Iets meer dan 10.000 keer probeerden wetenschappers – gewapend met een mechanische mepper en hogesnelheidscamera’s – muggen uit de lucht te meppen. En in slechts 8 procent van de gevallen lukte dat.

Dat beroerde succespercentage hebben Wageningse onderzoekers genoteerd in het blad Current Biology.

Het experiment
De wetenschappers kwamen daartoe na experimenten met twee soorten muggen: de malariamug (Anopheles coluzzii, die vooral ‘s nachts actief is) en de gelekoortsmug (Aedes aegypti, die juist overdag actief is). Beide soorten werden losgelaten in een afgesloten ruimte, waarbinnen ze vrij rond konden vliegen. In diezelfde ruimte bevond zich echter een mechanische muggenmepper die regelmatig probeerde om de muggen uit de lucht te meppen. “Die mepper is ongeveer net zo groot als een menselijke hand,” vertelt onderzoeker Antoine Cribellier. “En bewoog ook ongeveer net zo snel als een hand. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk ook verschillen tussen een hand en onze mechanische mepper,” zo stelt hij. “De mepper heeft geen vingers, een andere kleur en kan alleen in een rechte lijn bewegen. Ook kan de beweging van de mepper tijdens de aanval niet worden aangepast, terwijl een mens tijdens het meppen waarschijnlijk wel zal proberen om de koers van de hand te veranderen en zo achter de mug aan te jagen.”

Camera’s
Waar wij op jacht naar een mug ons laten leiden door het geluid dat deze maakt of waar we deze zien, moet de mepper het bovendien zonder ogen of oren doen. Maar hoe kan deze dan weten wanneer hij moet meppen? Daar hebben de onderzoekers ook iets op bedacht. “In onze experimenten maakten we met behulp van vijf camera’s in real time een inschatting van de positie en snelheid van meerdere rondvliegende muggen. En op basis daarvan konden we voorspellen waar muggen in de toekomst zouden vliegen. Wanneer voorspeld werd dat een mug door het midden van de ruimte zou vliegen (en dus binnen het bereik van de mepper zou komen, red.) werd de mechanische mepper automatisch geactiveerd.” Succes gegarandeerd, zou je denken. Maar niets is minder waar. Want van de 10.000 pogingen die de mepper deed om een mug uit de lucht te slaan, was slechts 8 procent succesvol.

Luchtverplaatsing…
Je hoeft je dus nergens voor te schamen als je dit voorjaar of deze zomer weer eens vruchteloos en wanhopig in het rond aan het meppen bent. Maar hoe komt het nu dat het zo lastig is om een mug uit de lucht te slaan? Enerzijds zijn we daar zelf waarschijnlijk debet aan. “Het lijkt intuïtief heel waarschijnlijk dat muggen weggeduwd worden door de luchtstroom die tijdens een aanval gegenereerd wordt,” aldus Cribellier. “Maar daar is nog geen gepubliceerd wetenschappelijk bewijs voor. Ik werk nu dan ook aan een artikel hierover, maar daar kan ik verder nog niet veel over zeggen.”

…en meer
Maar zelfs als vervolgonderzoek uitwijst dat wij muggen al meppend een luchtstroom genereren die de muggen helpt om aan ons te ontkomen, is dat nog niet het hele verhaal. Want tijdens de huidige studie zagen onderzoekers nog iets bijzonders gebeuren. De malariamug – die dus ‘s nachts actief was – wist in het donker veel gemakkelijker te ontsnappen dan overdag. “We weten dat muggen visuele aanwijzingen gebruiken om aanvallen te herkennen,” stelt Cribellier. “Maar deze aanwijzingen ontbreken natuurlijk in het donker. Mogelijk worden de dieren eenvoudigweg aan de kant gezwiept door de luchtverplaatsing van de mepper, maar dat zou zowel overdag als ‘s nachts het geval moeten zijn.”

Maar dat is dus niet wat de onderzoekers zagen gebeuren. Want de ‘s nachts actieve malariamug slaagde er ‘s nachts beter in om aan de mepper te ontsnappen dan overdag. En de overdag actieve gelekoortsmug wist juist vaker te ontkomen als het licht was. Het wijst er sterk op dat de muggen zelf ook een strategie hebben ontwikkeld om te voorkomen dat ze uit de lucht worden geslagen en die strategie is helemaal aangepast op de omstandigheden waaronder ze actief zijn (het nachtelijke donker of bij daglicht). Dat wordt verder onderschreven door hun vlieggedrag voorafgaand aan elke aanval. Zo bleken malariamuggen er in het donker een heel onregelmatig vliegpatroon op na te houden. Hierdoor was lastiger te voorspellen waar ze zich over luttele seconden zouden bevinden en daarmee werd het dus ook lastiger om ze uit de lucht te slaan. Ondertussen bleek de gelekoortsmug er overdag een veel voorspelbaarder vliegpatroon op na te houden, maar weer veel behendiger te zijn in ontsnappen. “Dit bewijst dat beide soorten hun vlieggedrag zo hebben aangepast dat hun ontsnappingspogingen het meest succesvol zijn onder de omstandigheden waarin zij bloed zuigen, en dus het vaakst aan aanvallen van hun gastheer blootstaan,” stelt onderzoeker Jeroen Spitzen.

Vervolgonderzoek
Het onderzoek geeft meer inzicht in hoe muggen aan ons weten te ontkomen. Maar de studie roept ook nieuwe vragen en hypothesen op, zo stelt Cribellier. “Het was voornamelijk heel verrassend om te zien dat malariamuggen in staat waren om in het pikdonker ontsnappingsmanoeuvres uit te voeren. We vragen ons dan ook af of die manoeuvres enkel het resultaat zijn van de luchtverplaatsing of dat de muggen in staat zijn om de aanvaller – zonder dat ze die kunnen zien – te detecteren. Als dat laatste het geval zou zijn, zou het natuurlijk heel interessant zijn om te achterhalen hoe ze de aanvaller detecteren. Daarnaast zijn we heel benieuwd hoe we deze resultaten kunnen gebruiken om muggenvallen te verbeteren. In eerdere studies hebben we het gedrag van muggen rond deze vallen – ontwikkeld in de strijd tegen malaria – bestudeerd. En we ontdekten dat de muggen in staat waren om aan de val te ontkomen door weg te vliegen van het gebied van waaruit ze in de val gezogen zouden worden. Deze nieuwe studie – en de volgende – kan meer inzicht geven in hoe ze dat voor elkaar krijgen.”

Voor nu lijkt het onderzoek alvast wat handvaten op te leveren voor een ieder die komende zomer – tegen wil en dank – toch weer de jacht op binnengedrongen muggen opent. “Wij tonen aan dat muggen (die ‘s nachts actief zijn, zoals de malariamug, maar wellicht ook de veelvuldig in Nederland voorkomende gewone steekmug, red.) sterk vertrouwen op hun onvoorspelbare vliegpatronen om te voorkomen dat ze gemept worden. Die strategie komt waarschijnlijk veel voor in het dierenrijk, maar is vaak onderbelicht gebleven. In het geval van de muggen betekent het dat het – wanneer je ze uit de lucht wilt meppen – goed is om de tijd te nemen om een accurate voorspelling van hun toekomstige locatie te maken en vervolgens snel toe te slaan – nog voor ze de tijd hebben om van die voorspelde locatie af te wijken.”