Het geloof in hekserij is niet iets uit het verleden, maar komt nog altijd wijdverspreid voor en daarmee is het iets om serieus rekening mee te houden, zo stellen onderzoekers.

Voor het eerst hebben wetenschappers een poging gedaan om het geloof in hekserij wereldwijd in kaart te brengen. De resultaten zijn nu gepubliceerd in het blad PLOS ONE en schetsen een beeld dat voor ons westerse mensen nog weleens ietwat verrassend kan zijn. Zo blijkt hekserij – door westerlingen toch veelal beschouwd als iets van vroeger – nog springlevend te zijn; wereldwijd zijn er nog altijd heel veel mensen die in hekserij geloven.

Het onderzoek
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van een nieuwe dataset met daarin informatie over meer dan 140.000 mensen, afkomstig uit 95 verschillende landen. De data is afkomstig uit onderzoeken die tussen 2008 en 2017 door het Pew Research Center en professionele onderzoeksorganisaties zijn uitgevoerd en waarin mensen – face to face of telefonisch – onder meer gevraagd werd naar hun geloofsovertuigingen en het al dan niet geloven in hekserij.

Resultaten
De dataset onthult dat maar liefst 40 procent van de ondervraagden geloofde dat bepaalde mensen in staat zijn om anderen te vervloeken en er zodoende voor te zorgen dat hen slechte dingen overkomt. “Ik doe al bijna tien jaar onderzoek naar het geloof in hekserij, dus voor mij is dit niet verrassend,” vertelt onderzoeker Boris Gershman aan Scientias.nl. Dat dat voor anderen heel anders kan zijn, kan hij zich goed voorstellen. “Mensen die hier niet in gespecialiseerd zijn, denken vaak – zeker als ze in het westen wonen – dat het geloof in hekserij in feite iets uit het verleden is. En als het over hekserij gaat, zal de gemiddelde westerling inderdaad geneigd zijn om te denken aan de historische heksenjachten in Europa of Salem of misschien zelfs aan Halloween. Dus het onderwerp wordt doorgaans beschouwd als irrelevant of zelfs grappig.” Maar dat is het zeker niet, zo toont het nieuwe onderzoek van Gershman aan. Geloof in hekserij is nog altijd wijdverspreid. “En moet dan ook serieus worden genomen.”

Het geloof in hekserij is wereldwijd gezien dus nog springlevend. Maar als we inzoomen op landniveau, zien we wel grote verschillen ontstaan. Zo wijst de dataset die Gershman en collega’s voor hun studie gebruikten bijvoorbeeld uit dat in Tunesië zo’n 90 procent(!) van de mensen in hekserij gelooft. Terwijl slechts 9 procent van de Zweden dat doet. Het geeft meer inzicht in de factoren die met geloof in hekserij geassocieerd kunnen worden, zo schrijven de onderzoekers.

Weinig vertrouwen en innovatie
Zo is het geloof in hekserij beter vertegenwoordigd in landen met zwakke overheidsinstellingen, een laag maatschappelijk vertrouwen, weinig innovatie en een flinke in group bias (oftewel een sterke voorkeur voor leden van de eigen groep). “In feite roept het geloof in heksen twee angsten op,” legt Gershman uit. “De angst om door een heks te worden aangevallen en de angst om voor heks te worden aangezien en gestraft te worden. Die angsten zijn van invloed op de houding en het gedrag van mensen, aangezien ze er alles aan doen om te voorkomen dat ze een heks uitdagen of voor een heks worden aangezien.” Dat streven heeft negatieve consequenties (men is wantrouwend richting vreemden of zelfs paranoia, vermijdt bij voorkeur creatieve of onorthodoxe gedachten of acties en heeft daarmee ook een afkeer jegens creativiteit en innovatie). Maar tegelijkertijd heeft het geloof in hekserij ook een sociale functie heeft. “De met het geloof in hekserij samenhangende angst genereert ook culturele conformiteit en zorgt voor cohesie binnen de eigen groep, omdat de dreiging van straf (in de vorm van een vloek of de beschuldiging dat men zelf een heks is) mensen ervan weerhoudt bestaande normen aan de laars te lappen en de status quo in twijfel te trekken. In die zin vertegenwoordigen een beperkte innovatie en een gebrek aan vertrouwen de sociale kosten van het geloof in hekserij. Maar aan de andere kant zie je dus dat culturele conformiteit – deels gereflecteerd in een sterke voorkeur voor mensen die tot de eigen groep behoren – een sociaal voordeel van het geloof in hekserij kan zijn, omdat het de binding binnen een groep versterkt. Dat laatste is met name heel belangrijk in gemeenschappen waar de sociale orde niet gehandhaafd wordt door formele instituten (zoals eerlijke rechtspraak, een betrouwbare politiemacht, een efficiënte centrale overheid; wat dan weer kan verklaren waarom het geloof in hekserij doorgaans vaker voorkomt in landen met zwakke overheidsinstellingen.”

Opleidingsniveau en economische zekerheid
Tegelijkertijd zien de onderzoekers dat mensen met een hogere opleiding en meer economische zekerheid minder geneigd zijn om in hekserij te geloven. “Mensen met een hoger opleidingsniveau en meer economische zekerheid zijn beter in staat om zichzelf te weren bij tegenslag (bijvoorbeeld ziekte, ongelukken). Ze hebben doorgaans meer controle over hun levens en minder reden om verklaringen voor hun tegenslag te vinden of deze toe te schrijven aan krachten van buitenaf, zoals hekserij. Daarnaast kan een hogere opleiding er ook toe leiden dat mensen er een wetenschappelijkere kijk op dingen op nahouden, waarbij natuurlijke oorzaken als een waarschijnlijkere verklaring voor bepaalde gebeurtenissen worden gezien dan bovennatuurlijke oorzaken.”

