Gelukkige landen tellen meer katten. Maar maakt een kat je ook gelukkiger?

Mensen in landen met veel katten zijn gemiddeld gelukkiger dan in landen met weinig katten. Dat blijkt uit een vergelijking van 93 landen door onderzoekers uit Mexico, Finland, Letland en de Verenigde Staten. De onderzoekers deden ook een opvallende bevinding over toxoplasma.

De onderzoekers verzamelden voor elk land een reeks cijfers over hoe tevreden de inwoners zijn met hun leven, hoeveel katten er leven per 10.000 inwoners, hoe rijk het land is en hoeveel het uitgeeft aan gezondheidszorg. Ze bekeken ook hoe vaak mensen besmet raken met Toxoplasma gondii, een parasiet die zich voortplant in katten.

De geluksscores komen uit het World Happiness Report van 2025. Daarin geven inwoners hun eigen leven een cijfer van 0 tot 10. De scores zijn een gemiddelde over 2022, 2023 en 2024. Nederland stond er vijfde, België veertiende.

Voor de katten gebruikten de onderzoekers schattingen voor 2025. Gemiddeld leeft er ongeveer 1 kat per 10 inwoners, maar de verschillen zijn groot. Het aantal varieert van 1 kat per 150 inwoners tot bijna 1 per 3. Alleen landen waarvoor alle gegevens beschikbaar waren, kwamen in de analyse terecht.

Een parasiet uit de kattenbak

Toxoplasma gondii is een eencellige parasiet. Hij kan bijna alle warmbloedige dieren besmetten, ook mensen. Voortplanten doet hij alleen in de darmen van katten. Via kattenpoep belanden zijn kiemen in de bodem, in water en op groenten.

Mensen raken vooral besmet door die kiemen binnen te krijgen of door vlees te eten dat niet goed doorbakken is. Wereldwijd draagt naar schatting 10 tot 30 procent van de volwassenen de parasiet, vaak zonder het te weten. Meestal geeft dat geen klachten. Toch koppelt een groeiende reeks studies een langdurige besmetting aan psychische problemen zoals depressie, angst en schizofrenie. Of de parasiet die problemen ook veroorzaakt, staat niet vast.

Betrouwbare besmettingscijfers voor de hele bevolking bestaan in de meeste landen niet. Daarom gebruikten de onderzoekers gegevens van zwangere vrouwen. Zij worden in veel landen standaard getest, omdat de parasiet een ongeboren kind kan schaden. In hun bloed zijn twee soorten afweerstoffen te meten. De ene wijst op een recente besmetting, de andere op een besmetting van langer geleden.

Leestip: Je kat liever binnenhouden? Dat vindt hij helemaal niet zo erg als je denkt

Meer katten, minder besmettingen

Onderzoekers drukken de sterkte van een verband uit in een getal tussen -1 en 1. Bij 0 is er geen verband, bij 1 of -1 een perfect verband. Een negatief getal betekent: hoe meer van het een, hoe minder van het ander.

Tussen het aantal katten per inwoner en geluk vonden de onderzoekers een verband van 0,62. Dat is stevig. Rijkdom scoorde nog hoger: 0,80. Recente besmettingen hingen negatief samen met geluk (-0,54), oudere besmettingen zwakker (-0,33).

Wat vooral opvalt, is dat landen met veel katten juist minder recente besmettingen hadden. Je zou het omgekeerde verwachten. De onderzoekers denken dat de manier waarop katten leven het verschil maakt. In rijke landen zitten ze vaker binnen, eten ze kattenvoer uit de winkel en gaan ze naar de dierenarts. In armere landen zwerven katten vaker vrij rond en jagen ze op prooien die de parasiet dragen.

Een klassieke valkuil

Martijn Burger is academisch directeur van de Erasmus Happiness Economics Research Organisation (Erasmus Universiteit Rotterdam) en bestudeert al jaren wat mensen gelukkig maakt. “Het is een interessant verband, maar ik zou er niet de conclusie aan verbinden dat katten mensen gelukkiger maken”, zegt hij. “Het gaat hier om een vergelijking tussen landen. Dat landen met veel katten gemiddeld gelukkiger zijn, betekent nog niet dat binnen die landen mensen met een kat gelukkiger zijn dan mensen zonder kat. Dat is een klassieke valkuil bij dit soort landenvergelijkingen.”

Wetenschappers noemen die denkfout de ecologische drogreden. “Om iets over oorzaak en gevolg te kunnen zeggen, heb je eigenlijk gegevens op individueel niveau nodig en bij voorkeur onderzoek waarbij mensen over de tijd worden gevolgd”, aldus Burger.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Welvaart als verborgen factor

Wat zit er dan wel achter? “Ik zou in eerste instantie denken aan welvaart en de bredere leefomstandigheden die daarmee samenhangen”, zegt Burger. “In rijkere landen zijn mensen gemiddeld tevredener met hun leven, maar is er waarschijnlijk ook meer ruimte om huisdieren te houden en goed te verzorgen.” Dat zou volgens hem ook kunnen verklaren waarom veel katten niet samengaan met meer besmettingen.

“Kattenbezit kan hier dus deels een indicator zijn van gunstige leefomstandigheden, in plaats van de oorzaak van het hogere geluk.”
Dat punt weegt extra zwaar. In een rekenmodel dat meerdere factoren tegelijk bekijkt, bleef het aantal katten per inwoner de sterkste voorspeller van geluk. Maar rijkdom en inkomensniveau zaten niet in dat model. De onderzoekers lieten ze weg, omdat de twee zo sterk samenhangen dat het model ze niet uit elkaar kan houden. Alleen de gezondheidsuitgaven bleven over als maatstaf voor welvaart.

Nederland en België passen in dat plaatje. “Nederland en België zijn relatief welvarende landen met goede leefomstandigheden, goede gezondheidszorg en veel huisdieren”, zegt Burger. “Dezelfde omstandigheden kunnen dus zowel samenhangen met veel kattenbezit als met hoge geluksscores. Je moet oppassen dat je het ene dan als oorzaak van het andere gaat zien.”

Maakt een huisdier gelukkig?

Veel baasjes zullen zweren dat hun kat hen gelukkiger maakt. Maar maakt een huisdier iemand ook aantoonbaar gelukkiger? “Dat is minder duidelijk dan je misschien zou verwachten”, zegt Burger. “Een belangrijk probleem is selectie: mensen die een huisdier nemen verschillen ook op allerlei andere punten van mensen die dat niet doen.”

Een literatuuroverzicht uit 2021 vond zowel positieve als negatieve verbanden en veel studies zonder duidelijk verband. Een Australische studie uit 2026 pakte het slimmer aan. Door een wijziging in de huurwet van de deelstaat Victoria konden sommige huurders plots makkelijker een huisdier nemen. Zo ontstond een soort natuurlijk experiment. Ook daar vonden de onderzoekers geen duidelijk effect op levensvoldoening, eenzaamheid of mentale gezondheid.

“Dat betekent niet dat een huisdier voor individuele mensen niet heel belangrijk kan zijn”, zegt Burger. “Maar we kunnen op basis van het huidige onderzoek niet stellen dat het nemen van een huisdier mensen gemiddeld gelukkiger maakt.”

Ook in België kwamen huisdieren al aan bod in onderzoek naar geluk, maar “slechts één keer, in 2019”, zegt Lieven Annemans, hoogleraar gezondheids- en welzijnseconomie (UGent). Een goede band met een huisdier droeg toen wel bij aan het geluksgevoel, maar “andere factoren kwamen veel sterker naar voor”: “een goede gezondheid, tevredenheid met de financiële situatie, goede sociale relaties, zelfontplooiing, zinvolle activiteiten, peace of mind”.

Volgens Burger ligt de interessantste vraag nog open. “Belangrijk vervolgonderzoek zou zijn om te achterhalen voor wie en onder welke omstandigheden huisdierbezit bijdraagt aan geluk.”

Annemans wijst op nog een leemte. Volgens hem gaan “de meeste studies omtrent de impact van huisdieren over honden, en zo goed als geen studies over katten.” Om te weten of katten echt gelukkig maken, is volgens hem onderzoek nodig waarbij huisdieren worden onderverdeeld in “honden, katten, andere huisdieren, en combinaties hiervan.”

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd