Er is een duidelijke generatiekloof als het gaat om investeren. Jongere investeerders willen best geld steken in sociale en duurzame projecten, ook al kost het hun geld. Babyboomers niet. Zij kiezen voor zo’n groot mogelijke winst met zo min mogelijk risico. 

‘s Werelds grootste vermogensbeheerders laten zich in hun beleggingsstrategie steeds meer leiden door maatschappelijke, bestuurlijke en duurzame afwegingen. Zo hebben BlackRock en Vanguard, die duizenden miljarden euro’s aan vermogen beheren voor klanten over de hele wereld, verklaard om hun stemrecht bij aandeelhoudersvergaderingen te gebruiken om aan te dringen op allerlei veranderingen, van meer diversiteit in de directiekamer tot netto nul-doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen.

Winst inleveren voor principes?
De twee bekendste duurzame investeringsbanken in Nederland zijn ASN en Triodos. Zij gaan nog een stuk verder en kiezen de investeringen voor hun klanten zorgvuldig uit met aandacht voor sociale en duurzame aspecten. Maar geeft de gemiddelde belegger ook voorrang aan de ‘sociale’ fondsen, zelfs als het pijn gaat doen in de portemonnee? Het antwoord op deze vraag is: ja en nee.

Dit blijkt uit een enquête die werd uitgevoerd door Stanford University. De antwoorden van 2470 beleggers met een vermogen variërend van 10.000 dollar tot meer dan een half miljoen, brachten scherpe generatieverschillen aan het licht. Van de respondenten, die na 1980 zijn geboren en dus tot Generatie Z of de millennials behoren, vond maar liefst 83 procent dat hun persoonlijke mening bij duurzame of sociale kwesties moet worden meegenomen wanneer beleggingsfondsen hun macht aanwenden en hierover mogen stemmen.

Grote verschillen tussen generaties
Ongeveer twee derde van de millennials en Gen Z’ers gaf aan dat ze zich grote zorgen maken over kwesties als de uitstoot van broeikasgassen en inkomensongelijkheid. Van de babyboomers, geboren voor 1965 en dus ouder dan 58 jaar, gaf twee derde juist aan dat ze niet of nauwelijks bezorgd zijn over dit soort problemen en hier dus ook geen rekening mee houden bij het beleggen.

De twintigers en dertigers die deelnamen aan de enquête waren bereid tot 10 procent van hun investeringen in te leveren als de bedrijven hun milieubeleid aantoonbaar zouden veranderen. De gemiddelde babyboomer was absoluut niet bereid om geld te verliezen ten bate van sociale of duurzaamheidsdoelen. Generation X, die tussen 41 en 58 jaar oud is, zit ook wat betreft duurzaamheid en sociale betrokkenheid tussen de oude en nieuwe generatie in.

Milieubeleid leeft het meest
Investeerders in het onderzoek waren het meest bereid om geld te verliezen bij het nastreven van milieudoelstellingen. “Mensen kunnen zich beter inleven in milieu- en sociale standpunten, omdat het persoonlijker is. Zijn er problemen met de kwaliteit of de levering van het drinkwater? Leven er veel te veel mensen in uw gemeenschap onder de armoedegrens? Dat zijn kwesties die mensen heel goed begrijpen en die ze uit de eerste hand ervaren. Dit in tegenstelling tot de vraag: ‘Bestaat het bestuur van een bedrijf volledig uit onafhankelijke mensen of is er belangenverstrengeling?’ Dat is een wat abstractere afweging”, legt David Larcker (71), emeritus hoogleraar aan Stanford, uit.

“Mensen van mijn leeftijd zeggen vaak: “We willen dat de investeringskeuzes in lijn zijn met onze normen en waarden, maar we willen geen geld verliezen om aan een of andere doelstelling te voldoen.” Jongere mensen geven aan meer bereid te zijn een deel van hun investering op te geven voor dingen die zij als sociaal of ecologisch goed beschouwen.

Risico nemen
Larcker komt met twee verklaringen voor dit grote verschil tussen oudere en jongere beleggers: ”60-plussers hebben minder tijd van leven. Als ze veel geld verliezen omdat hun fonds voor een groot deel naar een goed doel gaat, hebben ze niet veel tijd meer om het goed te maken. Als je 30 tot 40 jaar de tijd hebt om vermogen te laten groeien met beleggen, is het minder risicovol en pijnlijk om niet voor de volle winst te gaan.”

Optimisme en zelfoverschatting
“Maar er is ook iets anders aan de hand. Ouderen denken dat het rendement de komende jaren vrij laag gaat zijn. Ze zijn bescheidener en hebben meer zelfkennis. Ook denken ze dat ze een vrij slecht begrip hebben van hoe de aandelenmarkten bewegen. Jongere mensen zijn daarentegen veel optimistischer over het toekomstige rendement en denken met hun kennis de financiële markten een stuk beter in te kunnen schatten. Als je denkt dat de koersen elk jaar met 10 of 15 procent zullen stijgen, ben je meer bereid om wat van je winsten op te geven, want je financiële toekomst ziet er fleurig uit. Als je denkt dat de groei veel lager zal zijn, en zo kijken ouderen ernaar, dan veranderen de rekensommen in het hoofd en houd je de hand meer op de knip”, besluit Larcker.