De bemenste Artemis II-missie is meer dan een spectaculaire reis rond de Maan. Het is een wetenschapslaboratorium waar astronauten unieke experimenten uitvoeren, de verre maanzijde documenteren en cruciale gezondheidsdata verzamelen, alles om de weg te plaveien voor een permanente menselijke aanwezigheid op de Maan en op Mars.
De gigantische Space Launch System-raket (SLS) en de bijbehorende Orion-capsule staan sinds vorige week te pronken op lanceerplatform 39B van het Kennedy Space Center, klaar voor de laatste tests, klaar voor lancering. Maar waar Artemis I in 2022 een onbemenste demonstratie was, en Artemis III de eerste landing sinds Apollo zal zijn, is Artemis II de essentiële, bemenste schakel daartussen. Deze missie draait niet alleen om het testen van hardware, maar vooral om de mens als wetenschapper in de diepe ruimte. De vier astronauten – Reid Wiseman, Victor Glover, Christina Koch en Jeremy Hansen – gaan een cruciale rol vervullen als de ogen, handen en onderzoekssubjecten in dit baanbrekende wetenschappelijke hoofdstuk.
Astronauten als pioniers van een nieuwe generatie
De astronauten die met Artemis II zullen vliegen werden door NASA geselecteerd met het doel een inclusief en internationaal karakter te geven aan het aanstaande nieuwe tijdperk van ruimteverkenning. Koch zal de eerste vrouw zijn die voorbij een lage baan om Aarde (LEO) reist, Glover de eerste persoon van kleur en Hansen de eerste niet-Amerikaan die een reis naar de Maan maakt – hij is Canadees en in dienst van niet NASA, maar de Canadese ruimtevaartorganisatie (CSA) . Hun missie is een symbool voor de ‘Artemis Generatie‘ en bewijst dat de verkenning van de diepere ruimte een mondiale onderneming is. Deze diversiteit is niet alleen symbolisch; het introduceert een veelheid aan perspectieven en expertise naar een missie die de basis moet leggen voor de toekomst van menselijke exploratie.
Gezondheidswetenschap in de ruimte: het lichaam als lab
Eén van de primaire wetenschappelijke pijlers van Artemis II is het begrijpen van de invloed van diepe ruimte op het menselijk lichaam, een voorwaarde voor toekomstige reizen naar Mars. De astronauten zijn zowel onderzoeker als onderzoekssubject in een reeks experimenten.
-
ARCHeR (Artemis Research for Crew Health & Readiness) zal het welzijn, de activiteit en slaappatronen van de bemanningsleden monitoren om inzicht te krijgen in het biologisch functioneren ver van de Aarde.
Onderdeel van het Artemis Research for Crew Health & Readiness onderzoeksprogramma is de hier getoonde ‘Artemis Actigraphy Device’; een soort smartwatch. Deze wordt permanent gedragen door de astronauten en monitort beweging, slaappatroon en blootstelling aan licht. Foto: NASA/Helen Arase Vargas - Het AVATAR-onderzoek (A Virtual Astronaut Tissue Analog Response) maakt gebruik van geavanceerde ‘organen-chips’ die met Artemis meevliegen om de effecten van verhoogde straling en gewichtloosheid op de gezondheid te bestuderen zonder extra risico’s voor de bemanning zelf. De hoop is hiermee toekomstige missies, zeker richting Mars, veiliger te maken, astronauten van een eigen toegespitste medische kit en ondersteuning te kunnen gaan voorzien.
Een ‘orgaan-op-een-chip’, een microfluïdisch apparaat ter grootte van een creditcard, bevat menselijke bloed- of orgaancellen, en monitort de biologische en medische effecten van ruimtereizen voorbij een lage baan om Aarde op het menselijk lichaam gedurende Artemis II. Foto: NASA. -
Immune Biomarkers analyseert bloed- en speekselmonsters om te zien hoe het immuunsysteem reageert op de unieke stressoren van het reizen door de diepere ruimte.
