Het kappen van bossen heeft vele negatieve gevolgen, maar eentje waar wetenschappers nog te weinig rekening mee hebben gehouden, is de impact op overstromingen. Die komen tot 18 keer vaker voor door grootschalige houtkap en dat effect houdt meer dan 40 jaar aan.
Dat blijkt uit een studie van de University of British Columbia (UBC). “In één stroomgebied zagen we dat extreme overstromingen niet alleen veel vaker voorkwamen, maar ook meer dan twee keer zo groot werden”, zegt hoofdonderzoeker en hydrologisch expert dr. Younes Alila. “Een gebeurtenis die vroeger eens in de 70 jaar plaatsvond, gebeurt daar nu elke 9 jaar.”
Hetzelfde maar toch heel anders
Voor de studie maakten Alila en zijn team gebruik van een van de langstlopende bosbouwexperimenten ter wereld, opgezet in de jaren 50 in het Amerikaanse North Carolina. In twee aangrenzende stroomgebieden, het ene op een noordhelling, het andere op een zuidhelling, werden in die periode nagenoeg alle bomen gekapt. Het bleek het ideale scenario om te onderzoeken wat boskap met de waterhuishouding doet.
En dat viel niet mee: in het noordelijk gelegen stroomgebied, dat minder zonlicht krijgt en dus vochtiger blijft, zorgde de kaalkap voor een ware explosie van water. “We vonden dat ogenschijnlijk kleine factoren van het landschap, zoals de richting waarin een helling ligt, een wereld van verschil maken voor hoe een stroomgebied reageert op boskap”, vertelt onderzoeker Henry Pham, promovendus aan UBC.
De cijfers spreken boekdelen: in het stroomgebied op de noordelijke helling nam het aantal grote overstromingen met een factor vier tot achttien toe. De gemiddelde overstroming werd 47 procent heviger en de grootste pieken zelfs 105 procent extremer.
Opmerkelijk genoeg waren er in het zuidelijk gelegen stroomgebied, met exact dezelfde bomenkap, nauwelijks veranderingen. De conclusie: het maakt niet alleen uit hoeveel bos je kapt, maar ook waar, onder welke omstandigheden en in welk landschap.
Oude modellen schieten tekort
De bevindingen zetten bestaande modellen voor waterbeheer en overstromingsrisico’s op zijn kop. In die modellen wordt meestal gewerkt met simpele aannames: kap X procent bomen en reken op Y procent meer waterafvoer. Maar dat klopt dus lang niet altijd, waarschuwen de onderzoekers.
“Dit experimentele bewijs ondersteunt onze oproep om betere analysemethoden te gebruiken”, aldus dr. Alila. “Als we waarschijnlijkheidsmodellen toepassen op langetermijndata, vinden we veel sterkere en grilligere effecten dan traditionele modellen suggereren.”
En die effecten beperken zich niet tot gemiddelde waarden. Boskap blijkt de hele dynamiek van een stroomgebied ingrijpend te veranderen. Zeldzame natuurrampen worden plots alledaagse gebeurtenissen.
Een boodschap voor beleidsmakers
De implicaties voor het bosbeheer, ook dichter bij huis, zijn niet mis. “We hopen dat de industrie en beleidsmakers deze resultaten ter harte nemen”, zegt Alila. “Ze tonen aan dat het er niet alleen toe doet hoeveel bos je verwijdert, maar ook waar, hoe en onder welke omstandigheden.”
Volgens Alila kan het model dat in deze studie is gebruikt zelfs helpen voorspellen welke gebieden momenteel het grootste risico lopen op extreme overstromingen. En het kan ook met terugwerkende kracht gebruikt worden om eerdere overstromingen te analyseren en te bepalen in welke mate ze zijn veroorzaakt door klimaatverandering en in hoeverre landgebruik en bomenkap de oorzaak zijn.
“Onze bevindingen laten zien hoe verschillende landschapsfactoren op complexe manieren met elkaar interacteren”, besluit Alila. “Nu het klimaat verandert, wordt het steeds belangrijker om die dynamiek goed te begrijpen voor zowel bosbeheer als waterveiligheid.”


