Het Linda-probleem blijkt ook ratten te teisteren

Dat mensen met open ogen in het Linda-probleem tuinen, is al langer bekend. Maar nu blijkt dat ook ratten wanneer ze geconfronteerd worden met Linda een grote denkfout maken.

In de jaren tachtig bedenken psychologen het Linda-probleem: een experiment ontworpen om te illustreren dat wij mensen ten prooi vallen aan wat psychologen ook wel ‘conjunction fallacy‘ noemen. Dat is in feite een denkfout, waardoor we onterecht tot de conclusie komen dat de kans dat twee gebeurtenissen gelijktijdig plaatsvinden groter is dan de kans dat ze afzonderlijk van elkaar optreden.

Het Linda-probleem
Dat klinkt wellicht wat vaag. Tijd om het Linda-probleem erbij te halen. Dat bestaat uit een korte omschrijving van een vrouw die – je voelt ‘m al aankomen – Linda heet:

Linda is 31 jaar oud, single, heel uitgesproken en slim. Ze heeft filosofie gestudeerd. Als student was ze erg begaan met problemen zoals discriminatie en sociale rechtvaardigheid, ook nam ze deel aan demonstraties tegen kernwapens.

Tot zover Linda. Nu is het aan jou. Wat is aannemelijker?
1. Linda is een bankbediende
2. Linda is een bankbediende en actief binnen de feministische beweging.

Verreweg de meeste mensen die dit probleem voorgeschoteld krijgen, kiezen voor antwoord numero 2. Logisch gezien is dat een vreemde keuze. Want de kans dat Linda alleen een bankbediende is, is natuurlijk groter dan dat ze een bankbediende en een actieve feminist is.

Ratten
Nieuw onderzoek onthult nu echter dat wij mensen niet de enigen zijn die met open ogen in het Linda-probleem tuinen. Datzelfde overkomt ratten namelijk ook, zo is in het blad Psychonomic Bulletin and Review te lezen. En dat is best verrassend, vertelt onderzoeker Valeria González aan Scientias.nl. “Voor zover ik weet hebben we dit effect nog nooit onder dieren vastgesteld.”

Het Linda-probleem voor ratten
Voor het onderzoek legden de wetenschappers de ratten een aangepast Linda-probleem voor. Hierbij leerden ze een groepje ratten om op een knop te drukken als er een bepaalde toon klonk én een lamp brandde. Wanneer aan die twee voorwaarden was voldaan op het moment dat de ratten op de knop drukten, kregen de dieren iets lekkers. Een tweede groep ratten zat in een verblijf met een knipperende lamp en kreeg alleen iets lekkers als ze op de knop drukten wanneer die knipperende lamp uit was én er witte ruis klonk.

Lamp uit
Zodra de ratten doorhadden hoe het werkte, lieten de onderzoekers de dieren verschillende geluiden horen: de toon of witte ruis die eerder – in combinatie of juist afwezigheid van licht – goed was voor een beloning. Daarbij bleef de lamp echter altijd uit. De ratten deden wat de onderzoekers verwachten: de ratten getraind om bij alleen witte ruis op de knop te drukken, drukten op de knop en de ratten die geleerd hadden om alleen te drukken als de toon klonk én de lamp brandde, deden dat niet.

Lamp onzichtbaar
Vervolgens was het tijd voor het echte Linda-probleem. De onderzoekers dekten de lamp af met een stuk metaal en speelden de toon of witte ruis af. Nu werden de ratten, natuurlijk gebrand op het ontvangen van een beloning, gedwongen om te voorspellen of de lamp brandde of niet. Opvallend genoeg bleken de ratten veel vaker te voorspellen dat wanneer het geluid of witte ruis klonk ook de lamp brandde. En het maakte daarbij niet uit of ze nu behoorden tot de groep die een brandende lamp nodig hadden om een beloning te verkrijgen of niet.

