Gruwelijke combinatie van factoren leidde tot laatste massa-extinctie (met de mens in de hoofdrol)

Het ziet er af en toe apocalyptisch uit: de grote, allesvernietigende bosbranden in alle hoeken van de wereld volgen elkaar in recordtempo op. Maar dit is iets relatief nieuws: 50.000 jaar geleden waren er nauwelijks bosbranden. En toen ze er wel waren, verdwenen plots bijna alle grote zoogdieren op meerdere continenten. Wat is er gebeurd?

Tegen het einde van het Pleistoceen, oftewel de laatste IJstijd, vond de laatste grote massa-extinctie plaats. Tussen 10.000 en 50.000 jaar geleden zijn de meeste grote zoogdieren uitgestorven als gevolg van een enorme klimaatverandering plus de mens, die zich razendsnel voortplantte en verspreidde.

Tijdperk van de zoogdieren
De afgelopen 66 miljoen jaar wordt ook wel het Tijdperk van de Zoogdieren genoemd. Gedurende deze periode hebben onze wollige verwanten geprofiteerd van het uitsterven van de dinosaurussen en zijn de zoogdieren de dominante diergroep op onze planeet geworden. Tot 50.000 jaar terug liepen er in Europa, Azië, Noord- en Zuid-Amerika overal enorme beesten rond, zoals wolharige mammoeten, gigantische beren en reuzenwolven. In het gebied waar later Los Angeles is gebouwd, waren er ook twee soorten kamelen, drie soorten gigantische luiaards en vijf grote kattensoorten.

En toen waren ze opeens weg
En toen waren ze opeens allemaal verdwenen. Overal ter wereld waren de grote zoogdieren, die tientallen miljoenen jaren een stempel hadden gedrukt op allerlei ecosystemen, in geen velden of wegen meer te bekennen. Noord-Amerika verloor meer dan 70 procent van de meer dan 44 kilo wegende zoogdieren (megafauna), Zuid-Amerika meer dan 80 procent, Australië bijna 90 procent. Alleen in Afrika, Antarctica en een paar afgelegen eilanden bleven de ‘natuurlijke’ diergemeenschappen intact.

Discussie over oorzaken
Het is onduidelijk wat nu precies de oorzaak was van deze massale uitsterving van soorten. Paleontologen en archeologen zijn er al tientallen jaren over aan het bakkeleien. Ze hebben geen moeite om redenen te bedenken. Sterker nog, er liggen juist te véél verschillende oorzaken op tafel. Toen de IJstijd op zijn einde liep en het klimaat opwarmde, veranderden de weerpatronen en de vegetatie enorm. Tegelijk nam overal het aantal mensen rap toe. Het succesverhaal van de mens betekende dat zo ongeveer elke hoek van de wereld in snel tempo werd gekoloniseerd. Een of beide processen hebben hoogstwaarschijnlijk sterk bijgedragen aan de extinctie. Helaas zijn er op de meeste continenten te weinig fossielen gevonden om het precieze tijdstip aan te wijzen waarop de grote zoogdieren verdwenen.

Koolstofdatering
Dit is echter wel mogelijk in de La Brea Tar Pits bij Los Angeles – de grootste fossielenvindplek met botten van duizenden grote zoogdieren uit de IJstijd, die in stroperige asfaltmeren zijn geconserveerd. Daar zijn aardig wat aanwijzingen te vinden om dit mysterie (gedeeltelijk) op te lossen. De eiwitten in deze botten kunnen met radioactieve koolstofmetingen heel precies worden gedateerd, zodat we meer kunnen zeggen over de timing en oorzaken van de ineenstorting van de prehistorische ecosystemen.

En daaruit blijkt dat zich 13.000 jaar geleden in Zuid-Californië en omgeving een ecologisch drama heeft afgespeeld, dat de vegetatie permanent heeft veranderd en alle iconische megazoogdieren de kop heeft gekost. De combinatie van klimaatopwarming, decennialange droogte en de zich razendsnel voortplantende mens heeft voor een omslagpunt in het ecosysteem gezorgd. Opmerkelijk is dat een gigantische toename van het aantal bosbranden waarschijnlijk de aanstichter is van deze ramp. Bosbranden die hoogstwaarschijnlijk door de mens zijn aangestoken. Door dit alles werd het landschap droger en kaler, en verdwenen grote stukken bos. Ondertussen bleef de mens jagen. Dat bij elkaar zorgde ervoor dat er steeds minder herbivoren overbleven. Dieren die het van bomen moeten hebben, zoals kamelen, verdwenen totaal.

Het grote kantelpunt
Het probleem was niet dat mensen vuur maakten. Dat deden ze al honderdduizenden jaren. Ook de opwarming van de Aarde was op zichzelf niet zo erg. Het was dat in combinatie met de groei van de bevolking waardoor zo’n 13.000 jaar geleden de zoogdieren in het nauw kwamen. In die periode nam het aantal branden in Zuid-Californië enorm toe. Door hitte, droogte, verlies van planteneters en door de mens aangestoken branden ontstond een kantelpunt: alle iconische megafauna in de regio verdween voorgoed.

De studie naar oorzaken en gevolgen van de massa-extinctie in het late Pleistoceen helpt om de klimaatcrisis, waar we nu mee te maken hebben, beter te begrijpen. Het grote verschil tussen toen en nu is wel, dat de temperaturen nu tien keer zo snel stijgen als aan het einde van de IJstijd, vooral vanwege de verbranding van fossiele brandstoffen. In de laatste 45 jaar is de intensiteit, frequentie en oppervlakte van de Californische bosbranden vijf keer zo groot geworden, blijkt uit analyse van de steenkoollagen in Lake Elsinore. Pas toen de mens op het toneel verscheen, werden bosbranden regelmatige gebeurtenissen. Ook tegenwoordig is de mens nog in 90 procent van de gevallen de oorzaak van natuurbranden.

Lessen uit het verleden
De parallellen tussen de grote uitstervingsgolf in het late Pleistoceen en de huidige milieucrisis zijn duidelijk. Het verleden leert ons dat de ecosystemen waar wij afhankelijk van zijn, erg kwetsbaar zijn als ze op meerdere manieren worden aangetast. We moeten als samenleving dus meer doen om de emissie van broeikasgassen tegen te gaan, natuurbranden te voorkomen en de overgebleven megafauna op aarde te beschermen. Alleen zo kunnen we een nieuwe, mogelijk nog catastrofalere massa-extinctie voorkomen.

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd