De nevel is al veelvuldig gefotografeerd, maar de nieuwste foto’s van James Webb spannen toch de kroon. Het zijn de scherpste en meest gedetailleerde foto’s die we van het binnenste van de nevel hebben.

James Webb richtte het vizier op het sterrenbeeld Orion en zocht daar vervolgens naar de op 1350 lichtjaar van de aarde gelegen Orionnevel. Het resulteert in een fantastische foto van het binnenste van de nevel, waarop tal van spectaculaire structuren te zien zijn. “We zijn weggeblazen door de adembenemende beelden van de Orionnevel,” aldus astrofysicus Els Peeters, die deel uitmaakt van het internationale team van onderzoekers dat de spectaculaire beelden gisteren presenteerde.

De geboorte van sterren
De beelden zijn gemaakt in het kader van een onderzoeksproject dat erop gericht is meer inzicht te krijgen in de totstandkoming en evolutie van sterren en uiteindelijk ook planeten. Dat James Webb zich daarvoor op de Orionnevel richt, is logisch: in deze nevel worden namelijk sterren geboren. “Deze nieuwe observaties stellen ons in staat om beter te begrijpen hoe zware sterren de gas- en stofwolk waarin ze geboren worden, transformeren,” aldus Peeters. “Zware jonge sterren geven grote hoeveelheden ultraviolette straling af aan de gas- en stofwolk die hen nog omringen en dat verandert de vorm en samenstelling van die wolk. Hoe dat precies werkt en hoe dat vervolgens van invloed is op de verdere vorming van sterren en planeten weten we niet.”

Veelbelovende voorzet
Gehoopt wordt dat James Webb daar meer inzicht in kan geven. En met de prachtige beelden van de Orionnevel geeft de krachtige ruimtetelescoop alvast een veelbelovende voorzet. Er is van alles te zien. En de details zijn indrukwekkend. “We zijn nog nooit in staat geweest om de ingewikkelde, fijne details omtrent hoe de interstellaire materie in deze omgevingen gestructureerd is, te zien,” aldus onderzoeker Emilie Habart.

Wat natuurlijk direct in het oog springt is de balkvormige wolk die zich van de linkerbovenhoek naar de rechteronderhoek van de foto uitstrekt. Het is een ‘muur’ van dicht gas en stof, waarin de heldere ster θ2 Orionis A nestelt. Rechtsboven zie je een aantal hete, jonge zware sterren die deel uitmaken van het zogenoemde Trapeziumcluster; een open sterrenhoop in de Orionnevel. Deze sterren geven intense ultraviolette straling af, waardoor de balkvormige wolk langzaam erodeert.

Afbeelding: NASA, ESA, CSA, PDRs4All ERS Team. Beeldverwerking: Salomé Fuenmayor.

Wanneer je verder inzoomt, zijn er echter nog veel meer dingen te zien. Waaronder pasgeboren sterren, met daaromheen een gas- en stofschijf die in een later stadium weer planeten voort kan brengen (op de foto hieronder: young star with disk inside its cocoon). Maar ook filamenten waaruit in de toekomst nieuwe sterren geboren kunnen worden. En ‘stellaire embryo’s’: sterren die zich nog in de wolk waaruit ze geboren zijn, bevinden (op de foto hieronder: young star inside globule).

Afbeelding: NASA, ESA, CSA. Datareductie en analyse: PDRs4All ERS Team. Grafische verwerking: S. Fuenmayor & O. Berné.

De waarnemingen van James Webb kunnen niet alleen gebruikt worden om de Orionnevel beter te begrijpen; onderzoekers hopen door het bestuderen van stervormingsgebieden ook meer duidelijkheid te krijgen over hoe onze eigen ster (en uiteindelijk ook onze planeet) het levenslicht zagen. Maar het bestuderen van stervormingsgebieden is niet eenvoudig; de grote hoeveelheden stof maken het bijvoorbeeld voor krachtige optische telescopen zoals Hubble heel lastig om te achterhalen wat zich daar precies afspeelt. James Webb detecteert echter infrarood licht en stelt ons als het ware in staat om dwars door dat stof heen te kijken.

Linksboven zie je wat een optische telescoop als Hubble ziet, rechtsboven de waarnemingen van James Webb. Je ziet heel goed dat James Webb veel dieper in de nevel kan kijken. Linksonder de waarnemingen van infraroodtelescoop Spitzer en rechtsonder de infraroodwaarnemingen van de veel krachtigere James Webb.

Wetenschappers zijn vooralsnog dolenthousiast over wat James Webb laat zien. Maar, zo benadrukt Habart, dit is nog maar het begin. “We werken hard om de Orion-data verder te analyseren en verwachten zeker nieuwe ontdekkingen omtrent de vorming van stellaire systemen.”