Het is heel onlogisch. Zeker vanuit het oogpunt van de ratten die iets lekkers kregen als er alleen witte ruis klonk. Voor die dieren was de meest logische stap immers om gewoon elke keer op de knop te drukken als er witte ruis klonk. Want deden ze niets, dan kregen ze in ieder geval niks. En drukten ze, dan hadden ze tenminste nog een kans dat de voor hen onzichtbare lamp uit was en ze toch iets lekkers zouden krijgen. Maar zo redeneerden de ratten dus niet. In plaats daarvan overschatten ze de kans dat zowel licht als geluid aan stonden (zelfs als dat betekende dat ze geen beloning kregen). Het laat volgens de onderzoekers zien dat ook ratten ten prooi vallen aan de conjunction fallacy.

Olifantenpaadje
Het onderzoek kan meer inzicht geven in de oorsprong van het Linda-probleem. Eerdere studies waarin mensen en masse in het Linda-probleem tuinden, wijzen erop dat de denkfout zijn oorsprong vindt in ‘mentale olifantenpaadjes’. Wanneer mensen in moeten schatten hoe waarschijnlijk een bepaalde gebeurtenis of gegeven is, lijkt hun brein een shortcut te nemen. In plaats van goed na te denken en te beredeneren wat het meest logisch is, legt het brein de uitspraken over Linda (ze is een bankbediende of een bankbediende en een actieve feminist) naast het beeld dat we van Linda hebben. Vervolgens kijkt het welke uitspraak de meest overeenkomsten vertoont met het beeld dat het van Linda heeft en wijst die uitspraak aan als ‘meest waarschijnlijk’.

We lijken dus mentale olifantenpaadjes te gebruiken om snel beslissingen te kunnen nemen. Maar waar gaat het in het geval van Linda dan precies fout? Sommige onderzoekers stelden dat het alles te maken heeft met taal. Zo zouden mensen bijvoorbeeld wat onzeker zijn over de betekenis van woorden zoals ‘waarschijnlijk’ en daarom de mist in gaan. Anderen wezen er echter op dat het tekstje over Linda’s achtergrond misschien tot bevooroordeelde proefpersonen leidde, die vervolgens op basis van hun vooroordelen de mist in gaan. Die verklaringen lijken na het nieuwste onderzoek van tafel te kunnen. “De meeste pogingen om het conjunction fallacy-effect te verklaren, stellen dat het gestoeld is op taal of ideeën die mensen hebben over anderen,” legt González uit. “Maar ratten hebben geen taal en hun sociale omgeving is niet zo complex als die van mensen. Er speelt dus iets anders!”

Simpeler
Maar wat dan precies? Dat blijft onduidelijk. Maar vermoedelijk is de oorsprong van de denkfout in ieder geval een stuk simpeler dan gedacht, zo stelt González. “Veel van de eerdere studies naar conjunction fallacy onder mensen, beweerden dat dit alleen mensen overkwam en kwamen vervolgens met complexe verklaringen daarvoor.” Maar nu blijken dus ook ratten de denkfout te maken. “Onze studie suggereert dat we de oorsprong ervan opnieuw moeten gaan onderzoeken en daarbij moeten zoeken naar simpelere verklaringen (…) Mogelijk ligt er een algemener mechanisme aan ten grondslag dat gedeeld wordt door mensen en ratten.”

Meer onderzoek naar het mechanisme dat aan onze onlogische beslissing omtrent het Linda-probleem ten grondslag ligt, is niet alleen nodig om de nieuwsgierigheid van psychologen te bevredigen. Het kan namelijk ook van belang zijn voor ons begrip en misschien zelfs de behandeling van psychische aandoeningen, zoals schizofrenie. “In deze studie laten we zien dat ratten zich inbeeldden dat iets er zeker was, ook al konden ze dat niet controleren,” vertelt González aan Scientias.nl. “In het geval van schizofrenie wordt het vermogen om echte gebeurtenissen van ingebeelde gebeurtenissen te onderscheiden, aangetast. Wij denken dan ook dat het mechanisme dat verantwoordelijk is voor het conjunction fallacy-effect ook in ieder geval deels verantwoordelijk is voor de waanideeën of hallucinaties bij schizofrenie.”

Bronmateriaal

"Rats! Rodents seem to make the same logical errors humans do" - UCLA
Interview met Valeria González
Afbeelding bovenaan dit artikel: Syda Productions (via Canva Pro)

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd