Gaan we na dit Stanford-onderzoek nou eindelijk stoppen met het verzetten van de klok?

Twee keer per jaar de klok verzetten: veel mensen hebben er een broertje dood aan. De voordelen lijken ook niet meer op te wegen tegen de nadelen. Sterker nog, steeds meer onderzoek toont aan dat het slecht is voor onze gezondheid.

Direct na het verzetten van de klok in het voorjaar stijgt het aantal hartaanvallen, beroertes en dodelijke verkeersongelukken. Dat blijkt uit een nieuwe studie van Stanford Medicine. Het probleem is veel groter dan een beetje slecht slapen of moe zijn. Niet alleen het gedoe rond de klokwissel zelf is ongezond, ook op de langere termijn blijkt het systeem verre van ideaal.

Drie scenario’s (en we hebben voor de slechtste gekozen)
Onderzoekers vergeleken drie mogelijke tijdsystemen: permanente standaardtijd, permanente zomertijd en de huidige situatie waarbij we twee keer per jaar met onze tengels aan de wijzers zitten. Het team berekende tot in de puntjes wat voor invloed elk scenario heeft op het circadiaanse ritme – onze interne biologische klok van ongeveer 24 uur. Dit ritme stuurt belangrijke biologische processen aan, zoals onze slaap, maar ook de spijsvertering en het immuunsysteem.

De conclusie is glashelder. Het huidige systeem van klokwissels heeft de slechtste uitwerking op onze gezondheid. “Uit ons onderzoek blijkt dat in standaardtijd blijven of in zomertijd duidelijk beter is dan twee keer per jaar wisselen”, zegt Stanford-onderzoeker Jamie Zeitzer. De modellen voorspellen dat permanente standaardtijd jaarlijks 300.000 beroertes zou voorkomen en 2,6 miljoen mensen zou behoeden voor obesitas. Permanente zomertijd scoort ook beter dan de huidige situatie, maar de gezondheidswinst is minder groot. Die komt neer op ongeveer twee derde van de positieve effecten van standaardtijd.

Waarom licht het verschil maakt
Het geheim zit in de hoeveelheid licht die we zien. Ons circadiaanse ritme loopt namelijk niet exact gelijk met de 24 uur die de aarde nodig heeft om om zijn as te draaien. Voor de meeste mensen is het ritme zo’n 12 minuten langer. Het wordt dagelijks bijgestuurd door blootstelling aan daglicht. Ochtendlicht versnelt de klok, avondlicht vertraagt die juist. Wie vooral ’s avonds licht krijgt en ’s ochtends te weinig, raakt uit de pas met de natuurlijke cyclus. Dat leidt uiteindelijk tot chronische vermoeidheid, ontregeling van de stofwisseling en een zwakker immuunsysteem. Volgens Zeitzer maakt dit duidelijk waarom standaardtijd een stuk beter is voor onze gezondheid. Die zorgt namelijk voor meer ochtendlicht, terwijl permanente zomertijd juist het tegenovergestelde doet.

Verdeeldheid
Toch blijft de discussie maar doorgaan, er lijkt geen oplossing in zicht. In de VS klinkt al jaren de roep om een einde te maken aan de halfjaarlijkse klokwissel. Maar welke optie er dan voor in de plaats moet komen, daarover zijn de meningen verdeeld. Voorstanders van permanente zomertijd wijzen erop dat langere avonden economische en sociale voordelen hebben. Winkels, restaurants en golfbanen profiteren en mensen zouden meer tijd hebben om na het werk buiten te zijn. In 1974 werd in de VS kort de vaste zomertijd ingevoerd, maar dat experiment strandde al na een jaar. Ouders maakten zich zorgen dat hun kinderen in het donker naar school moesten en de publieke opinie keerde zich snel tegen het plan.

Aan de andere kant pleiten organisaties als de American Academy of Sleep Medicine en de American Medical Association juist voor de standaardtijd. Hun redenering is dat meer ochtendlicht beter is voor de gezondheid. Tot nu toe was dat vooral een theorie, maar dit onderzoek levert voor het eerst harde bewijzen die dit standpunt onderbouwen.

Beperkingen
De onderzoekers benadrukken wel dat hun modellen niet alles meenemen. Zo gaan ze uit van ideale omstandigheden: een vast slaapschema van 22.00 tot 07.00 uur, voldoende blootstelling aan daglicht rond werk- en schooltijden en voorspelbare verlichting binnenshuis. In de praktijk slapen mensen vaak onregelmatiger en brengen ze veel meer tijd binnen door. “Zelfs in Californië, waar het weer fantastisch is, spenderen mensen minder dan vijf procent van hun dag in de buitenlucht”, schetst Zeitzer. Daarnaast kijkt het onderzoek puur naar gezondheid. Economische, sociale en politieke factoren zijn buiten beschouwing gelaten. Het laatste woord is hier dus nog niet gesproken. Het team hoopt dat deze resultaten andere vakgebieden aansporen tot het maken vergelijkbare, op data gebaseerde analyses.

Welke optie je uiteindelijk ook kiest, één ding staat vast: het totale aantal uren daglicht verandert nooit. “Dat heeft alles te maken met de zon en de positie van de aarde”, zegt Zeitzer. “Daar kunnen we natuurlijk niets aan veranderen.”

Categorieën:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd