Wetenschappers hebben hersensignalen geïdentificeerd die nauw samenhangen met dwangsymptomen. Het kan uiteindelijk – met name voor mensen met een lastig of zelfs onbehandelbare dwang – leiden tot een effectieve behandeling op maat.

Naar schatting heeft tot wel 2 procent van de wereldbevolking ermee te maken: een obsessieve compulsieve stoornis, ook wel OCD of dwangstoornis genoemd. Mensen die hiermee te maken krijgen, hebben last van dwanggedachten en -handelingen. De stoornis heeft veelal een enorme invloed op het functioneren. Er zijn wel therapieën en medicijnen die kunnen helpen, maar die werken voor 20 tot 40 procent van de patiënten niet of niet afdoende. Voor de mensen die niet gebaat zijn bij medicatie of therapie is er nog een andere mogelijkheid: diepe hersenstimulatie. Hierbij worden elektroden in het brein geplaatst en die elektroden geven constant milde pulsen af. Hoewel deze aanpak voor ongeveer de helft van de patiënten die niet op andere behandelmethoden reageren, werkt, heeft deze ook een groot nadeel. Zo wordt het brein voortdurend in dezelfde mate gestimuleerd, terwijl dat eigenlijk niet nodig is. “OCD is een stoornis waarbij de ernst van de symptomen door de tijd heen sterk varieert,” zo stelt onderzoeker David Borton. Dat komt mede doordat symptomen vaak getriggerd worden door gebeurtenissen in de omgeving. Een patiënt is dan ook eigenlijk meer gebaat bij een systeem dat de mate van breinstimulatie aan kan passen aan de ernst van de symptomen. “Dat brengt mogelijk meer verlichting en levert minder bijwerkingen op,” aldus Borton.

Op maat
Tot voor kort was een dergelijke ‘stimulatie-op-maat’ nog ondenkbaar. “Om deze technologie mogelijk te maken, moeten we eerst de biomarkers die samenhangen met OCD-symptomen in het brein zien te identificeren,” stelt Borton. En dat is exact wat Borton en collega’s nu hebben gedaan. En daarmee lijkt een effectievere behandeling voor patiënten met een lastig behandelbare dwangstoornis nu iets dichterbij te komen.

Het onderzoek
De onderzoekers verzamelden vijf mensen met een ernstige dwangstoornis die in aanmerking kwamen voor diepe breinstimulatie. Bij elk van de cliënten werd een apparaatje geplaatst dat in staat was om het brein te stimuleren én de hersensignalen te monitoren. De proefpersonen werden naar huis gestuurd, waar hun hersenactiviteit dus continu gemonitord werd. Ook werd er – met behulp van een smartwatch – biometrische data verzameld, zoals hun hartslag en activiteitsniveau. Daarnaast keerden de proefpersonen regelmatig terug naar het lab waar de onderzoekers – opnieuw gelijktijdig met de hersensignalen – onder meer hun gezichtsuitdrukkingen en lichaamsbewegingen vastlegden. Vervolgens legden de onderzoekers de hersensignalen naast alle data die gelijktijdig verzameld waren, in de hoop op correlaties te stuiten. “Het is voor het eerst dat hersensignalen van mensen met een neuropsychiatrische ziekte samen met relevante gedragingen continu in de thuisomgeving gemonitord zijn,” stelt onderzoeker Nicole Provenza. “Met behulp van deze hersensignalen zijn we in staat om onderscheid te maken tussen het moment waarop iemand wel OCD-symptomen vertoont en een moment waarop deze daar geen last van heeft.”

Het is de opmaat naar meer. “Nu weten we dat we de gereedschappen hebben om signalen te identificeren die we kunnen gebruiken om de mate van stimulatie aan te passen aan de symptomen,” aldus Borton.

Vervolgonderzoek
Maar voor een dergelijke ‘stimulatie-op-maat’ echt kan worden ingezet, is eerst meer onderzoek nodig. Zo willen de wetenschappers hun studie graag herhalen onder een veel grotere groep proefpersonen. Ze wijzen er daarbij op dat een dwangstoornis een complexe stoornis is die zich op heel verschillende manieren kan manifesteren. En door meer patiënten te onderzoeken, hopen ze natuurlijk op hersensignalen te stuiten die het mogelijk maken om de stimulatie-op-maat aan mensen met uiteenlopende symptomen aan te bieden. Als dat lukt, zou de volgende stap zijn om een fabrikant te vinden die een apparaatje wil ontwikkelen dat het brein daadwerkelijk stimuleert wanneer nodig. “Ons doel is om te begrijpen wat deze hersensignalen ons vertellen en het apparaat zo te trainen dat het bepaalde patronen die geassocieerd worden met specifieke symptomen kan herkennen,” stelt onderzoeker Sameer Sheth.

Naast stimulatie-op-maat kan het onderzoek mogelijk ook nog tot andere, effectieve behandelingen leiden, meent onderzoeker Wayne Goodman. “De studie kan ons begrip van de processen die in het brein aan de stoornis ten grondslag liggen, vergroten. En een beter begrip daarvan kan ons in staat stellen om nieuwe anatomische doelwitten te vinden voor nieuwe behandelingen die veel minder ingrijpend zijn dan diepe breinstimulatie.”