In reactie op de door het westen opgelegde sancties speelt de directeur van Roscosmos op sociale media de laatste weken regelmatig hardop met de gedachte het ISS (letterlijk en figuurlijk) te laten vallen. Grootspraak? Of een reële dreiging?

Het besluit van Rusland om Oekraïne binnen te vallen en de daaropvolgende door sancties vergezeld gaande verontwaardiging van andere landen hebben ervoor gezorgd dat de liefde tussen Rusland en het westen flink bekoeld is. En de gevolgen daarvan worden niet alleen hier op aarde gevoeld, maar ook in de ruimte. Zo zag de Europese ruimtevaartorganisatie zich door de oorlog in Oekraïne recent al genoodzaakt om de lancering van haar Marsrover – die samen met een Russische lander op een Russische draagraket gelanceerd zou worden – uit te stellen. Ondertussen besloot Rusland in reactie op de opgelegde sancties zich per direct terug te trekken uit het Europese lanceercentrum bij Kourou in Frans-Guyana, waardoor Europa voor de lancering van bijvoorbeeld haar navigatiesatellietenconstellatie Galileo niet langer hoeft te rekenen op de Russische Sojoez-raketten. En ook in het internationale ruimtestation (ISS) dat op zo’n 400 kilometer hoogte om de aarde cirkelt, worden de spanningen gevoeld. Zo kondigde de Russische ruimtevaartorganisatie al aan dat experimenten die in samenwerking met Duitsland in het Russische segment van het ISS plaats zouden vinden, nu alleen door de Russen – en dus niet langer in samenwerking met de Duitsers – uit worden gevoerd.

Het ISS
Maar niet alleen de samenwerking binnen het internationale ruimtestation staat onder druk. Ook het ruimtestation zelf is onderwerp van gesprek in een aantal Russische twitterberichten die zo op het eerste gezicht weinig aan de verbeelding overlaten. Zo dreigde Dmitry Rogozin, directeur van de Russische ruimtevaartorganisatie Roscosmos, op Twitter al herhaaldelijk om de handen van het ISS af te trekken. Iets wat volgens hem gegarandeerd zou resulteren in een ongecontroleerde crash van het ruimtestation.

“Op de hoogte waar het ISS zich bevindt – op ongeveer 400 kilometer boven het aardoppervlak – heb je nog een klein beetje wrijvingsweerstand door de atmosfeer van de aarde,” zo legt Nancy Vermeulen, sterrenkundige, oprichter van de Space Training Academy (waarmee ze private astronauten klaarstoomt voor hun ruimtereis) en auteur van het recent verschenen boek ‘Iedereen ruimtevaarder‘, uit. “En door die wrijvingsweerstand moet het ISS af en toe een boost krijgen om die weerstand te overwinnen en in de juiste baan rond de aarde te blijven draaien.” Dat extra beetje energie wordt op dit moment met enige regelmaat geleverd door Russische ruimteschepen die aan het ISS gekoppeld zijn. Zonder dat zetje, zo redeneren de Russen, zou het ISS allang richting de aarde zijn gestort. En dus zou een Russische terugtrekking uit het ISS in de toekomst catastrofale gevolgen kunnen hebben voor zowel het ruimtestation als het onfortuinlijke gebied waarin het dan zou crashen. “Als je niet meer met ons samenwerkt, wie zal het ISS dan behoeden voor een ongecontroleerde crash in de VS of Europa?” zo twitterde Rogozin recent, in reactie op Amerikaanse sancties. “En dan is er ook nog de optie om het 500 ton zware bouwwerk in India of China te laten vallen. Wil je dat zij door zo’n vooruitzicht bedreigd worden?”

Ferme taal. Maar zijn we als het om het in de lucht houden van het ISS gaat werkelijk aan de gratie van de Russen overgeleverd? Vermeulen kan ons enigszins geruststellen. “Waarschijnlijk is SpaceX met hun Dragon en Crew Dragon ook wel in staat om indien nodig een boost aan het ISS te geven. Dus wat dat betreft, heeft Amerika een back up-plan.” Rogozin weet dat inmiddels ook. Want toen hij zich in de Twitter-tirade waaruit we hierboven al even citeerden hardop afvroeg wie de wereld voor een harde crash van het ISS kon behoeden, antwoordde SpaceX-baas Elon Musk eenvoudigweg met een afbeelding van het SpaceX-logo.

Onverzilverde dreigementen
Of er op korte termijn ook daadwerkelijk een beroep op SpaceX zal moeten worden gedaan om het ISS in de ruimte te houden, is een tweede. Want Rogozin dreigt wel om het ISS los te laten, maar zouden de Russen daar ooit werkelijk tot over kunnen gaan? “Zo’n vaart gaat het echt niet lopen,” denkt Vermeulen. Ze wijst er daarbij op dat het zeker niet de eerste keer is dat Rogozin niet mis te verstande dreigementen op Twitter gooit. In 2014 – toen de spanningen door de Russische annexatie van de Krim al behoorlijk opliepen – dreigde Rogozin bijvoorbeeld ook al dat de Russen zouden stoppen met het vervoeren van Amerikaanse astronauten naar het ISS. “Gebruik maar een trampoline om bij het ISS te komen, zo vertelde Rogozin toen aan de Amerikanen,” vertelt Vermeulen. “Een cruciaal dreigement, omdat de Russische Sojoez op dat moment ook echt het enige transportmiddel naar het ISS was.” Maar het dreigement werd – net als veel andere dreigementen die de baas van Roscosmos op Twitter spuwde – nooit verzilverd.

