Gelijkheid bestaat niet: zelfs bij extreem egalitaire stammen gaat het mis

Iedereen is gelijk, maar er is geen samenleving waarin iedereen gelijk is. Het is niet meer dan een romantisch ideaal, schrijven antropologen in een nieuwe studie. Echte gelijkheid bestaat niet, zelfs niet bij stammen, die bekendstaan als extreem egalitair.

Gelijkheid qua macht, bezit en status, het is een mooi streven, maar ook bij de Tanzaniaanse Hadza, de Maleise Batek en de !Kung uit de Kalahari komt dit niet voor, concluderen antropologen Duncan Stibbard-Hawkes en Chris von Rueden. Het duo wilde het idee van de ‘nobele wilde’ ontkrachten, dat wil zeggen de opvatting dat niet-moderne volkeren een moreel, vreedzaam leven leiden in harmonie met de natuur.

Toch leiders

Dat blijkt niet zo te zijn. Zelfs zogenoemde egalitaire samenlevingen vertonen meetbare ongelijkheden op verschillende belangrijke gebieden, waaronder lichaamsgrootte, vaardigheden en gezondheid, netwerken en verwantschap, gender, leeftijd, kennis en voortplantingssucces. Zo ontdekten de antropologen dat in samenlevingen zoals die van de !Kung, waar geen formele politieke functies of leiders bestaan, sommige mensen toch opstaan als richtinggevende figuren bij collectieve beslissingen.

Ook waren er genderongelijkheden: vrouwen dragen doorgaans de grootste verantwoordelijkheid voor de kinderen, wat hun autonomie en bewegingsvrijheid beperkt. Verder is er zelfs wat materiële middelen betreft geen volledige gelijkheid. Mensen bij deze stammen hebben weinig persoonlijke bezittingen, maar toch is de controle van waardevolle middelen, zoals vlees en toegang tot jachtgebieden, ongelijk verdeeld. Dit bewijs bracht de onderzoekers ertoe de traditionele opvatting van egalitarisme te betwisten: “Egalitarisme is iets anders dan gelijkheid, zowel wat de motivatie betreft als de uitkomsten”, klinkt het.

Eigenbelang

Dat laatste verdient wat uitleg: dat sommige samenlevingen egalitair lijken, komt niet door het altruïsme van mensen zelf. Gelijkheid ontstaat doordat mensen voortdurend strijden om hun eigen belang te beschermen. Zo eisen ze voedsel van degenen die het wél hebben, zodat het eerlijker verdeeld wordt. Ze delen hulpmiddelen als een soort collectieve verzekering: het risico op individuele pech wordt zo gedeeld. En ze halen iedereen omlaag die de leiding probeert te nemen, zodat ze dezelfde status houden. Interessant: gelijkheid is dus geen moreel streven, maar een gevolg van individualistisch handelen.

“Wij herdefiniëren egalitaire samenlevingen als samenlevingen waarin sociaalecologische omstandigheden het merendeel van de mensen in staat stellen om met succes hun eigen toegang tot middelen, status en autonomie veilig te stellen”, schrijven de onderzoekers dan ook. Gelijkheid wordt dus niet gezien als een natuurlijke staat, maar als een moeizaam verworven resultaat van een individualistische strijd.

Dit is best een cynische conclusie, maar misschien wel waar: ook westerse mensen die erg voorstander zijn van gelijkheid zien wellicht in dat dit het beste is voor iedereen en dus ook voor zichzelf.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Wetenschappers meten meer dan 47.000 oude huizen op en ontdekken dat ongelijkheid van (bijna) alle tijden is en De halve wereldbevolking is bevraagd: dit vinden mensen echt van ongelijkheid en klimaatverandering. Of lees dit artikel: Hoe geld het leven van deze stam in Namibië veranderde: delen werd te duur, maar de gelijkheid bleef.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Egalitarianism is not Equality: Moving from outcome to process in the study of human political organisation" - Behavioral and Brain Sciences
Afbeelding bovenaan dit artikel: Thirdman / Pexels

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd