Boomzwaluwen in Noord-Amerika broeden door de klimaatverandering steeds eerder. Echter lijken vooral noordelijke populaties de grens van hun aanpassingsvermogen te bereiken.
Dat blijkt uit een grote studie onder leiding van onderzoekers van Cornell University. Zij onderzochten bijna 95.000 nesten van boomzwaluwen. De gegevens komen uit 123 gebieden, van Alaska en Canada tot aan het zuiden van de Verenigde Staten. De oudste waarnemingen stammen uit 1966 en de nieuwste uit 2024. De resultaten zijn te vinden in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences.
Onderzoeksprojecten
Aan het onderzoek werkten 28 onderzoeksgroepen uit Noord-Amerika mee. Ook werden de verzamelde onderzoeksgegevens gebruikt van ongeveer 40.000 burgerwetenschappers. Een van de projecten waar binnen die gegevens verzameld werden is NestWatch, dat wordt geleid door het Cornell Lab of Ornithology.
Daarnaast gebruikten de onderzoekers ook gegevens uit eBird. Via dat programma kunnen vogelaars hun waarnemingen delen. Aan de hand van die waarnemingen konden de wetenschappers inschatten wanneer de boomzwaluwen in hun broedgebieden aankwamen. Vervolgens vergeleken ze die informatie met de lokale temperaturen, het moment waarop de eieren werden gelegd en het uiteindelijke broedsucces.
Dezelfde reactie
Uit het onderzoek blijkt dat boomzwaluwen, ongeacht waar ze leven, ongeveer hetzelfde reageren op hogere temperaturen: voor elke graad opwarming beginnen de vogels gemiddeld bijna een dag eerder met het leggen van eieren. Echter maskeert die algemene regel een belangrijke uitzondering: door de klimaatverandering is het weer in het noorden van hun leefgebied veel grilliger geworden. In het voorjaar kan een warme periode plots worden opgevolgd door een koude week. Dat maakt het voor de boomzwaluwen die daar leven lastig om het juiste moment te kiezen.
Daarbij blijkt dat de vogels vooral lijken te letten op het weer in de drie weken voordat ze gaan broeden. In die periode moeten ze als het ware ‘voorspellen’ hoe het voorjaar zich zal ontwikkelen. Een verkeerde keuze kan grote gevolgen hebben voor hun jongen. “Als een vogel vroeg eieren legt en het vervolgens een warm jaar wordt is het broedsucces het hoogst,” zegt onderzoeker Maren Vitousek. “Maar als een vogel vroeg begint en het daarna toch koud wordt is het broedsucces veel lager dan wanneer de vogel had gewacht.”
Koud weer
De komst van koud weer is om meerdere redenen gevaarlijk. Ten eerste omdat jonge vogels moeite hebben om zichzelf warm te houden, waardoor ze bij koud weer minder goed groeien. Er is echter nog een andere reden waarom koud weer gevaarlijk is: door de lage temperaturen vliegen er vaak minder insecten rond. Aangezien boomzwaluwen vooral vliegende insecten eten hebben ze daardoor dus minder voedsel tot hun beschikking.
Voor de vogels die in het noorden broeden is de situatie dus extra lastig. Hoofdonderzoeker Conor Taff zegt: “De vogels die in het noorden broeden reageren net zoals andere boomzwaluwen. Echter warmt het noorden sterker op, waardoor de vogels dus steeds eerder beginnen te broeden. Tegelijkertijd krijgen ze ook te maken met wisselvalliger weer, en hebben ze vanwege hun langere tocht minder tijd over om de eerste eieren te leggen.”
Leestip: Jonge boerenzwaluwen blijken extra kwetsbaar te zijn voor weersextremen
Vitousek voegt toe: “Deze populaties komen mogelijk dicht bij de grens van hun flexibiliteit. Ze lijken een kantelpunt te naderen.” Zo blijkt uit het onderzoek ook dat de populaties die in het noorden voorkomen in Noord-Amerika het niet goed doen: de populaties die daar leven zijn de afgelopen halve eeuw het sterkst afgenomen. In het zuiden bleven de aantallen stabiel of namen ze zelfs toe.
De studie laat daarmee iets belangrijks zien: twee populaties kunnen op dezelfde manier reageren op warmer weer, maar desondanks kan de ene populatie toch veel harder geraakt worden dan de andere. Zo gaat het met de zuidelijke populaties dus goed, terwijl de problemen zich in het noorden opstapelen.
De onderzoekers denken dat dit patroon ook bij andere diersoorten voor kan komen. De klimaatverandering verandert namelijk niet alleen de gemiddelde temperatuur; ook de timing en voorspelbaarheid van seizoenen kunnen verschuiven. Voor dieren die afhankelijk zijn van specifieke omstandigheden kan dat grote gevolgen hebben.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Ook de vale gierzwaluw leeft maandenlang in de lucht en Noord-Amerikaanse roodkopgieren blijven steeds langer hangen in Canada . Of lees dit artikel: Het geldt niet alleen voor de mens, maar voor heel veel soorten: sociale dieren leven langer .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


