Veel biologen en psychologen deinzen ervoor terug dieren gevoelens toe te kennen. Onterecht, stellen drie wetenschappers in een opiniestuk.

In het dagelijks spraakgebruik maken we nauwelijks onderscheid tussen emoties en gevoelens. Toch zijn het twee verschillende dingen, schrijven psycholoog Mariska Kret (Universiteit Leiden), bioloog Jorg Massen (Universiteit Utrecht) en primatoloog Frans de Waal (Emory-universiteit, VS) in het wetenschappelijke tijdschrift Affective Science. En hoewel gevoelens moeilijk te meten zijn, moeten we er volgens de drie wetenschappers niet zomaar van uitgaan dat dieren ze niet hebben.

Emoties en gevoelens

Wat is dan het verschil tussen emoties en gevoelens? Een emotie is, kort door de bocht, een reactie van je lichaam op iets wat er gebeurt, waarna je je gedrag aanpast. “Emoties kunnen bestaan zonder gevoelens en beïnvloeden gedrag vaker dan we denken”, schrijven Kret, Massen en De Waal.

Bij veel dieren zijn emoties op allerlei manieren gemeten (via gedrag, hartslag of hoeveelheden van bepaalde hormonen, bijvoorbeeld). Daardoor is het niet erg controversieel om te stellen dat dieren ze kunnen hebben.

Anders ligt dat bij gevoelens. Die omschrijft De Kret in een nieuwsbericht van de Universiteit Leiden als “de subjectieve interpretatie van de eigen emoties”. En tja, die laat zich niet echt op een objectieve manier meten.

Wel weten wij mensen van onszelf dat we gevoelens hebben – maar dat is meteen het enige directe bewijs ervoor. Bovendien weten we niet altijd wát we voelen, schrijven De Kret en collega’s: “Veel mensen bezoeken een therapeut om daarachter te komen.” Ook geven we vaak een sociaal wenselijk antwoord als ons naar onze gevoelens wordt gevraagd. Je kunt je dus afvragen in hoeverre je gevoelens bij mensen wél objectief kunt onderzoeken.

Evolutionaire spaarzaamheid

Ondertussen zijn er wel allerlei experimenten gedaan bij dieren die sterk de indruk wekken dat ze zich tot op zekere hoogte van zichzelf bewust zijn. Zo herkennen verschillende diersoorten zichzelf in een spiegel en lijken resusapen te weten wat ze wel en niet weten. “Wij vinden het dan voorbarig om aan te nemen dat die soorten zich niet bewust zijn van hun emoties”, stellen De Kret, Massen en De Waal.

Een manier om tegen dit soort waarnemingen aan te kijken, is ‘cognitieve spaarzaamheid’. Dat wil zeggen dat je, als je dierengedrag interpreteert, uit moet gaan van het meest eenvoudige proces dat dit gedrag kan verklaren. In dat geval zou je kunnen betogen dat je gevoelens maar beter buiten beschouwing kunt laten totdat je ze kunt ‘meten’.  

Neem bijvoorbeeld een aap die heel behoedzaam bij een slang vandaan beweegt terwijl hij het roofdier aanstaart en zachte kreetjes slaakt. Als je cognitieve spaarzaamheid hoog in het vaandel hebt, mag je dan niet zeggen dat de aap zich ‘bang voelt’. In plaats daarvan moet je aannemen dat het gedrag van het dier onbewust wordt aangestuurd.

De Kret en collega’s stellen daar een ander principe tegenover: dat van de evolutionaire spaarzaamheid. Dat houdt in dat als een dier dat nauw aan ons verwant is, zoals een chimpansee, onder vergelijkbare omstandigheden vergelijkbaar gedrag vertoont, daar waarschijnlijk vergelijkbare psychologische processen achter schuilgaan. En daar kunnen ook gevoelens toe behoren.