Heb jij (ook) je leven te danken aan genetisch gemodificeerde organismes?

Zonder genetisch gemodificeerde organismen zouden veel mensen belangrijke medicijnen moeten missen. Insuline is daar een bekend voorbeeld van. Diederik legt uit hoe dat zit.

In 1973 slaagden wetenschappers er voor het eerst in om een stukje DNA van de ene bacterie naar de andere over te brengen. Daarmee bewezen ze dat bacteriën genetisch aangepast konden worden. Een paar jaar later lukte het om de menselijke genetische code voor insuline in E. coli-bacteriën te plaatsen.

Alvleesklier

Dat betekende een grote medische doorbraak. Tot die tijd werd insuline gewonnen uit de alvleesklieren van slachtdieren. Dat kon leiden tot allergische reacties en bovendien waren er tekorten. Dankzij genetisch aangepaste bacteriën kon menselijke insuline worden geproduceerd. Humuline werd daarmee de eerste gmo-toepassing voor patiënten.

Inmiddels wordt dezelfde techniek voor veel meer medicijnen gebruikt. Zo worden groeihormonen gemaakt die vroeger uit de hersenen van overledenen moesten worden gehaald. Ook epo voor nier- en kankerpatiënten wordt met behulp van genetische modificatie geproduceerd.

Dat betekent niet dat iedere genetische aanpassing vanzelfsprekend is. De gevolgen moeten goed worden onderzocht. Maar gmo’s zijn veel meer dan Monsanto, glyfosaat of genetisch aangepaste landbouwgewassen.

Bovendien veranderen mensen al eeuwenlang de genen van planten door gericht te kruisen. Alleen noemen we dat meestal geen gmo.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"" -
Afbeelding bovenaan dit artikel:

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd