Het lijkt soms alsof de energietransitie nauwelijks vooruitkomt. Toch groeit hernieuwbare energie veel sneller dan veel mensen beseffen. Dat verschil tussen werkelijkheid en gevoel heeft onder meer te maken met onze moeite om exponentiële groei te begrijpen. Met dank aan @prof_GIO op YouTube en zie voor het uitgebreide verhaal Dr. Giardano Scarciotti.
Mensen denken meestal in lineaire stappen. Als een technologie van twee naar vier procent groeit, verwachten we daarna zes procent. Bij exponentiële groei volgt echter acht, zestien en vervolgens tweeëndertig procent. Daardoor lijkt een ontwikkeling jarenlang traag, waarna ze plotseling razendsnel doorbreekt. Zo ontstaat de bekende S-curve.
Die waarnemingskloof is groot. In het Verenigd Koninkrijk dacht een meerderheid dat hernieuwbare stroom ongeveer 15 procent van de elektriciteitsvoorziening vormde. In werkelijkheid was dat al 41 procent. Slechts 6 procent schatte het aandeel correct.
Ook wereldwijd versnelt de omslag. In 2025 groeide zonnestroom met 30 procent. Sinds 1990 groeide de Europese economie met 70 procent, terwijl de uitstoot met 36 procent daalde. Wereldwijd is inmiddels één op de vijf nieuw verkochte auto’s elektrisch of hybride. In China geldt dat zelfs voor meer dan de helft.
Ook de techniek maakt enorme sprongen. Waar oude windmolens ongeveer één megawatt leverden, halen moderne windturbines op zee twintig megawatt.
Waarom voelt het dan toch alsof we stilstaan? Omdat twijfel een verdienmodel kan zijn. De fossiele industrie gebruikt daarbij een strategie die eerder door de tabaksindustrie werd toegepast: niet bewijzen dat je gelijk hebt, maar zorgen dat het debat nooit eindigt of structureel verwarring zaaien.



