Een ecosysteem is net een kaartenhuis: valt er één kaart weg, dan wankelt de hele constructie. Nieuw onderzoek laat zien dat bizons die vrij rondtrekken in Yellowstone precies zo’n sleutelrol spelen.
Elk dier op aarde draagt op zijn eigen manier bij aan het ecosysteem waarin het leeft. Bijen en vlinders zorgen voor bestuiving, waardoor planten zich kunnen voortplanten. Gieren ruimen kadavers op en verkleinen zo de kans op ziektes. Wolven houden prooidieren in toom, zodat er geen plagen ontstaan. Zo blijft de natuur in balans. Onderzoekers hebben nu een nieuw en bijzonder voorbeeld gevonden van deze wisselwerking: de vrij rondtrekkende bizons in Yellowstone blijken de veerkracht van de graslanden te versterken.
Voedingsstoffen
Volgens de nieuwe studie, gepubliceerd in het blad Science, bevorderen de zwervende bizons van Yellowstone niet alleen de gezondheid van het ecosysteem op grote schaal, maar versnellen ze ook de kringloop van voedingsstoffen. Daarmee dagen ze klassieke ideeën over begrazing uit. Het onderzoek suggereert bovendien dat het herstel van grootschalige migraties de volledige ecologische kracht van de bizon kan ontketenen.
Nog maar 400.000 over
Ooit leefden er tientallen miljoenen bizons in Noord-Amerika. Hun seizoensgebonden trektochten gaven vorm aan de immense graslanden van het continent. Vandaag de dag is dat beeld verdwenen: er zijn nog slechts zo’n 400.000 bizons over, verspreid over kleine, beheerde kuddes op privéterreinen en in natuurreservaten. De uitgestrekte, wilde kuddes van vroeger zijn verleden tijd.
Park fungeerde als laboratorium
Eerder onderzoek liet al zien dat bizons habitats diverser maken, plantengemeenschappen beïnvloeden en de kringloop van voedingsstoffen stimuleren. Toch bleef de bredere impact van migrerende kuddes grotendeels onbekend. Dat kwam vooral doordat moderne bizons veel minder vrij bewegen. De nieuwe migraties in het noorden van Yellowstone bood onderzoekers daarom een unieke kans. Het park fungeerde als een natuurlijk laboratorium om te bestuderen hoe grote grazers ecosystemen op landschapsniveau vormgeven.
Het onderzoek
Tussen 2015 en 2022 volgden Chris Geremia en collega’s de begrazing door bizons op zestien locaties. Ze onderzochten de effecten op de koolstof- en stikstofkringloop, de samenstelling van plantengemeenschappen en de bodemmicrobiologie. De resultaten waren opvallend. De bizons bleken de productie van planten te stabiliseren en tegelijk de stikstofcyclus te versnellen. Dat leidde tot een toename van stikstof in de bodem en in planten, waardoor de voedingskwaliteit van het landschap verbeterde. Vooral in vochtige, nutriëntrijke gebieden – waar de bizondichtheid hoger was dan doorgaans wordt aanbevolen – waren deze effecten duidelijk zichtbaar. Ook de dichtheid van bodemmicroben nam daar toe.
Kracht van herbivoren
De onderzoekers concluderen dat de kracht van migrerende herbivoren zoals bizons niet alleen schuilt in hun formaat, maar ook in hun aantallen, dichtheid en vooral in hun vrijheid om te trekken. Om vooruitgang te boeken met het behoud van migrerende herbivoren en graslandecosystemen, moeten we diversiteit op landschapsschaal omarmen, schrijven zij. “Dit betekent dat we verder moeten kijken dan de schaal van individuele ranches of weides en ruimte moeten creëren voor duizenden migrerende grote herbivoren om zich vrij over het landschap te bewegen.”
Het onderzoek onderstreept dat ecosystemen met grote, inheemse grazers zoals bizons ook vandaag nog veerkrachtig kunnen functioneren. Het is een krachtige herinnering dat juist deze dieren, net als bijen, gieren en wolven, onmisbaar zijn voor het evenwicht in de natuur.


