De onfortuinlijke dinosaurus brak zijn pols mogelijk toen hij een sprintje trok. En daarmee liep deze een lastige, maar niet onoverkomelijke blessure op.

Dat schrijft een internationaal team van onderzoekers in het blad Historical Biology. Hun studie handelt over een bot dat ze terugvonden in een steengroeve in de omgeving van Blagovesjtsjensk, een stad gelegen in het verre oosten van Rusland. Het bot behoort toe aan Amurosaurus riabinini: een vierbenige, plantenetende dinosaurus die zo’n 68 miljoen jaar geleden in het gebied leefde.

Pols
Al gauw werd duidelijk dat het om een pols van een jonge A. riabinini ging. En die pols was duidelijk gebroken geweest. De verwonding moet de dinosaurus behoorlijk in de weg hebben gezeten, zo stelt onderzoeker Filippo Bertozzo, maar niet zodanig dat deze ook direct het loodje legde. “Tegen alle verwachtingen in blijkt de dinosaurus het ongeluk overleefd te hebben, want we zien dat het bot al begon te helen en dat suggereert dat het dier niet direct gestorven is. Wel lijkt het waarschijnlijk dat de verwonding ertoe leidde dat het dier op drie poten hinkte en dat moet zijn kansen op ontsnapping wanneer roofdieren opdoken, hebben beïnvloed.”

Springen of rennen
Een analyse van het gebroken bot geeft ook meer inzicht in hoe de dinosaurus zich blesseerde. Zo denken de onderzoekers – afgaand op het type breuk – dat de dinosaurus zijn pols tijdens het rennen of springen brak. Een aanvaring met een roofdier behoort in theorie ook tot de mogelijkheden, zo erkent Bertozzo, maar is minder waarschijnlijk. “De dinosaurus liep op vier benen, dus het is waarschijnlijker dat deze zich verdedigde door te schoppen met de achterpoten of door te slaan met de staart. Een schop van de voorpoten is niet zo aannemelijk. Daarnaast hebben we ook geen tandafdrukken of sporen van een infectie die veroorzaakt kan zijn door speeksel van een roofdier, op het bot teruggevonden. Daarom lijkt de hypothese dat het dier zijn arm brak terwijl deze zich verplaatste, plausibeler.”

En hoewel de breuk de dinosaurus behoorlijk in de weg moet hebben gezeten, wist deze zich na het ongeval toch – al hinkelend – nog behoorlijke tijd te redden. “We denken dat de Amurosaurus na het ongeluk nog zeker vier tot vijf maanden leefde,” aldus Bertozzo. Hoe het dier uiteindelijk aan zijn eind kwam, is onduidelijk, maar mogelijk hebben roofdieren er de hand in gehad. “De gebroken pols zorgde ervoor dat het dier hinkte en misschien wel door roofdieren opgejaagd werd. We zien vandaag de dag immers dat roofdieren zoals leeuwen het vaak voorzien hebben op de individuen in een kudde die of nog jong, al oud of mankerend zijn. Een ook een gewonde jongvolwassen Amurosaurus zou een veel gemakkelijkere prooi voor roofdieren zijn geweest dan een volgroeide, gezonde volwassene.”

Implicaties
Het komt vrij regelmatig voor dat onderzoekers op gebroken dinosaurusbotten stuiten. Toch is deze nieuwste ontdekking bijzonder welkom en waardevol, zo legt Bertozzo uit. Zo geeft de ontdekking weer iets meer inzicht in hoe gewonde dinosaurussen zich voortbewogen. En in het geval van A. riabinini kunnen we dankzij dit ene botje ook iets beter gaan begrijpen hoe de hadrosaurussen – waartoe A. riabinini gerekend wordt – zich in goede gezondheid verplaatsten. “In het verleden zijn hadrosaurussen ook wel gezien als tweebenige dieren die hun staart over de grond met zich meesleepten. Later werden ze neergezet als semi-vierbenigen met een hoge staart die ze horizontaal op enige afstand van de grond met zich meevoerden. En vandaag de dag weten we nog altijd niet goed hoe ze zich voortbewogen; bleven ze continu op vier benen lopen en hoe renden ze precies? De verwonding suggereert nu dat het dier zijn toestand verergerde door zijn handen van tijd tot tijd op de grond te plaatsen en zo zijn herstel te vertragen, iets wat lastig te verklaren is als het dier echt tweebenig was geweest.”

En tenslotte geeft het onderzoek ook weer een kijkje in het alledaagse leven van deze dinosaurussen. “Het herinnert ons eraan dat zelfs de majestueuze dinosaurussen ongelukjes konden hebben,” aldus onderzoeker Eileen Murphy. Bertozzo ziet het net zo. “Ziektes en verwondingen geven ons een inkijkje in het leven van dinosaurussen. Ze vertellen meer over hun levensstijl en gedragingen die anders lastig of zelfs onmogelijk te achterhalen zijn.” Denk bijvoorbeeld aan verwondingen die dinosaurussen opliepen omdat ze de degens kruisten met soortgenoten of omdat een tyrannosaurus het op ze gemunt had. “Daarnaast kan het ons meer inzicht geven in hun stofwisseling en fysiologie; we kunnen onderzoeken hoe snel hun verwondingen heelden of hoelang ze met hun aandoening wisten te overleven.”