Muzieksmaak is iets persoonlijks. De een houdt van de refreinen van Coldplay, de ander zweert bij de klanken van Radiohead. Maar wat als wetenschap ons iets objectiefs kan vertellen over hoe deze bands zich ontwikkelen? Een nieuwe studie nam de muziekcarrières van zes artiesten onder de loep, waaronder Coldplay en Radiohead. Wat blijkt? Coldplay kiest steeds meer voor simpele akkoorden, terwijl Radiohead lekker eigenwijs en avontuurlijk blijft.
Hoe analyseer je muziek met een computer? Wetenschapper Nick Collins gebruikte tijdens dit onderzoek, dat gepubliceerd werd in het vakblad Royal Society Open Science, op maat gemaakte programma’s om meer dan 30 kenmerken van muziek te onderzoeken. Het ging onder meer om tempo (hoe snel een nummer is), harmonische complexiteit (hoe ingewikkeld de akkoorden zijn) en klankkleuren (de ‘sfeer’ van het geluid, zoals een galmende gitaar of een zachte synth). Met machine learning bekeek Collins op deze manier de carrières van Buddy Holly, Coldplay, Kirsty MacColl, Patsy Cline, Radiohead en REM.
Collins legt in een interview met Scientias.nl uit waarom hij dit wilde doen: “Ik had eerder al een studie gedaan naar alleen Radiohead, maar wilde die graag verder contextualiseren door de band te vergelijken met andere artiesten. REM en Coldplay leken me twee verwante ‘peer’-artiesten binnen de alternatieve/indie rock die respectievelijk ongeveer een decennium eerder en later begonnen. Het is bovendien interessant om te testen hoe goed computergestuurde audioanalyse werkt in zo’n context (de algoritmes zijn misschien niet zo goed als het menselijk oor, maar raken niet vermoeid en kunnen daardoor grotere hoeveelheden opnames analyseren).”
Coldplay: minder avontuur, meer herkenbaarheid
Een van de opvallendste ontdekkingen in de studie gaat over Coldplay. Naarmate de band populairder werd, nam hun ‘harmonische durf’ af. Collins legt uit wat dat betekent: “Dat betekent dat hun akkoordkeuze minder gewaagd is geworden, en de muziek dus minder harmonisch complex.” In gewone taal: de akkoorden (de bouwstenen van een nummer) worden simpeler en voorspelbaarder. Geen wilde sprongen meer, maar veilige, toegankelijke melodieën. Toch probeert Coldplay het spannend te houden door te spelen met geluidseffecten en klankkleuren, zoals je hoort in nummers als Viva La Vida.
Radiohead: eigenzinnig en divers
Radiohead vertelt een ander verhaal. Hun muziek blijft harmonisch uitdagend, zelfs na jaren. Collins heeft daar een verklaring voor: “Het is algemeen bekend dat Jonny Greenwood uit Radiohead een sterke klassieke achtergrond heeft — dat zie je ook in zijn carrière als concert- en filmmuziekcomponist. Het vreemde, modulatoire slotkoor in Paranoid Android is bijvoorbeeld iets wat je je moeilijk kunt voorstellen bij Chris Martin. Radiohead is simpelweg wat experimenteler, terwijl Coldplay en REM sneller de toegankelijkheid hebben opgezocht.” Zelfs toen Radiohead experimenteerde met elektronische geluiden op albums als Kid A, zegt Collins, hielden ze hun harmonieën interessant; dat is een soort cadeautje voor de luisteraar.
Geen ‘oude-muzikanten’-regel
Veranderen alle artiesten als ze ouder worden? Niet per se, zegt Collins. Het idee dat oudere muzikanten altijd rustige, simpele liedjes maken, klopt niet volgens dit onderzoek. REM, bijvoorbeeld, ging in hun latere jaren juist weer steviger rocken. Collins vond dat niet gek: “Als je de biografie Fiction leest, merk je dat ze zichzelf niet als erg experimenteel beschouwen. De bandleden van REM schreven meestal de muzikale begeleiding, waarna Michael Stipe de melodieën en teksten toevoegde. Het was dus niet zo verrassend.”
Wiskunde in je playlist
De studie ontdekte ook iets wiskundigs: de akkoorden in popmuziek volgen een patroon dat lijkt op hoe woorden in een taal werken (een ‘Zipf-verdeling’ heet dat). Met zijn modellen kon Collins zelfs voorspellen welke akkoorden een artiest waarschijnlijk zou gebruiken.
Wat nu?
Dit onderzoek is nog maar het begin. Collins droomt groter: “Een veel grotere studie is nodig om echt dieper in te gaan op loopbaan-gerelateerde vragen over artiesten. Maar hopelijk inspireert dit artikel andere onderzoekers om die kant uit te gaan”, concludeert hij.


