Onderzoekers hebben ontdekt dat een tachtig jaar oud scheepswrak in de Noordzee vervuilende stoffen – zoals explosieven en zware metalen – lekt en zo de zeebodem en wat daarop leeft, verandert.

De bodem van de Noordzee ligt vol met stille getuigen ven gewelddadigere tijden. Denk aan bommen, maar ook aan neergestorte oorlogsvliegtuigen en vergane oorlogsschepen. En hoewel bekend is dat bijvoorbeeld die scheepswrakken behoorlijk wat potentieel schadelijke stoffen herbergen – zoals kolen, petroleum en explosieven – weten we eigenlijk nauwelijks waar die wrakken zich precies bevinden én of ze inderdaad van invloed zijn op hun directe omgeving. “Het grote publiek is vaak heel geïnteresseerd in scheepswrakken vanwege hun historische waarde,” stelt onderzoeker Josefien van Landuyt. “Maar de mogelijke milieu-impact van deze wrakken wordt vaak over het hoofd gezien.”

Wrak
Een nieuw onderzoek van wetenschappers van de Universiteit Gent, het Vlaams Instituut voor de Zee, en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, onder leiding van Van Landuyt en verschenen in het blad Frontiers in Marine Science, poogt daar nu verandering in te brengen. Voor de studie bogen de wetenschappers zich over een schip dat in de Tweede Wereldoorlog tot zinken werd gebracht en al tachtig jaar op de Noordzeebodem ligt. De focus lag daarbij niet zozeer op het schip zelf, maar juist op de omgeving ervan. “Wij wilden nagaan of oude scheepswrakken in ons Belgische deel van de zee nog steeds van invloed zijn op lokale microbiële samenlevingen en of ze het omringende sediment nog steeds beïnvloeden.”

V-1302 John Mahn
Het schip in kwestie is de V-1302 John Mahn: een Duitse vissersboot die in de Tweede Wereldoorlog gevorderd werd en vervolgens ingezet werd als patrouilleboot. In 1942 werd de boot door de Britse luchtmacht voor de kust van België aangevallen en tot zinken gebracht.

Zware metalen
De onderzoekers bemonsterden de stalen romp van het wrak, maar ook het sediment direct rond en op iets grotere afstand van het schip. En al snel werd duidelijk dat het scheepswrak van invloed is op de directe omgeving. Zo werden er in sedimenten nabij het schip uiteenlopende concentraties zware metalen teruggevonden, waarbij de hoogste concentratie gemeten werd nabij de kolenbunker. “Die zware metalen kunnen deels van het scheepswrak afkomstig zijn, echter zijn er in zeewater altijd wel wat metalen te vinden,” legt Van Landuyt aan Scientias.nl uit. “Van het scheepswrak kunnen die komen van verschillende zaken, om mee te beginnen de scheepsromp, die onderhevig is aan zowel fysieke corrosie door onderwaterstromingen (schuren van o.a. zand) als aan biologische corrosie door microben die de omzetting van deze metalen kunnen gebruiken als energiebron. Daarbovenop is het ook zo dat kolen zware metalen bevatten en dat metalen dus ook kunnen lekken of gelekt kunnen zijn uit de koolbunker. Ook de verf, smeermiddelen, en diverse andere componenten van het wrak kunnen metalen bevat hebben.” De teruggevonden concentraties zware metalen zijn gelukkig niet direct reden voor paniek, zo benadrukt Van Landuyt. “De concentraties die we bij dit schip gevonden hebben, waren heel laag en zijn dus zeker niet iets om ons grote zorgen om te maken.”

Paks
Naast zware metalen stuitten de onderzoekers in de nabijheid van het schip ook op polycyclische aromatische koolwaterstoffen (kortweg paks). Dit zijn chemicaliën die van nature voorkomen in bijvoorbeeld kolen en ruwe olie. Ook die concentraties waren niet direct schadelijk, maar wel van invloed op de levensvormen die nabij het schip werden aangetroffen. Zo bleken sedimenten die rijk waren aan paks ook opvallend vaak gekoloniseerd te zijn door bacteriën zoals de Rhodobacteraceae en Chromatiaceae. Dit zijn bacteriën die paks af kunnen breken. Hun aanwezigheid lijkt echter niet direct ten koste te gaan van andere microben. “De microbiële gemeenschap was beïnvloed, en soms zagen we wat aanrijking van aromatische koolwaterstofdegradeerders, maar de microbiële diversiteit was nog steeds hoog,” stelt Van Landuyt.

