Nieuwe beelden van de Euclid- en Hubble-ruimtetelescopen tonen de Kattenoognevel als nooit tevoren. Van de wijde, galactische omgeving tot het verrassend complexe hart: het portret biedt een uniek drieluik van de laatste levensfasen van een ster als onze zon.
Voor deze ruimtefoto van de week trakteren we onszelf op een waar meesterwerk: een gloednieuw portret van de Kattenoognevel (NGC 6543). De foto, onlangs uitgeroepen tot ‘foto van de maand’ door ESA/Hubble, is het resultaat van een unieke samenwerking tussen twee van ’s werelds meest geavanceerde ruimtetelescopen: de Europese Euclid-telescoop en de iconische Hubble-ruimtetelescoop. Samen onthullen ze de adembenemende complexiteit van deze stervende ster in het sterrenbeeld Draak (Dra), op ongeveer 4.400 lichtjaar van de aarde.
Een dubbele blik op de dood van een ster
Waar Hubble vooral bekend staat om zijn haarscherpe opnamen van kleine hemelgebieden, excelleert Euclid in het maken van wijde, diepe opnamen. Door hun krachten te bundelen, ontstaat er een compleet beeld. Euclid’s brede blik, vastgelegd in zichtbaar en infrarood licht, toont de nevel in zijn kosmische context. De heldere, centrale regio met zijn blauwwitte bellen en filamenten wordt omringd door een kleurrijke, uitgewaaierde ring van gassen — materiaal dat de ster in een vroeg stadium uitstootte. Pas op de achtergrond wordt de ware kracht van Euclid zichtbaar: een duizelingwekkende verzameling verre sterrenstelsels, die een glimp opvangen van het verre universum mogelijk maakt.
Waar Euclid de wijde omgeving in beeld brengt, neemt Hubble het roer over voor de close-up. Met zijn Advanced Camera for Surveys (ACS) zoomt Hubble in op het chaotische hart van de nevel. De data onthullen een waar tapijt van concentrische schillen, dichte gasknopen en hoge snelheid jets. Deze structuren, gevormd door schokgolven, zijn het gevolg van episodische massa uitstoten van de centrale ster. Ze vormen als het ware een kosmisch fossielenarchief van zijn laatste, roerige levensfase…
Het mysterie van de Kattenoog ontrafeld
Dat de nevel zo’n intrigerende structuur heeft, is al langer bekend. Al in 1864 ontdekte de astronoom William Huggins dat het object, in tegenstelling tot sterren, een spectrum van gloeiend gas produceerde. Daarmee was de Kattenoognevel de eerste planetaire nevel waarbij dit werd vastgesteld. Maar pas met de komst van Hubble in 1995 werd de ware, complexe morfologie aanzienlijk beter zichtbaar. De eerste Hubble-opnamen toonden al concentrische gasschillen en jets, wat leidde tot het vermoeden dat de centrale ster mogelijk deel uitmaakt van een dubbelstersysteem:
Dit vermoeden werd in 2022 verder versterkt door onderzoek van de toenmalige middelbare scholier Ryan Clairmont. Door een 3D-model van de nevel te bouwen met behulp van spectraaldata, ontdekte hij een paar bijna perfect symmetrische ringen rond de buitenste schil. “Toen ik de Kattenoognevel voor het eerst zag, was ik verbijsterd door zijn prachtige, symmetrische structuur. Ik was nog meer verbaasd dat zijn 3D-structuur niet volledig begrepen was”, aldus Clairmont in een verklaring. Zijn model toonde aan dat deze ringen het best verklaard kunnen worden door een precesserende jet — een straalstroom gas die wiebelt als een tol — afkomstig van een dubbelster in het hart van de nevel.
De nieuwe beelden van Hubble en Euclid voegen weer een nieuwe laag toe aan dit verhaal. Waar eerdere observaties van röntgen- (Chandra) en optische telescopen (zoals de Nordic Optical Telescope) al verschillende facetten van de nevel belichtten—van vele miljoenen graden heet gas tot een enorme, extreem zwakke halo — laten de nieuwste foto’s de nevel nu in één compleet, adembenemend mozaïek zien. De combinatie van Euclid’s kosmische panorama met Hubble’s ongeëvenaarde detailscherpte plaatst dit lokale fenomeen voor het eerst stevig in het grotere geheel van het universum. We tonen je graag nog enkele eerdere observaties van de nevel:
De nieuwe, gezamenlijke portretten van de Kattenoognevel zijn dan ook meer dan alleen een mooie plaat. Ze zijn een eerbetoon aan de vooruitgang in de astronomie en laten zien hoe verschillende generaties telescopen elkaar aanvullen. Van de eerste spectrumanalyse in de 19e eeuw tot de 3D-modellen van vandaag, elk nieuw stukje data helpt ons een beetje beter te begrijpen wat er over een paar miljard jaar met onze eigen zon zal gebeuren, wanneer zij haar laatste adem uitblaast en zelf een dergelijke spectaculaire nevel vormt.


