Graslanden lijken soms verrassend flexibel om te gaan met het verlies van soorten. Een nieuw onderzoek laat echter zien dat schijn bedriegt.
Graslanden zijn van groot belang: ze leveren voedsel voor vee, bieden bestuivers een thuis en slaan zelfs koolstofdioxide op. Daarmee spelen ze een belangrijke rol in het waarborgen van onder andere voedselzekerheid en de biodiversiteit. Uit eerdere onderzoeken bleek vaak dat graslanden daarnaast ook verrassend stabiel lijken te zijn, ook als er soorten verdwijnen. Een nieuw onderzoek in Journal of Ecology laat zien dat het antwoord minder simpel is dan gedacht.
Niet willekeurig
Onderzoeker Takehiro Sasaki van Yokohama National University zegt: “Veel eerdere onderzoeken gingen ervan uit dat soorten willekeurig verdwijnen. In de natuur gebeurt dat vaak helemaal niet zo willekeurig. Zo kunnen bijvoorbeeld klimaatschommelingen of begrazing ervoor zorgen dat specifieke soorten als eerste verdwijnen.”
Om het effect van die minder willekeurige verdwijningen beter te begrijpen voerden de onderzoekers een veldexperiment uit in een grasland in Mongolië, in Hustai National Park. Ze legden 84 proefvlakken aan van drie bij drie meter. In die vlakken verwijderden ze plantensoorten aan de hand van vier verschillende scenario’s.
Leestip: Klimaatverandering bedreigt nu ook veehouderij: helft grasland wordt op termijn onbruikbaar
In het eerste scenario verdwenen eerst de meest voorkomende soorten. In het tweede scenario verdwenen juist eerst de minst voorkomende soorten. In het derde scenario werden zowel de dominante als de zeldzame soorten weggehaald. In het vierde scenario verdwenen soorten willekeurig.
Daarna volgden de onderzoekers drie jaar lang hoe de verschillende plantengemeenschappen zich ontwikkelden. Ze keken naar het aantal soorten, naar de eigenschappen van die soorten en naar de stabiliteit van het ecosysteem binnen het proefvlak. Ook onderzochten ze of soorten elkaar konden compenseren. Dat betekent dat als de ene plantensoort het minder goed doet, een andere soort tijdelijk juist beter gaat groeien. Zo blijft het grotere ecosysteem toch redelijk stabiel.
Onstabiel ecosysteem
Op het eerste gezicht gebeurde hetzelfde als wat in veel eerdere onderzoeken ook al is aangetoond: de verschillende ecosystemen bleven verrassend stabiel. Echter blijkt dat niet het hele verhaal te zijn, want de manier waarop die stabiliteit behouden blijft kan sterk verschillen.
Daarbij ontdekten de wetenschappers dat als de meest voorkomende soorten als eerste verdwijnen het ecosysteem daardoor het hardst geraakt wordt. Daardoor neemt namelijk de functionele diversiteit af. Dat is de variatie in eigenschappen van planten, zoals de manier waarop ze licht, water en voedingsstoffen gebruiken. Uiteindelijk wordt daardoor ook de stabiliteit van zeldzamere soorten zwakker.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Sasaki zegt: “Niet alleen het aantal verdwenen soorten telt, maar ook welke soorten verdwijnen en in welke volgorde. Dominante soorten kunnen een grote rol spelen, omdat ze vaak veel bijdragen aan de werking van het ecosysteem. Als zulke soorten als eerste wegvallen kan het ecosysteem daardoor als geheel kwetsbaarder worden voor droogte, hitte of andere verstoringen.”
Unieke eigenschappen
Wanneer vooral zeldzame soorten verdwenen was het directe effect aanzienlijk kleiner. Volgens de onderzoekers betekent dit niet dat zeldzame soorten daarom dus onbelangrijk zijn. Ze kunnen op langere termijn juist waardevol blijken, bijvoorbeeld omdat ze unieke eigenschappen hebben of belangrijker kunnen worden wanneer de omstandigheden op een specifieke manier veranderen.
Het scenario waarin zowel dominante als zeldzame soorten verdwenen was het minst florissant: een grasland verliest dan niet alleen de belangrijkste soorten, maar ook de soorten die mogelijk bijzondere functies kunnen vervullen. De graslanden die met dit scenario te maken kregen leken het duidelijk moeilijker te vinden om eventuele schommelingen in het klimaat op te vangen.
De studie duurde slechts drie jaar. De onderzoekers benadrukken daarom dat langere metingen nodig zijn. De boodschap voor natuurbeheerders is echter al wel duidelijk: het is niet genoeg om alleen het aantal soorten in een grasland te tellen. Beheerders moeten ook kijken naar de rol van soorten en naar welke soorten het meest bijdragen aan de stabiliteit van het ecosysteem.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Wetenschap lijkt oudste grasland ter wereld op het spoor te zijn en Planten pikken elkaars geur op en kletsen zo in alle stilte over belangrijke zaken . Of lees dit artikel: Guldenroedesoorten hebben de tijd van hun leven: warmere zomers geven de soorten onverwacht een duwtje in de rug .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


