Op een tropisch eiland in Okinawa filmden onderzoekers iets bijzonders: landheremietkreeften smullen van de vruchtjes van een vreemde, paddenstoelachtige parasietplant. En daarmee zijn de kreeftjes onbedoeld, via de binnen- en buitenkant, de zaadverspreiders van het aparte schepsel.
In de bossen aan de kust van het Zuid-Japanse eiland groeit een onopvallend plantje dat je zo voor een paddenstoel aan zou kunnen zien. Maar in werkelijkheid is het een bladgroenloze parasiet die leeft van de wortels van andere planten. De plant produceert tot wel een miljoen piepkleine zaadjes, elk verpakt in een minuscuul, droog vruchtje. En juist die zaadjes zorgden lange tijd voor hoofdbrekens. “Veel mensen dachten dat ze gewoon door de zwaartekracht naar beneden vallen en door de wind worden meegevoerd, maar op de vochtige en windstille bosbodem is dat een behoorlijk onwaarschijnlijk scenario”, vertelt bioloog Suetsugu Kenji van de Kobe University.
Op zoek naar de echte boosdoener
Uit eerder onderzoek van Suetsugu bleek al dat verwante parasietplanten uit de familie Balanophoraceae, met hun saaie kleurtje en gistachtige geur, worden verspreid door ongewervelden zoals mieren, krekels en kakkerlakken. Planten met stevig vastzittende vruchtjes trekken insecten met sterkere kaken aan, terwijl kleinere beestjes meer gecharmeerd zijn van planten met losser zittende vruchtjes. Omdat Balanophora fungosa ook dof gekleurd is, gistachtig ruikt en makkelijk loslatende vruchtjes heeft, vermoedde Suetsugu dat mieren de verspreiders waren.
Maar toen hij de planten afdekte met netten die wel mieren doorlieten maar grotere dieren buitensloten, gebeurde er iets merkwaardigs: de vruchtjes bleven gewoon op de bodem liggen. Er moest dus een andere, grotere schuldige zijn. Suetsugu zette vervolgens timelapse-camera’s neer om te zien wie er ’s nachts op bezoek kwam.
De echte tuinier ontmaskerd
De landheremietkreeft Coenobita brevimanus werd op heterdaad betrapt, schrijft Suetsugu deze week in het vaktijdschrift Ecology. De kreeften bleken de vruchtjes met hun scharen los te wrikken. Soms verdween in het holst van de nacht de hele vruchtoogst van een plant in één keer. Sommige vruchtjes bleven plakken aan het lijf van de kreeften. Suetsugu spotte de dieren zelfs meters van de plant vandaan met hun lading. Een deel van de zaadjes overleefde de tocht door het spijsverteringskanaal van de kreeften zelfs. En aangezien landheremietkreeften tot wel honderd meter kunnen afleggen, zijn het uiterst effectieve zaadverspreiders.
“Ik was enorm enthousiast toen ik dit ontdekte, want deze dieren werden tot nu toe vooral gezien als alleseters, aaseters en zaadrovers, niet als potentiële partners van planten”, legt Suetsugu uit. Dit is de eerste keer dat wetenschappelijk wordt aangetoond dat heremietkreeften als uitwendige én inwendige zaadverspreiders kunnen fungeren.
Leestip: Huizenjacht van heremietkreeft neemt onverwachte wending door onze slordigheid
Een uitnodigende geur
Het viel de Japanner op dat de kreeften actief op zoek gingen naar volgroeide planten. Op de beelden was duidelijk te zien dat de schaaldiertjes niets moesten hebben van onrijpe exemplaren. Het lijkt er sterk op dat de dieren worden gelokt door de geur die de rijpe planten verspreiden, een soort directe reclame gericht op ongewervelden, die normaal gesproken alles eten wat ze op de grond tegenkomen en met hun scharen te pakken kunnen krijgen.
“Bij zaadverspreiding gaat de meeste aandacht meestal uit naar grote gewervelde dieren. Kleine ongewervelden worden vaak over het hoofd gezien. Toch kunnen zij ook een cruciale rol spelen bij het verplaatsen van zaden, zeker op eilanden, in versnipperde leefgebieden en op schaduwrijke bosbodems”, vertelt Suetsugu.
Elke nieuwe ontdekking brengt hem dichter bij een model waarmee te voorspellen valt wanneer en waarom dit soort dieren belangrijke zaadverspreiders worden. Voor landheremietkreeften is dit de eerste waarneming, maar de schaaldierdeskundige is ervan overtuigd dat er meer in het vat zit: “Hun talrijke aanwezigheid in kustbossen en hun alleseterschap doen vermoeden dat dit weleens een breder patroon zou kunnen zijn”, zo besluit hij hoopvol.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