Illustratie van het ‘Immune Biomarkers’-onderzoek, hier in het internationale ruimtestation ISS. Het experiment analyseert bloed- en speekselmonsters van de astronauten om te bestuderen hoe de stressoren van een diepe ruimtereis het immuunsysteem beïnvloedt en slapende virussen kan reactiveren. Een specifieke methode is het verzamelen van droog speeksel op speciaal papier in pocketformaat boekjes tijdens de vlucht zoals hier wordt voorgedaan door NASA-astronaut Randolph Bresnik. De resultaten van het onderzoek dat ook tijdens Artemis II wordt gedaan zijn cruciaal voor het ontwikkelen van tegenmaatregelen voor toekomstige missies naar de Maan en Mars. Foto: NASA
Daarnaast zullen stralingsmonitors continu de omgeving binnen en buiten de Orion-capsule karakteriseren, informatie die cruciaal is voor het ontwerp van toekomstige ruimteschepen en ruimtepakken.
Een uniek venster op de maan: geologie vanaf een afstand
Terwijl Orion langs de achterkant van de Maan scheert, op zo’n 10.300 kilometer afstand, krijgen de astronauten een unieke kans. Gedurende ongeveer drie uur zullen ze, met hun uitgebreide geologische training, belangrijke waarnemingen doen van het maanoppervlak. Ze zullen geologische kenmerken zoals inslagkraters en oude lavastromen analyseren en fotograferen, waarbij ze nuances in vorm, textuur en kleur vastleggen. Deze informatie onthult de geologische geschiedenis en is van onschatbare waarde voor het selecteren en verkennen van landingsplaatsen voor Artemis III, die zich overigens niet op de achterkant maar de zuidpool van de Maan richt – een regio rijk aan wetenschappelijke mysteries, permanente dag- en nachtzones en mogelijk bevroren water.
Zie eventueel onderstaande video, een simulatie hoe de Artemis II astronauten de achterkant van de Maan zullen aanschouwen:
Een internationaal konvooi van mini-satellieten
Naast het werk van de bemanning zelf, brengt Artemis II een internationaal konvooi van vier cubesats in een hoge baan om de Aarde. Deze satellieten, elk ter grootte van een schoenendoos, hebben hun eigen wetenschappelijke doelstellingen:
-
TACHELES (DLR, Duitsland) meet de effecten van de ruimte-omgeving op elektrische componenten.
-
ATENEA (CONAE, Argentinië) verzamelt gegevens over stralingsdoses en het stralingsspectrum rond de Aarde.
-
K-RadCube (KASA, Zuid-Korea) meet ruimtestraling met een dosimeter van weefselachtig materiaal.
-
Space Weather CubeSat-1 (Saudi Space Agency, Saoedi-Arabië) bestudeert ruimteweer, waaronder zonnestraling en magnetische velden.
Een erfenis vervoeren: symboliek aan boord
In de traditie van ruimtemissies vervoert Orion een “officiële vluchtkit” met ongeveer 4,5 kilogram aan symbolische voorwerpen. Deze bevatten een lapje stof van de Wright Flyer – het eerste vliegtuig, een Amerikaanse vlag die op eerdere historische missies heeft gevlogen, grondmonstertjes, boomzaden, talloze ribbons, discs, patches, pins, vlaggetjes, maar ook een SD-kaart met een ruime 2,2 miljoen namen uit het “Send Your Name to Space”-initiatief. Deze items verbinden het verleden, heden en de toekomst van de verkenning.
Een springplank naar de toekomst
Artemis II is de cruciale demonstratie dat mensen niet alleen kunnen reizen naar de diepe ruimte, maar daar ook zinvol wetenschappelijk werk kunnen verrichten. De gegevens die worden verzameld over de menselijke gezondheid, de unieke maangeologie en de ruimte-omgeving zijn de bouwstenen voor alles wat volgt. Elke waarneming, elk experiment en elke geslaagde meting brengt de duurzame menselijke aanwezigheid op de Maan én de droom van een missie naar Mars een concrete stap dichterbij. Het is het begin van een tijdperk waarin de mensheid niet meer alleen bezoekt, maar gaat om te blijven.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:



