Het is mede door de sancties die Rusland heeft opgelegd gekregen zeer onwaarschijnlijk dat de Europese Marsrover Rosalind Franklin in 2022 gelanceerd wordt.

Dat heeft Europese ruimtevaartorganisatie ESA in een korte verklaring laten weten. Mocht de lancering inderdaad geen doorgang vinden, dan is het al de tweede keer dat de lancering van ESA’s Marsrover wordt uitgesteld. In 2020 gebeurde dat ook al. Het uitstel werd toen mede ingegeven door de coronacrisis.

Oorlog
Dit keer is het geen gezondheidscrisis, maar een oorlog die roet in het eten gooit. De Marsrover Rosalind Franklin maakt namelijk deel uit van de ExoMars-missie waarbinnen ESA nauw samenwerkt met de Russen. Zo bestaat de missie naast de Europese Marsrover ook uit een Russische Marslander die Kazachok is gedoopt. De twee zouden, na lancering op een Russische draagraket, samen naar Mars reizen. Eenmaal daar aangekomen zou de rover onder meer de jacht openen op sporen van leven, terwijl de lander onder meer onderzoek zou gaan doen naar het klimaat en de atmosfeer van Mars.

Struikelblok
Waar die bundeling van Europese en Russische krachten lang een pluspunt leek, is het nu een struikelblok geworden. De afgelopen week hebben Europese leiders de Russische inval in Oekraïne in ferme bewoordingen veroordeeld en met verregaande sancties bestraft. Daardoor is ook de relatie tussen ESA en Roscosmos onder druk komen te staan. Nog even afgezien daarvan, maken de sancties het op zichzelf ook al heel lastig om met de Russen samen te werken.

2024?
En ESA ziet het dan ook niet gebeuren dat Rosalind Franklin en Kazachok dit jaar nog gelanceerd gaan worden. Die lancering stond gepland voor september 2022, waarna beiden in het voorjaar van 2023 voet op Mars zouden zetten. Als de lancering daadwerkelijk wordt uitgesteld, kan het wel 2024 worden voor de rover en lander het luchtruim kiezen. Want het beste moment om een ruimtemissie naar Mars te sturen, is wanneer Mars en de aarde relatief dicht bij elkaar staan (waardoor de reis niet zoveel brandstof en tijd kost). En dat moment dient zich grofweg één keer in de twee jaar aan. Vandaar dat de in 2020 door COVID uitgestelde lancering ook direct naar 2022 werd doorgeschoven.

Ruimtehaven
ExoMars is zeker niet de enige ruimtemissie is die door de oorlog in Oekraïne beïnvloed gaat worden. Eerder dit weekend maakten de Russen al bekend dat ze zich – in reactie op de door Europa opgelegde sancties – volledig terugtrekken uit de ruimtehaven die ESA in Frans-Guyana in gebruik heeft en waar onder meer de raketten van ESA en het Franse bedrijf Arianespace worden gelanceerd. Het laatstgenoemde bedrijf lanceert vanuit deze ruimtehaven ook regelmatig Russische Sojoez-raketten met aan boord Galileo-satellieten (onderdeel van het eerste civiele satellietnavigatiesysteem dat ESA in samenwerking met de EU bouwt) en aardobservatiesatellieten (zoals de satellieten uit het Copernicusprogramma). Maar doordat de Russen zich uit de ruimtehaven terugtrekken, zitten lanceringen met een Russische raket er op korte termijn dus niet in en dat zou zomaar kunnen leiden tot uitstel van geplande lanceringen. ESA is zich van dat risico bewust en heeft reeds aangegeven te kijken naar alternatieve draagraketten.

Venera-D
Maar niet alleen ESA is druk bezig om de gevolgen van de oorlog in Oekraïne te evalueren. Ook NASA heeft door de situatie in Oekraïne al afscheid moeten nemen van een ruimtemissie. Eerder lieten de Russen bij monde van Dmitry Rogozin – baas van de Russische ruimtevaartorganisatie – weten het ongepast te vinden om met de Amerikanen aan de Venera-D-missie te blijven werken. Deze missie zou tegen het eind van dit decennium naar Venus moeten voeren en is door de Russen op poten gezet. Maar in 2014 werd de Amerikanen gevraagd om mee te denken en ook enkele wetenschappelijke instrumenten te ontwikkelen. Die samenwerking is voorlopig dus van de baan.

En dan is er natuurlijk nog het internationale ruimtestation, een project waarbinnen de Russen en Amerikanen al jaren de krachten bundelen. Vooralsnog vindt die samenwerking gewoon doorgang, al zijn er van Russische zijde al wel wat dreigementen over het beëindigen van die samenwerking geuit. Een aantal jaren geleden zouden die bedreigingen de Amerikanen nog de stuipen op het lijf hebben kunnen jagen, maar inmiddels zijn de Amerikanen niet meer zo afhankelijk van de Russen als toen. Zo zijn er verschillende Amerikaanse ruimtebedrijven die voorraden en bemanning van en naar het ISS kunnen brengen, indien nodig. En die commerciële ruimtevaartuigen kunnen het ISS in theorie ook zo af en toe het duwtje geven dat het nodig heeft om in een baan rond de aarde te blijven. En daarmee hebben de recente dreigementen van Rogozin dat het ISS als de Russen er de handen vanaf trekken gedoemd is om ongecontroleerd naar beneden te vallen, hun kracht verloren.