Tref jij een overleden spitsmuis aan in je huis, tuin of in de natuur? Gooi hem of haar niet in de kliko, maar lever het diertje in bij Wageningse wetenschappers. Onderzoekers zijn een onderzoek gestart naar de onbedoelde effecten van rodenticiden op spitsmuizen en daarbij hebben ze heel veel insecteneters nodig.

“We zien tegenwoordig dat er meer overlast van ratten is in onze leefomgeving en daarom wordt rattengif gebruikt,” vertelt universitair hoofddocent Nico van den Brink aan NPO Radio 1. “Maar er zijn ook problemen met andere soorten die hieraan dood kunnen gaan, zoals roofvogels en uilen.” Plaagdierbestrijders en het ministerie hebben een nieuwe werkwijze ontwikkeld om het gebruik van die stoffen en de risico’s te verminderen. “We willen checken of dit werkt.”

Wageningse wetenschappers willen weten waar spitsmuizen meer rattengif binnenkrijgen: in de stad of op het platteland. Spitsmuizen krijgen het rattengif binnen doordat de dieren uit doosjes eten waar het gif wordt bewaard. Aangezien spitsmuizen een klein leefgebied hebben, zijn de stoffen die worden gevonden in deze insecteneters een indicatie van lokaal gebruik.

Wetenschappers zijn geïnteresseerd in iedere verse dode spitsmuis. Op de website van de Zoogdiervereniging vind je alle inleverpunten. Het is heel belangrijk dat daarbij informatie over de locatie waar de spitsmuis is gevonden wordt doorgegeven (bijv. type straat, type landbouw). Hoe is de spitsmuis gestorven? Is er wat bekend over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de omgeving? En wat is het tijdstip van vinden? Je kunt jouw dode spitsmuizen inleveren tot en met 31 december 2021.

Doe mee en stel jouw vriezer beschikbaar
Onderzoekers willen daarnaast het aantal inleverlocaties uitbreiden. Op dit moment ontbreken nog verschillende provincies, zoals Zeeland, Flevoland en Limburg. Heb jij een -20 vriezer en wil je meewerken aan het onderzoek? Stel je vriezer dan beschikbaar als tijdelijke opslag. Neem daarvoor contact op met de Zoogdiervereniging.

Hoe herken ik een spitsmuis?
Een volwassen spitsmuis is zes tot negen centimeter lang en heeft een smalle, spitse schedel. Een spitsmuis is geen knaagdier, zoals de huismuis, maar een insecteneter. De spitsmuis is familie van de mol en egel. Wie goed kijkt, ziet dat deze dieren op elkaar lijken. In Nederland leven vijf soorten spitsmuizen, namelijk de bosspitsmuis, de dwergspitsmuis, de waterspitsmuis, de veldspitsmuis en de huisspitsmuis. De huisspitsmuis is de meest voorkomende soort en wordt vaak binnen gevonden.

Verder zijn spitsmuizen hele interessante dieren. Zo eten ze dagelijks de helft van hun gewicht aan voedsel. Ze kunnen niet lang honger verdragen en zijn daarom felle roofdieren. Ze eten van alles: van insecten, larven en wormen tot vissen, kikkers, spinnen en muizen. Spitsmuizen zijn daarnaast erg snel en beweeglijk. Ze kunnen zich zelfs springend verplaatsen. Ook kunnen dieren goed zwemmen. Wist je dat de schedel van de spitsmuis in de winter tot 20 procent kleiner wordt? En dat het diertje een langere staart en grote poten krijgt als gevolg van klimaatverandering?