Hoe begon de ijzertijd? Wetenschappers vinden een belangrijke aanwijzing

Hoe begon de ijzertijd? Tot nu toe was het plaatje niet compleet. Een nieuwe analyse van een 3000 jaar oude werkplaats brengt daar nu verandering in.

Engelse onderzoekers hebben de smelterij Kvemo Bolnisi, gelegen in het zuiden van het land Georgië, onderzocht. Het is een plaats die in de jaren vijftig werd gevonden en al beschreven is in eerdere studies. Lange tijd gingen archeologen ervan uit dat dit een werkplaats was voor de productie van ijzer. Deze nieuwe studie trekt dat in twijfel.

Wat blijkt? Bij Kvemo Bolnisi werd vooral koper geproduceerd, geen ijzer. Dat ontdekten de onderzoekers door modernere analysetechnieken te gebruiken. Maar waarom dachten wetenschappers vroeger dan wel dat er ijzer geproduceerd werd? Dat is eigenlijk makkelijk te verklaren: er werd wel degelijk ijzer gevonden op de plaats, maar dan in de vorm van hematiet, een mineraal vol ijzeroxide. Dit mineraal, zo denken de onderzoekers, werd wellicht gebruikt als een soort hulpmiddel om koper makkelijker uit gesteente te krijgen. Het ijzer zelf werd dus nog niet bewerkt, maar mensen gebruikten het wel degelijk als grondstof. En, zo luidt de theorie, dit zou kunnen hebben gediend als een belangrijke stap richting de ontdekking van de eigenlijke bewerking van ijzer.

Geen nieuwe theorie

Dat kopersmelters experimenteerden met nieuwe technieken en zo per ongeluk ijzer hebben ‘uitgevonden’, is op zich geen nieuwe theorie. Maar nu lijkt er voor het eerst tastbaar bewijs voor te zijn. “Dit toont aan dat deze metaalbewerkers ijzeroxide – de geologische verbindingen die uiteindelijk zouden worden gebruikt als erts voor het smelten van ijzer – als een afzonderlijk materiaal beschouwden en experimenteerden met de eigenschappen ervan in de oven. Het gebruik ervan hier suggereert dat dit soort experimenten door koperbewerkers cruciaal was voor de ontwikkeling van de ijzermetallurgie”, zegt Nathaniel Erb-Satullo, medeauteur van de studie, in een persbericht.

IJzer heeft de wereld veranderd

Deze experimenten lijken misschien klein, maar ze legden de basis voor een enorme verandering: de overgang van de bronstijd naar de ijzertijd rond 1200 voor Christus. In de bronstijd gebruikten mensen (je raadt het al) brons, een mix van koper en tin, om wapens en gereedschappen te maken.

IJzererts komt bijna overal voor terwijl koper en vooral tin relatief schaars zijn. Lokale productie maakte ijzerproductie minder afhankelijk van grote netwerken. Op den duur leerde de mens ook steviger ijzer te maken door wat koolstof toe te voegen waardoor het scherper geslepen kon worden en harder was. Dit noemen we staal.

IJzer veranderde dus niet alleen de manier waarop mensen werktuigen maakten, maar ook hoe samenlevingen groeiden, zoals die van de Assyriërs en later de Romeinen. Een goed uitgerust leger met ijzeren zwaarden had al snel een voorsprong op stammen zonder deze technologie.

Voor de ijzertijd was ijzer wel bekend, maar uitzonderlijk zeldzaam. De beroemde farao Toetanchamon, die zo’n 3.300 jaar geleden overleed, had in zijn graf bijvoorbeeld een ijzeren dolk mee. Die was gemaakt van ijzer uit meteorieten. Dit object was toen echter veel waardevoller dan goud. Niemand wist hoe je ijzer kon winnen uit erst. Pas toen dat geheim ontrafeld werd, kwam de echte doorbraak. Daardoor werd massaproductie van ijzer mogelijk, want het metaal komt op aarde veel voor.

Toch blijft de vondst slechts een puzzelstukje. De overgang naar de ijzertijd was complex en gebeurde niet overal tegelijk. Je kunt het vergelijken met de overstap naar hernieuwbare energie vandaag: in het Westen en China worden zonne- en windparken massaal uitgerold, terwijl andere delen van de wereld nog sterk leunen op steenkool. Maar uiteindelijk wint de ene technologie het van de andere en verandert de wereld voorgoed.

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd