Goed nieuws: het risico op een puinstroom neemt niet altijd toe na een bosbrand

Na een bosbrand zijn de problemen vaak nog niet de wereld uit. Doordat de grond ineens open en bloot komt te liggen, houden natuurbeheerders vaak rekening met mogelijke modderstromen. Nieuw onderzoek laat echter zien dat dit, afhankelijk van het terrein, niet altijd het geval is.

Voor sommige steden beginnen de problemen pas echt nadat het vuur is gedoofd. Neem bijvoorbeeld Californië: na de bosbranden in januari werd hetzelfde gebied nog geen maand later geteisterd door puin- en modderstromen toen een storm overtrok. Deze stromen maakten op hun beurt veel slachtoffers en veroorzaakten miljoenen dollars aan schade. Een team van de University of Oregon heeft nu goed nieuws: er is niet altijd sprake van een verhoogd risico na een bosbrand, afhankelijk van de geologische geschiedenis van het gebied. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Science Advances.

Stroomgebieden
Het team stond onder leiding van Josh Roering. Voor het onderzoek namen zij de Columbia River Gorge onder de loep. In dit gebied brandde in 2017 binnen drie maanden zo’n 47.000 hectare bos rond Eagle Creek af. Roering: “Na de enorme bosbrand in de Columbia River Gorge was het de vraag of een soortgelijke gebeurtenis ook daar kon plaatsvinden. De kloof was een fantastische plek om te onderzoeken welk effect bosbranden hebben op steile en rotsachtige landschappen.”

Om dit te onderzoeken, scande het team het gebied met een LiDAR-scanner vanuit de lucht. Daarmee konden ze door de huidige bebossing heen kijken om het landschap te inspecteren, bijvoorbeeld om te zien waar de meeste erosie plaatsvond. Door vooral te kijken naar deze plekken konden ze bepalen waar puin- en modderstromen het vaakst voorkomen. Geoloog Maryn Sanders werkte mee aan het onderzoek. Tijdens de analyse van de data viel haar een aantal zaken op. Zo ontdekte ze dat de meeste puin- en modderstromen voorkomen in zeer steile stroomgebieden nabij Dodson, Oregon. Aan de voet daarvan vond het team grote, waaiervormige ophopingen van sediment. In eerste instantie leek dat niet bijzonder, maar bij nadere inspectie bleek het een belangrijke aanwijzing. Sanders: “De grootte en samenstelling van deze ophopingen suggereren dat puin- en modderstromen al duizenden jaren veelvuldig voorkomen in dit gebied.”

Ze ontdekte bovendien dat deze ophopingen veel sneller sediment verzamelden dan in vlakkere gebieden – waarschijnlijk door temperatuurverschillen waardoor rotsen afbreken en naar beneden vallen. Vervolgens keek ze naar de geologische geschiedenis van het gebied, wat een onthullende ontdekking opleverde. “De erosie in het gebied was na de bosbrand vergelijkbaar met de erosie van vóór de brand. Dit betekent dat rotsachtig gebied niet sterk wordt aangetast door bosbranden. Onze analyse suggereert dat branden geen grote rol spelen in het veroorzaken van puinstromen, en benadrukt vooral dat de geschiedenis van het landschap belangrijk is.”

Goed nieuws
Hoewel het gebied door de veelvoorkomende puin- en modderstromen nog steeds gevaarlijk is, wordt het in ieder geval niet gevaarlijker na een bosbrand. Dat is waardevolle informatie voor natuurbeheerders en beleidsmakers, omdat het kan helpen bij het beter voorspellen van de nasleep van een bosbrand. Als volgende stap werkt het team aan een hulpmiddel om puin- en modderstromen in de Columbia River Gorge beter te kunnen voorspellen. Sanders besluit: “Deze stroomgebieden zijn erg actief en van zichzelf gevaarlijk, of er nu wel of niet een bosbrand is geweest. We willen graag dat ons onderzoek organisaties helpt om dit geologisch complexe landschap beter te begrijpen.”

Kader – LiDAR
LiDAR staat voor Light Detection and Ranging. De techniek werkt door vanaf hoogte lichtpulsen op het aardoppervlak te schieten. Die weerkaatsen terug, waarna de tijd tussen het uitzenden en ontvangen wordt gemeten. Zo kan de hoogte van het terrein zeer precies worden berekend. Het resultaat is een gedetailleerde hoogtekaart waarop zelfs subtiele reliëfverschillen zichtbaar zijn. Daardoor kunnen structuren aan het licht komen die met het blote oog niet of nauwelijks te zien zijn. LiDAR wordt veel gebruikt door archeologen, bijvoorbeeld om vooraf te bepalen waar ze het beste kunnen graven, of in gebieden waar veldonderzoek lastig is door dichte begroeiing of conflictsituaties. Voor een onderzoek in Nederland is onlangs ook gebruik gemaakt van LiDAR. Meer weten? Kijk dan eens hier.

Bronmateriaal

"The influence of wildfire on debris flows in a landscape of persistent disequilibrium: Columbia River Gorge, OR, USA" - University of Oregon
Afbeelding bovenaan dit artikel: Matthis Volquardsen

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd