in hun dagelijkse behoeften te voorzien na het verlies van hun gebied om te jagen en verzamelen.

De komst van het geld maakte dat delen minder effectief was: eerder deelde een stamlid het vlees van een gedood dier, omdat hij het zelf toch niet allemaal op kon eten en het anders bedierf. Hierbij zijn de kosten van de transactie laag voor de gever en de voordelen voor de ontvanger juist groot. Maar het delen van geld kost de gever evenveel als het de ontvanger oplevert. Met andere woorden: delen is duurder geworden.

Geld haalt bovendien de betekenis weg van het geven en ontvangen van spullen. Bijna alle bezittingen kwamen eerder voort uit een gift binnen een sociale relatie. “Dus het object, de gift, is nooit los te zien van de relatie”, zegt Wiessner. “Alle materiële goederen brengen een bepaald soort relatie met zich mee, terwijl met geld koop je iets in de winkel en dan heb je het, er is geen sociale connectie.”

Dorp van de Himba in Namibië (foto: Enrico01)

Oud verhaal
Wiessner onderzocht de leefstijl en de sociale netwerken van de Ju/’hoansi tussen 1996 en 2018. Ze vergeleek de data met informatie die ze halverwege de jaren 70 verzamelde toen ze voor het eerst bij de stam op bezoek ging. Ze analyseerde nog meer data van hoe de dorpsbewoners hun geld uitgaven tussen 2020 en 2022.

Haar belangrijkste conclusie: het hxaro-systeem van uitruil binnen een groot sociaal netwerk was ingestort. In 1997 was het aantal hxaro-relaties al gehalveerd. Nog twintig jaar later, in 2018, was het niet veel meer dan een verhaal waarover de ouderen vertelden.
Hoe dat zo snel kon veranderen? Door wat we net schreven: delen werd duur. Het leverde te weinig op en het kostte te veel. De norm veranderde ook. Ju/’hoansi respecteerden elkaars autonomie om met hun eigen geld te doen wat ze zelf wilden en het eerst te delen met hun eigen gezin. Een dorpeling vertelt: “Als ik uitbetaald krijg, ontvang ik veel verzoeken. Ik zeg dan tegen mijn familie en vrienden dat ik eerst mijn schuld voor de winkel betaal en dan eten koop en schooluniformen en andere goederen voor mijn gezin en mijzelf. Als het geld dan op is, vertel ik tegen mijn vrienden dat er volgende keer misschien wel wat over is. Zo zorg ik ervoor dat ik zelf genoeg heb en mijn vrienden behoud.” In de praktijk daalde het aantal giften aan verre familie en vrienden van 23 procent van het totaal in 1974 naar 1 procent in 2018.

Man en vrouw zijn gelijk
Met de komst van het geld, kwam ook de ongelijkheid. De overheidsmedewerkers, voornamelijk mannen, waren aanzienlijk rijker dan de andere dorpsbewoners. En hoewel zij in duurdere huizen woonden en grotere auto’s hadden, leidde dit niet tot andere vormen van sociale ongelijkheid. De vrouwen wisten bijvoorbeeld kruiden duur te verkopen. Zo was er geen verschil in het aantal bezittingen tussen mannen en vrouwen. “Er is altijd gendergelijkheid geweest”, zegt Wiessner. “En soms denken mensen dat dit zal verminderen omdat de mannen vaker de betaalde banen hebben, maar dat gebeurt niet.”

De Ju/’hoansi vinden gelijkheid belangrijk. “Als iemand politieke macht probeert te krijgen, wordt diegene teruggefloten. Ik weet niet hoe lang het duurt, maar voor nu houden sterke egalitaire principes stand, zelfs al zijn de materiële verschillen groot.”

De toekomst
Wiessner benadrukt dat de komst van geld ook voordelen met zich meebracht. Voor die tijd leefde de Ju/’hoansi regelmatig in armoede. Nu hebben ze voedsel, kleding en andere spullen die het leven fijner maken. Maar ze ziet ook dat de Ju/’hoansi steeds meer willen. “Dat is wat geld echt doet. Spullen die je graag wil, veranderen in spullen die je denkt nodig te hebben. Geld verandert de samenleving omdat het meer en meer wenselijke spullen verschuift naar de categorie noodzakelijke behoeftes.”

Ook moet Wiessner nog zien wat er gebeurt als er financiële en sociale instituties komen. Op dit moment kan de ene Ju/’hoansi de andere niet in dienst nemen of betaling afdwingen voor geleverde diensten. Er is wel een vorm van schuldopbouw mogelijk, maar er is geen systeem dat dwingt tot afbetalen van leningen. De vraag is of dergelijke instituties er wel gaan komen en wat dat doet met de samenleving. Dan zou er alsnog weleens sociale ongelijkheid kunnen ontstaan. Maar vooralsnog is iedereen – van jong tot oud, man of vrouw, zwak of sterk – gelijk bij de Ju/’hoansi.