In de woeste Badlands van Arizona hebben wetenschappers een spectaculaire ontdekking gedaan: ze zijn gestuit op de overblijfselen van de oudste bekende pterosauriër van Noord-Amerika.
Dit vliegende reptiel, dat leefde in de tijd van de dinosaurussen en als eerste gewervelde dier echt kon vliegen, is opgegraven in het Petrified Forest National Park en blijkt zo’n 209 miljoen jaar oud.
Het draait allemaal om een gefossiliseerd kaakbot zo groot als een meeuw, dat gevonden is in een afgelegen beenderlaag. In deze dunne laag sedimentair gesteente vonden de Amerikaanse paleontologen naast het majestueuze kaakbot nog ruim 1200 fossielen, waaronder ook een van de oudste schildpadden ter wereld, die een stekelig pantser droeg.
Evolutionaire revolutie
Het gevonden fossiel komt uit de late Trias-periode en biedt een zeldzaam inkijkje in een ecosysteem op het kantelpunt van een evolutionaire revolutie. Gigantische amfibieën en gepantserde krokodilachtigen leefden er naast de vroege voorouders van kikkers en schildpadden. En ook de pterosauriërs gaven acte de présence. “Deze vindplaats laat zien hoe oudere diersoorten samenleefden met nieuwe groepen die later zouden floreren”, zegt hoofdonderzoeker Ben Kligman, verbonden aan het Smithsonian National Museum of Natural History. “Het is een overgangsfase die we zelden zo helder in beeld krijgen.”
Dat komt doordat fossiele getuigen van het leven vlak voor de massa-extinctie aan het einde van het Trias erg schaars zijn. Die uitsterving, ruim 200 miljoen jaar geleden, werd veroorzaakt door vulkaanuitbarstingen tijdens het uiteenvallen van supercontinent Pangea. Daardoor verdween driekwart van alle soorten. Vervolgens grepen de dinosauriërs hun kans op het wereldtoneel.
Vulkanisch as
De nieuwe fossielen zijn gevonden in de zogeheten ‘Owl Rock Member’, een gesteentelaag rijk aan vulkanisch as die makkelijk te dateren is. De beenderlaag is ongeveer 209 miljoen jaar oud en bevindt zich in een moeilijk toegankelijk deel van het park, waar nog nooit eerder fatsoenlijk was gezocht naar organische resten. In 2011 trok een team onderzoekers de wildernis in op zoek naar fossielen van vroege zoogdierachtigen. Omgeven door ratelslangen en wilde paarden stuitten ze op een compleet bewaard ecosysteem in een oude rivierbedding. Een tijdcapsule die vermoedelijk is ontstaan door een plotse overstroming die modder en vulkanisch as met zich meebracht.
Omdat er zo veel kleine fossielen werden gevonden, namen de onderzoekers grote brokken sediment mee terug naar het lab. Daar zijn ze met engelengeduld geprepareerd door vrijwilligers in het ‘FossiLab’ van het museum, soms onder het toeziend oog van nieuwsgierige bezoekers.
Een schildpad met stekels
Er is voor elk wat wils te vinden in de beenderlaag: van tanden, visgraten en schubben tot coprolieten (versteende poep). De onderzoekers telden overblijfselen van maar liefst zestien verschillende groepen gewervelde dieren. Er komen vissen zoals zoetwaterhaaien langs, maar ook zesvoetige amfibieën en roofzuchtige reptielen met krokodilachtige trekken. Zelfs een schildpad met een piepklein schild (formaat schoenendoos) en stekelachtige bepantsering passeert de revue. Opmerkelijk is hoe snel deze schildpadsoort zich lijkt te hebben verspreid over het oude Pangea. “Dat zo’n traag, klein dier zo snel een heel continent oversteekt, daar staan we van te kijken”, aldus Kligman.
Vleugel van de as en dageraad
Maar het pronkstuk van de vondst is toch wel de nieuw ontdekte pterosauriër genaamd Eotephradactylus mcintireae, wat zoiets betekent als ‘vleugel van de as en dageraad’. De naam verwijst niet alleen naar de vulkanische oorsprong van het gesteente, maar ook naar preparateur Suzanne McIntire, die het fossiel ontdekte tijdens haar werk in het FossiLab.
McIntire wist meteen dat ze met een bijzonder fossiel te maken had. “De tanden zaten nog in het bot. Dat maakte het veel makkelijker te identificeren”, vertelt ze. De versleten tanden suggereren dat deze kleine pterosauriër vis at, waarschijnlijk de gepantserde soorten die in de rivieren van het gebied zwommen. “Dat is het mooie aan paleontologie”, zegt Kligman. “Je gaat op zoek naar het ene en vindt iets totaal onverwachts dat nog veel fascinerender is.”