Het geloof in hekserij in kaart. Hoe donkerder groen de landen, hoe groter het percentage mensen dat in hekserij gelooft. Afbeelding: Boris Gershman, 2022, PLOS ONE, CC-BY 4.0.

Correlatie
Het wil echter geenszins zeggen dat mensen met een hogere opleiding nooit in hekserij geloven, zo benadrukt Gershman. “Het geloof in hekserij loopt dwars door sociaaldemografische groepen heen en zien we zelfs onder mensen met een redelijk hoog opleidingsniveau of redelijke economische zekerheid.” Daarnaast is het zeker niet zo dat een lager opleidingsniveau of gebrek aan economische zekerheid de oorzaak is van het geloof in hekserij. “De patronen die ik in de studie aanhaal, zijn correlaties,” benadrukt Gershman. Dat betekent dat bepaalde factoren – zoals weinig innovatie en een veelvuldig voorkomend geloof in hekserij – samen geconstateerd zijn, maar dat zeker niet wil zeggen dat weinig innovatie tot een groter geloof in hekserij leidt. Of dat een hogere opleiding ervoor zorgt dat dat geloof juist afbrokkelt. “Zo kan het met opleiding en economische zekerheid bijvoorbeeld ook zomaar andersom zijn, namelijk dat mensen die niet in hekserij geloven sterker geneigd zijn om een hoger opleidingsniveau na te streven en economische zekerheid te bereiken, simpelweg omdat ze niet gehinderd worden door met het geloof in hekserij samenhangende angsten. Dat kunnen we niet uitsluiten.”

Effecten
Wat de onderzoekers duidelijk wel met zekerheid vast kunnen stellen, is dat er wereldwijd nog heel veel mensen zijn die in hekserij geloven. En dat geloof heeft waarschijnlijk een prijs. “Mijn onderzoek wijst erop dat het geloof in hekserij tal van mogelijke sociale kosten kent. Waaronder verstoorde relaties (bijvoorbeeld door een gebrek aan onderling vertrouwen), veel meer angstgevoelens, een pessimistische kijk op de wereld, een gebrek aan innovatie. Dus zelfs als het geloof in hekserij een belangrijke sociale functie kent – namelijk het handhaven van orde in de afwezigheid van functionele overheidsinstellingen (en misschien ook het verklaren van tegenslagen) – dan lijken er ook een breed scala aan negatieve effecten aan te kleven die weer een vernietigend effect hebben op de sociaaleconomische ontwikkeling.”

Rekening houden met geloof in hekserij
En daarmee is het geloof in hekserij – in ieder geval in gebieden waar dit echt nog springlevend is – een factor om rekening mee te houden, zo betoogt Gershman. “Ik stel dat het gevaarlijk is om het geloof in hekserij weg te zetten als ‘irrelevant’ wanneer je beleidsmatige ingrepen moet doen of ontwikkelingsprojecten op wilt zetten. Beleidsmakers en onderzoekers kunnen bij het implementeren daarvan op moeilijkheden stuiten als zo’n project bijvoorbeeld vereist dat mensen elkaar vertrouwen of met elkaar samenwerken en daarmee een beroep doen op sociaal kapitaal dat in gemeenschappen waarin het geloof in hekserij wijdverspreid is, juist vaak ontbreekt.”

Het moge duidelijk zijn; het geloof in hekserij is – ongeacht wat wij westerlingen misschien ook in onze eigen omgeving zien – niet iets uit het verleden. Maar iets wat nog altijd leeft en ook van invloed is op de levens van mensen. Of dat nog lang zo blijft? We vroegen Gershman naar de toekomst van het geloof in hekserij. “Dat is een lastige vraag. Mijn onderzoek geeft een beeld van hoe de situatie op dit moment is en onthult niet hoe het geloof in hekserij zich door de tijd heen ontwikkelt. Toch kunnen we daar op basis van mijn bevindingen wel enigszins over speculeren. Zo wijzen mijn onderzoeksresultaten erop dat er factoren zijn die het geloof in de hekserij levend kunnen helpen houden. De afwezigheid van sterke overheidsinstellingen (zoals een eerlijke rechtbank, betrouwbare politiemacht en efficiënte centrale overheid) lijkt er daar bijvoorbeeld één van te zijn. De ontwikkeling van dergelijke instellignen is heel moeilijk en kost tijd, maar zodra ze er zijn, kunnen traditionele culturele mechanismen voor het handhaven van de orde – zoals het geloof in hekserij – een deel van hun functie verliezen en afnemen. Daarnaast zou ook het creëren van een vangnet waar burgers bij tegenslagen die hun levensonderhoud aantasten, een beroep op kunnen doen, de behoefte aan het geloof in hekserij – dat ook gebruikt wordt om tegenslagen te verklaren – kunnen terugdringen. Tegelijkertijd zou het naïef zijn om te denken dat het geloof in hekserij door vorderingen op het gebied van onderwijs of abrupte institutionele veranderingen kan worden weggevaagd. Steker nog: aangezien het geloof in hekserij kan helpen om de traditionele orde te handhaven en verandering te weerstaan, kunnen dergelijke ingrepen ook averechts werken. De afname van het geloof in hekserij in een moderne wereld zal waarschijnlijk dan ook langzaam en geleidelijk gaan.”