Laboratoriumexperimenten suggereren dat het virus ervoor zorgt dat de vetten in onze cellen toenemen en die vetten vervolgens gebruikt als brandstof. Maar medicatie voor gewichtsverlies kan daar misschien een stokje voor steken.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Nature Communications. Ze baseren zich op experimenten in het lab. En die experimenten wijzen erop dat het coronavirus de vethuishouding in onze cellen kaapt, om er vervolgens zelf beter van te worden.

Het onderzoek
De onderzoekers onderzochten met behulp van twee verschillende menselijke cellijnen welk effect het coronavirus (SARS-CoV-2) op meer dan 400 lipiden (of vetten) had. “Lipiden zijn een belangrijk onderdeel van elke cel,” legt onderzoeker Jennifer Kyle uit. “Ze houden ons letterlijk bij elkaar, door onze cellen intact te houden. En ze zijn heel belangrijk voor de opslag van energie.”

Toename
De resultaten zijn indrukwekkend. Het virus blijkt namelijk een enorme invloed te hebben op de hoeveelheid vet in cellen; sommige lipiden ondergingen maar liefst een 64-voudige toename. Ook het aantal vetten dat door het virus beïnvloed werd, is indrukwekkend; in één cellijn ging het om bijna 80 procent van de vetten. In de andere om iets meer dan de helft.

Triglyceriden
De vetten die de onderzoekers door toedoen van SARS-CoV-2 met name vaak zagen toenemen in hun menselijke cellijnen, waren de triglyceriden. Deze vetten zijn van cruciaal belang voor onze gezondheid. Zo spelen ze een sleutelrol bij het gezond houden van de celmembranen. Ook stellen ze ons in staat om energie op te slaan. Wanneer we die energie nodig hebben, breken onze cellen die triglyceriden op in vetzuren die ons lichaam kan benutten.

Wat het onderzoek laat zien, is dat SARS-CoV-2 echter niet alleen een enorme boost geeft aan de hoeveelheid triglyceriden in ons lichaam; het verandert ook ons cellulaire vetwerkingssysteem, oftewel de mate waarin ons lichaam in staat is om vet als brandstof te gebruiken. “Het is opmerkelijk hoe het virus de cellulaire vetwerkingsmechanismen opnieuw vormgeeft,” vertelt onderzoeker Fikadu Tafesse aan Scientias.nl.

Wanneer een coronavirusdeeltje onze cellen binnendringt, moet het door ons celmembraan heen. Dat membraan is gemaakt van twee lagen lipiden. En nu blijken lipiden dus een belangrijke rol te spelen in de replicatie van het virus. Afbeelding: Michael Perkins / Pacific Northwest National Laboratory.

Energie
Dat het virus het juist op lipiden – en dan met name triglyceriden – voorzien heeft, is niet zo heel vreemd. Want wat het coronavirus met ons gemeen heeft, is dat het energie nodig heeft. “Terwijl het virus zich repliceert, heeft het een voortdurende stroom van energie nodig,” stelt Tafesse. En de vetachtige substanties in onze door het virus binnengedrongen cellen, kunnen die energie bieden. “Meer triglyceriden kunnen die energie leveren in de vorm van vetzuren.” Aangenomen wordt dan ook dat het virus de cellulaire vetproductie en -verwerking kaapt om zijn eigen hachje veilig te stellen.

Medicijnen voor gewichtsverlies
Hoe het virus de cellulaire vetproductie en -verwerking exact naar zijn hand zet, is onduidelijk. “Dat vereist meer onderzoek,” stelt Tafesse. Maar wat de onderzoekers in de cellijnen zagen gebeuren, zette ze wel aan het denken. Want als die vetten zo belangrijk zijn voor het coronavirus, wat gebeurt er dan als het virus er niet in slaagt om de hoeveelheid vetachtige substanties in onze cellen toe te laten nemen? De onderzoekers besloten het uit te zoeken. Ze zochten daartoe naar medicijnen die ontwikkeld zijn om de hoeveelheid vet in onze cellen te beïnvloeden. Zo kwamen ze onder meer uit bij Orlistat, een reeds goedgekeurd medicijn voor gewichtsverlies. Het medicijn voorkomt dat triglycerides worden opgebroken in vetzuren. Wanneer de door SARS-CoV-2 geïnfecteerde cellijnen met Orlistat behandeld werden, werd het virus die vetzuren en dus brandstof ontnomen. En dat ging het coronavirus niet in de koude kleren zitten; het stopte binnen 48 uur met repliceren.

In de kinderschoenen
“Het is opwindend,” meent Tafesse. Maar tegelijkertijd is het belangrijk dat we ons realiseren dat het onderzoek nog in de kinderschoenen staat. “We hebben hier een interessante observatie, maar we moeten nog veel leren over de mechanismen erachter.” Daarnaast is het belangrijk om te benoemen dat de resultaten gebaseerd zijn op een verzameling cellen in het lab en niet op experimenten met mensen of dieren. “Maar het effect dat we in de cellen zagen is opmerkelijk en de moeite waard om nu ook onder mensen of met behulp van diermodellen te gaan onderzoeken,” meent Tafesse. En wie weet, leidt het uiteindelijk tot een heel nieuwe behandeling tegen dit virus of andere virussen – eerder toonde het team van Tafesse namelijk al aan dat ook virussen zoals zika en HIV veranderingen in de cellulaire vethuishouding teweegbrengen. Maar dat is voor nu verre toekomstmuziek.

Daarnaast kan het onderzoek ook meer inzicht geven in hoe SARS-CoV-2 te werk gaat en waarom sommige mensen er zieker van worden dan anderen. Zo kan de ontdekking dat SARS-CoV-2 mogelijk dankbaar gebruik maakt van ons vet wellicht helpen verklaren waarom mensen met obesitas of overgewicht een grotere kans hebben om na infectie door het coronavirus in het ziekenhuis te belanden. “Maar ook dat moeten we nog nader onderzoeken.” Net als de vraag hoe het de vetachtige substanties in onze cellen vergaat nadat we onze coronabesmetting weer te boven zijn.