Arseen en explosieven
Behalve zware metalen en paks werden in de nabijheid van het schip ook wat hogere concentraties arseen aangetroffen. “Wij denken dat het arseen dat we vonden misschien mee gelekt zou kunnen zijn met de polycyclische aromatische componenten uit de koolbunker. Aangezien dit een typisch metaal is dat mee kan lekken uit steenkool.” Ook stuitten de onderzoekers op gelekte bestanddelen van explosieven. “De vervuiling is heel beperkt en valt onder het limiet om gevaarlijk te zijn voor biologisch leven,” stelt Van Landuyt. Ook speelt de vervuiling enkel in de directe nabijheid van het schip. “We zagen dat de hogere waarden (die ook nog steeds te laag zijn voor milieuschade) maar heel lokaal te vinden waren, op zo’n 10-20 meter van het schip.”

Kunstmatig rif
Behalve via weglekkende vervuilende stoffen blijkt het scheepswrak de zeebodem en wat daarop leeft ook nog op een andere manier te beïnvloeden. Zo vormt het wrak zelf een soort kunstmatig rif. “Dat zorgt voor een hele hoge diversiteit aan macrofauna die je anders niet zou vinden op de bodem van het Belgische deel van de Noordzee. Sommige (hogere) soorten, zoals anemonen en vissen doen het dus beter in de buurt van het wrak.”

Hoewel de onderzoekers zich voor hun studie over slechts één scheepswrak bogen, staat het verhaal van de V-1302 John Mahn natuurlijk niet op zichzelf. Zoals gezegd liggen er op de Noordzeebodem nog veel meer scheepswrakken, vliegtuigen en munitie uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. “Wat mij vooral verrast heeft, is hoeveel scheepswrakken uit de wereldoorlogen er zo te vinden zijn op de bodem van de Noordzee,” stelt Van Landuyt. “En hoe weinig we weten over hun milieu-impact.” Met het onderzoek naar V-1302 John Mahn is wat dat laatste betreft nu een tipje van de sluier opgelicht. Maar meer onderzoek is noodzakelijk. Niet in de laatste plaats, omdat niet ondenkbaar is dat andere wrakken voor hun omgeving een stuk schadelijker zijn dan de V-1302 John Mahn. En zelfs wanneer ze dat op dit moment niet zijn, kunnen ze dat op termijn ook altijd nog worden, benadrukt Van Landuyt. “Zeker doordat corrosie in de Noordzee heel traag gaat, kan het zijn dat wrakken van 80-100 jaar oud (oftewel uit de wereldoorlogen) nu pas een probleem gaan worden.” Bijvoorbeeld doordat tot op heden afgesloten ruimtes in de wrakken door corrosie openvallen. “Hoewel we deze oude scheepswrakken niet zien en velen van ons niet eens weten waar ze zijn, kunnen ze nog steeds onze mariene ecosystemen vervuilen,” waarschuwt Van Landuyt.

Het is daarom belangrijk om in de toekomst meer scheepswrakken te bemonsteren en manieren te ontwikkelen om te kunnen voorspellen welke wrakken op termijn een gevaar voor het lokale milieu zouden kunnen gaan vormen en dus gesaneerd moeten worden. Maar daar wordt aan gewerkt, vertelt Van Landuyt. De studie naar de V-1302 John Mahn maakt namelijk onderdeel uit van een internationaal onderzoeksproject naar scheepswrakken in de Noordzee. Hierbinnen worden meerdere van deze wrakken door een interdisciplinair team van wetenschappers onderzocht. Het is belangrijk werk. “Wij mensen vergeten vaak dat we, onder de zeespiegel via weglekkende chemicaliën, fossiele brandstoffen en zware metalen afkomstig uit soms eeuwenoude wrakken – waarvan we ons niet eens kunnen herinneren dat ze er zijn – een enorme invloed uitoefenen op de dieren, microben en planten die daar lokaal leven.”