Dankzij dammen kunnen er mogelijk gewassen geteeld worden voor zo’n 1,5 miljard mensen. “Toch moet de bouw van meer dammen het laatste redmiddel zijn,” aldus wetenschappers.

De stuwdam: het is werkelijk een doorn in het oog van milieuactivisten. Dat komt omdat ze grote gevolgen hebben voor dieren die van de vrije stroom van een rivier afhankelijk zijn. De bouw van dammen heeft er zelfs aan bijgedragen dat het aantal zoetwatersoorten in de afgelopen halve eeuw enorm is gekelderd. Toch kunnen ze ook levensreddend zijn, zo toont een nieuwe studie paradoxaal genoeg aan. Dammen zouden zelfs een cruciale rol kunnen spelen in het produceren van duurzaam voedsel voor toekomstige generaties.

Landbouw
Voor het telen van gewassen is water nodig. Maar de aanwezigheid van voldoende water is niet overal in de wereld een vanzelfsprekendheid. Het betekent dat veelgebruikte landbouwpraktijken bestaande watervoorraden uitputten en vervuilen en natuurlijke landschappen beschadigen. “Veel van ’s werelds landbouwgronden worden nog altijd bewaterd door regen,” vertelt onderzoeker Rafael Schmitt in een interview met Scientias.nl. “In deze gebieden wordt de voedselproductie beperkt door de beschikbaarheid daarvan.” Tweederde van het mondiale akkerland is afhankelijk van regenval. Men compenseert de afwezigheid van regen door gebruik te maken van niet-duurzame waterbronnen. Denk aan niet-hernieuwbaar grondwater of door bestaande stromen te belemmeren.

Dammen
Dit is waar de omstreden stuwdam om de hoek komt kijken. “Het meeste water is vaak beschikbaar in het voorjaar, wanneer sneeuw smelt,” legt Smitt uit. “Door dit water op te slaan, kunnen we in de zomer, wanneer er droogte heerst, gewassen bewateren. Uitbreiding van goed aangelegde irrigatiesystemen zou dus enerzijds de voedselproductie kunnen verhogen terwijl anderzijds de ecologische voetafdruk van de landbouw niet toeneemt.” Afgedamde reservoirs zijn daarbij veelbelovend. De onderzoekers berekenden dat in deze reservoirs meer dan 50 procent van het water dat voor irrigatie nodig is, opgeslagen kan worden. Het betekent dat dammen gewassen in water kunnen voorzien, zonder bestaande watervoorraden uit te putten of de natuur aan te tasten.

Potentie
De potentie van dammen is gigantisch. Zo blijkt uit de nieuwe analyse dat er dankzij dammen genoeg gewassen geteeld zouden kunnen worden om zo’n 1,15 miljard monden te voeden. En dat is zeker met het oog op klimaatverandering (waardoor de wereld steeds droger wordt) en de snelgroeiende wereldbevolking, geruststellend. Het onderzoek belicht dan ook de grote rol die dammen kunnen spelen in het waarborgen van voedselzekerheid in de toekomst.

Paradoxaal
Tegelijkertijd is deze ontdekking enorm paradoxaal, gezien vanuit het oogpunt van natuurbehoud. “Het hele uitgangspunt van intensivering van de landbouw met duurzame irrigatie is het behoud van natuurlijke landecosystemen, terwijl tegelijkertijd de voedselproductie wordt verhoogd en de voedselzekerheid wordt vergroot,” zegt Smitt. “Dat klinkt als een mooie synergie. Nu blijkt uit ons onderzoek dat het realiseren van deze synergie meer wateropslag vereist. En dat kan grote gevolgen hebben voor zoetwaterecosystemen. Ons onderzoek laat dus zien dat we bij het nadenken over voedselzekerheid rivieren en watersystemen niet moeten vergeten, ook al wordt het meeste voedsel op het land verbouwd.”

Laatste redmiddel
De onderzoekers benadrukken dat grote reservoirs slechts een deel van de oplossing zijn. Sterker nog, ze betogen dat ‘de bouw van meer dammen het laatste redmiddel is’. “Het verbouwen van meer voedsel kan vanwege de benodigde infrastructuur verwoestende gevolgen hebben voor rivieren,” legt Smitt uit. De fragmentatie kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de vismigratie en sedimenttransport. Verdere negatieve gevolgen moeten we volgens Smitt dan ook zien te voorkomen. “De biodiversiteit is in de afgelopen decennia al het meest in rivieren afgenomen,” onderstreept de onderzoeker.

Alternatieven
Volgens het team zou er beter naar alternatieven gezocht moeten worden. Enkele oplossingen voor een milieuvriendelijkere wateropslag voor irritatie zijn onder meer waterwinning met kleine dammen, het aanvullen van grondwatersystemen met overtollig oppervlaktewater en een beter beheer van bodemvocht op landbouwvelden. Deze alternatieven vereisen minder infrastructuur en creëren vaak bijkomende voordelen voor lokale gemeenschappen en wilde dieren. Of daar hetzelfde aantal monden mee gevoed kan worden, is echter de vraag. “We weten dankzij eerdere studies wat het potentieel van dammen is,” zegt Smitt. “Voor deze alternatieven ontbreekt dit inzicht.”

Gemakkelijke weg
Of de bouw van dammen dan de gemakkelijkste weg is om onze voedselzekerheid te waarborgen? Smitt betwijfelt dat. “Veel ingenieurs denken dat waarschijnlijk wel,” zo zegt hij desgevraagd. “Maar de recente ervaring leert dat dit niet het geval is. Er zijn momenteel eigenlijk maar heel weinig grote damprojecten gaande (behalve in China). De reden is niet alleen de hoge kosten die daarmee gepaard gaan, maar ook de weerstand vanuit de samenleving. De economische uitdagingen worden nog verergerd door het feit dat irrigatiedammen meestal niet economisch aantrekkelijk zijn en veel subsidies vergen. Een van onze bevindingen is bovendien dat er in Europa een aanzienlijk potentieel bestaat voor afgedamde reservoirs voor irrigatie. Maar ondanks dat, denk ik niet dat we in de nabije toekomst in Midden-Europa meer dammen zullen zien verrijzen – uitzonderingen daar gelaten in de Alpen, waar misschien dammen gebouwd gaan worden voor waterkracht. Ik vermoed dat er simpelweg geen maatschappelijk akkoord komt voor de bouw van meer dammen in bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk. Kortom, vanuit technisch perspectief lijken dammen de makkelijke weg, maar vanuit sociaal-economisch perspectief zeker niet.”

Met de studie laten de onderzoekers de tweeledigheid van de kwestie zien. “Er bestaat veel discussie rondom de bouw van dammen,” zegt Smitt. “En als je er een paar op de verkeerde plek bouwt, kunnen ze enkele van ’s werelds grootste rivieren verwoesten. Toch denk ik dat dammen een belangrijke rol gaan spelen en dat we er meer nodig zullen hebben. De besluitvorming daarvoor moet mijns inziens stapsgewijs, waarbij er eerst onderzocht wordt of er alternatieven mogelijk zijn. Mocht er toch een dam nodig zijn, dan is het belangrijk om in kaart te brengen welke dammen met de minste impact in die resterende behoefte aan opslag kunnen voorzien.”