Het heeft schattige blauwe ogen, een knalroze gezichtje en een zwierige staart: maak kennis met het nieuwste knuffeldiertje uit de diepzee, de Careproctus colliculi.
Deze bumpy slakvis, zoals hij vanwege zijn bobbelige huid ook wel wordt genoemd, is een van drie nieuw beschreven exemplaren die voor de kust van Californië zijn gevonden. De diertjes zwommen rond op maar liefst 3270 tot 4120 meter diepte.
Behalve dit bobbelige visje zijn ook de Careproctus yanceyi en de Paraliparis em als nieuwe soorten beschreven. Die zijn misschien iets minder fotogeniek, maar ze mogen er ook wezen. De onderzoekers verzamelden van alle drie exemplaren voor nader onderzoek, waardoor we weer wat wijzer worden over de genetica, fysiologie en ecologie van de eigenaardige visjes.
Handige zuignappen
Slakvissen danken hun naam niet aan een slakkenhuis – want dat hebben ze duidelijk niet – maar aan de zuigschijf op hun buik. In ondiep water gebruiken ze die om zich vast te klampen aan rotsen of zeewier, vaak met de staart er gezellig omheen gekruld. Op grotere diepte, daar waar het licht het allang heeft opgegeven, dient diezelfde schijf als anker op de zeebodem of om even mee te liften op een langslopende krab. “De diepzee herbergt een ongelooflijke diversiteit aan organismen en een werkelijk prachtige reeks aanpassingen”, zegt mariene bioloog Mackenzie Gerringer (SUNY Geneseo). “Onze ontdekking van niet een maar drie nieuwe soorten slakvissen herinnert ons eraan hoeveel we nog te leren hebben over het leven op aarde.”
Slakvissen komen in alle oceanen voor, van zonovergoten kustwateren tot duistere diepten. Gek genoeg, zijn ze in ondiepe wateren of juist in de diepste troggen vaker waargenomen dan in de zogenoemde abyssale zone, die grofweg 3 tot 6 kilometer diep is. Gerringer vermoedde al langer dat dit vooral aan ons ligt: we bemonsteren die diepten simpelweg te weinig. De vondst van dit trio bevestigt dat vermoeden. En onze blik reikt steeds verder omlaag: met op afstand bediende diepzeerobots zoals de Doc Ricketts, waarmee de vissen zijn verzameld, krijgen we bijna dagelijks een nieuwe blik op ecosystemen die nog nauwelijks in kaart zijn gebracht.
Waarom dit ertoe doet
Die kennis is geen luxe. Terwijl de wetenschap steeds dieper duikt, kijkt ook de industrie naar de diepzee voor de winning van grondstoffen als kobalt en waterstof. Maar zelfs zonder mijnbouw weten we nog niet goed hoe menselijke activiteiten deze kwetsbare systemen beïnvloeden of hoe de diepzee en haar bewoners op hun beurt ons leven beïnvloeden. “Het vastleggen van de biodiversiteit in de diepzee is cruciaal om eventuele veranderingen in deze omgeving te kunnen detecteren”, zegt expeditieleider Steven Haddock, mariene bioloog bij het Monterey Bay Aquarium Research Institute (MBARI).
Schattig visje is niet voor de poes
De drie nieuwe soorten zijn meer dan een fotogeniek stelletje. Door echte vissen te onderzoeken, kunnen wetenschappers eindelijk bekijken hoe deze dieren op zo’n diepte kunnen overleven: hoe ziet hun bloed eruit, waar bestaan hun membranen uit, welke genen staan ‘aan’ bij een leven onder enorme druk, in bijna bevroren water en zonder daglicht? Het antwoord schuilt in elegante aanpassingen, precies die “prachtige reeks” waar Gerringer op doelt.
En ja, de bumpy slakvis steelt de show. Hij kan zo in een Disney-film. Maar schijn bedriegt: achter dat schattige smoeltje gaat een dier schuil dat bestand is tegen een omgeving die voor ons letterlijk verpletterend is.