Verstrengeling
Daarnaast moeten we volgens Vermeulen ook niet onderschatten hoe verstrengeld de samenwerkingspartners binnen het ISS – naast de VS en Rusland gaat het dan ook om de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, Canada en Japan – met elkaar zijn. En die verstrengeling maakt het bijna onmogelijk voor één van de partners om het project eenzijdig te verlaten. “Het is een heel ingewikkelde samenwerking,” stelt Vermeulen. “Zo kent het ruimtestation verschillende modules.” De meeste daarvan zijn of door de VS of door Rusland gebouwd, maar ook ESA, Japan en sommige ruimtebedrijven zijn eigenaar van enkele van de modules waaruit het ISS bestaat. “En die modules zijn allemaal aan elkaar gekoppeld.” Zomaar uit het samenwerkingsverband stappen en al je spullen inpakken, is dan ook geen optie.

Geen verlenging voor het ISS?
We hoeven dus niet direct te vrezen voor een ongecontroleerde crash van het ISS. En ook kunnen de Russen zich niet zomaar uit het ISS loswurmen. Wel is het zeer de vraag of de Russen gezien de situatie bereid zullen zijn om de binnenkort aflopende samenwerking binnen het ISS te verlengen. “De huidige samenwerking loopt tot 2024. Amerika heeft voorgesteld om de samenwerking tot 2030 te verlengen. En Europa gaat daar zeker in mee. Alleen Rusland gaat daar niet in mee. Rusland denkt aan de bouw van een eigen ruimtestation om onafhankelijk te worden.” Ook de VS en Europa zitten natuurlijk niet stil. “Zij denken aan commerciële ruimtestations. Zo heeft Axiom Space bijvoorbeeld – net als drie andere ruimtevaartbedrijven – al geld toegekend gekregen van NASA om ruimtestations in een lage baan om de aarde te ontwikkelen. Dus in de toekomst worden ruimtestations in ieder geval in Amerika niet meer betaald door overheidsinstanties, maar door private bedrijven. Maar die overgang duurt nog enkele jaren. Vandaar dat Amerika echt wel geneigd is om het ISS tot 2030 te laten functioneren.” Maar Rusland zag daar voor de invasie van Oekraïne al weinig in en zal daar nu zeker niet meer zo voor te porren zijn. Tien jaar geleden zou dat een ramp zijn geweest. Maar inmiddels is het niet ondenkbaar dat de overige samenwerkingspartners – geholpen door ruimtevaartbedrijven en misschien ook wel nieuwe gouvernementele partners – het ISS in afwezigheid van Rusland draaiende kunnen houden, zo stelden experts eerder deze week in Newsweek.

Veranderde dynamiek
Hoe de toekomst van het ISS er precies uit gaat zien, blijft koffiedik kijken. Maar dat de dynamiek in de ruimte verandert, staat voor Vermeulen vast. “Je ziet nu al dat China en Rusland heel nauw aan het samenwerken zijn om een maanbasis op de zuidpool van de maan te creëren. Tegelijkertijd werkt NASA aan het Artemis-project – ook gericht op de maan – en Europa en veel andere landen hebben zich daarbij aangesloten. Dus je ziet al een tweesplitsing ontstaan. En ik denk dat die tweesplitsing zich verder zal gaan versnellen. Ondertussen hebben ook India en de Verenigde Arabische Emiraten een sterk opkomende ruimtevaartindustrie. Dus het ruimtevaartlandschap verandert zeker.” En dat is niet direct in het voordeel van ons Europeanen. “Europa zal daar niet goed bij varen,” denkt Vermeulen. “Omdat Europa qua ruimtevaart – en vooral bemande ruimtevaart – heel nauw samenwerkt met Rusland. Europa gaat nu wel nauwer samenwerken met NASA, maar zal daarnaast ook moeten zorgen dat het strategisch sterker staat. Bij ESA wordt er nu bijvoorbeeld ook eindelijk gesproken over het ontwikkelen van eigen lanceersystemen, om zelfstandig, vanaf Europese bodem astronauten te kunnen lanceren.”

Waar ruimtevaartorganisaties in de decennia na de ruimtewedloop toch meer de krachten bundelden, lijken de kaarten nu dus opnieuw geschud te worden. Samenwerkingsverbanden gaan op de schop en maken plaats voor nieuwe. En de oorlog in Oekraïne dreigt dat alles in een stroomversnelling te brengen. Het is een situatie die alleen maar verliezers kent, zo benadrukt Vermeulen. “Waar wetenschap en ruimtevaart grensoverschrijdend zouden moeten zijn en de conflicten op aarde letterlijk zouden moeten overstijgen, is dat nu niet meer het geval.”