Ook griepwetenschappers tasten na twee coronajaren waarin de griepvirussen geen schijn van kans maakten, volledig in het duister.

Een paar weken geleden trok het Europese centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (het ECDC) aan de bel. Hoewel het aantal griepgevallen op dat moment in de meeste Europese landen nog zeer beperkt was, bleek er één land te zijn waar griepvirussen al veel frequenter dan men voor deze tijd van het jaar gewend was, circuleerden. Het ging om Kroatië. En wat het ECDC daar zag, voorspelde weinig goeds voor de rest van Europa. Want de meeste griepinfecties in Kroatië bleken veroorzaakt te worden door het beruchte A(H3N2)-type. Het subtype staat erom bekend vooral gevaarlijk te zijn voor ouderen én wordt geassocieerd met een lagere vaccineffectiviteit. “De vroege detectie van het A(H3N2)-suptype kan een indicatie zijn dat het aankomende griepseizoen heftig wordt,” zo waarschuwde Pasi Penttinen, epidemioloog in dienst van het ECDC. “Maar,” zo voegde hij er direct aan toe, “we kunnen niet met zekerheid zeggen hoe het aankomende griepseizoen eruit gaat zien.”

Het onbekende
Zelfs epidemiologen – die ervoor opgeleid zijn om virussen en hun rondgang te doorgronden – worden als het om het griepseizoen van 2021/2022 gaat, blijkbaar heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. “We weten niet wat er komt,” zo bevestigt ook grieponderzoeker Robert de Vries, verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Grieploze griepseizoenen
Nu moet worden opgemerkt dat griepseizoenen altijd wel enigszins onvoorspelbaar zijn. Maar waar onderzoekers zich in eerdere jaren nog enigszins konden laten leiden door wat ze in voorgaande seizoenen hadden gezien, zit dat er dit jaar niet in. “Eigenlijk is het al twee jaar geleden dat we een griepseizoen hebben gehad,” stelt De Vries. Het is natuurlijk te herleiden naar de coronamaatregelen die in het griepseizoen van 2020/2021 breed omarmd werden. Lockdowns, de mondkapjesplicht, het verwoede handen wassen en het niesen in de elleboog: met al die maatregelen zaten we niet alleen het coronavirus dwars; ook het griepvirus werd er flink door gehinderd. Zelfs zodanig dat het aantal griepinfecties in Europa tijdens het (eigenlijk dus niet bestaande) griepseizoen van 2020/2021 maar liefst meer dan 99 procent lager uitviel dan in eerdere jaren. “Er waren her en der wel wat uitbraakjes, maar van een griepseizoen was geen sprake.”

Nieuwe vragen
Het is tamelijk ongeëvenaard en leidt tot nieuwe vragen die tot op heden onbeantwoord blijven en het nog lastiger maken om te voorspellen hoe het griepseizoen zal gaan verlopen. “Zo hebben we bijvoorbeeld geen idee hoe het op dit moment zit met de immuniteit van de populatie,” vertelt De Vries. Ook blijft het afwachten welke griepvarianten – als ze deze winter wél voet aan de grond weten te krijgen – de kop op gaan steken (zie kader).

De meeste griepgevallen worden veroorzaakt door twee verschillende griepvirussen: influenza type A en influenza type B. Deze virustypen kunnen weer worden opgedeeld in subtypen. Zo is het hierboven al even genoemde A(H3N2) een subtype van het influenza type A-virus. In de zomer voorafgaand aan het griepseizoen probeert de Wereldgezondheidsorganisatie te voorspellen welke subtypes in de winter de grootste risico’s gaan vormen en te lijf moeten worden gegaan met een griepprik. Wetenschappers kijken daarbij onder meer naar welke subtypes het vaakst op het zuidelijk halfrond circuleren en zich daar het efficiëntst verspreiden. Dode versies van enkele van de gevaarlijkste subtypes worden vervolgens in de griepprik gestopt om het immuunsysteem van mensen voor te bereiden op een ontmoeting met levende virusdeeltjes die tot deze subtypes behoren. Maar in jaren waarin de griep praktisch niet voorkomt, is het nog niet zo eenvoudig om te voorspellen welke varianten we deze winter moeten vrezen en middels de griepprik moeten bestrijden.

Het moge duidelijk zijn: er is veel onduidelijkheid. “We weten bijna niks,” merkt De Vries nuchter op. Dat het ECDC – mede op basis van observaties in Kroatië – toch waarschuwt voor een zwaar griepseizoen is tegelijkertijd wel goed te verklaren. Want er zijn een aantal factoren die reden tot zorg geven. “In Kroatië zie je dat wanneer de griep in een bepaald gebied uitbreekt, het toch heel snel kan gaan.” Dat het juist het A(H3N2)-subtype is dat in Kroatië het vaakst opduikt, helpt ook niet mee. “Dit subtype is net als het coronavirus een driftvirus,” legt De Vries uit. “Het muteert vrij gemakkelijk en daarmee kan het zijn dat de griepprik (die ook dit jaar het dode A(H3N2)-subtype herbergt, red.) iets minder goed tegen A(H3N2) beschermt dan je zou willen.” Ten slotte is het dan ook nog eens zo het aantal mensen dat de griepprik gehaald heeft, dit jaar tegenvalt. “Doordat de griep al een paar jaar praktisch niet voorkomt, is de griepprik maar weinig gehaald en zijn velen wellicht hun immuniteit kwijt.”

Haal die prik!
Het zijn stuk voor stuk ingrediënten die samen kunnen leiden tot een heftig griepseizoen. En dat kunnen we – zeker in combinatie met COVID-19 – niet gebruiken. “Als er een grote griepuitbraak ontstaat, neemt de druk op de zorg nog verder toe. En alleen daarom zou je – zeker als je deel uitmaakt van een risicogroep – de griepprik netjes moeten halen. Zo bescherm je namelijk jezelf, maar ook anderen.” Daarnaast mogen we ook wel een beetje een voorbeeld nemen aan de Aziaten, zo vindt De Vries. “In Azië is het heel gebruikelijk om als je een beetje snotterig bent, gewoon thuis te blijven. Of – als je echt de deur uit moet – een mondkapje te dragen. Het zou niet verkeerd zijn als we dat hier ook gaan doen.” Want je zou het door de grieploze griepseizoenen bijna vergeten, maar een griepinfectie is niet niks. Voor de coronacrisis noteerde de ECDC in Europa elk jaar tussen de 15.000 en 70.000 door griep ingegeven sterftegevallen. In Nederland komen doorgaans elk jaar enkele honderden mensen door griep om het leven.

Wat dit griepseizoen gaat brengen, blijft koffiedik kijken. En het kan uiteindelijk dus ook allemaal meevallen. Zeker als we de komende maanden en masse thuiswerken, mondkapjes dragen en grote samenkomsten vermijden. Dan lijkt een tweede grieploos griepseizoen niet ondenkbaar. Het is een aanlokkelijk scenario, maar het maakt het leven van grieponderzoekers er niet direct eenvoudiger op. “We weten nu niet wat er gaat komen. En of er iets komen gaat. Maar als er dit jaar weer niets komt, wordt het nóg lastiger om te voorspellen wat het griepseizoen van 2022 gaat brengen.” Eén ding staat daarbij wel vast. “De griep gaat een keer terugkomen.”