We hebben de intelligentie van zeevogels jarenlang zwaar onderschat, zo wijst een eenvoudig experiment met een transparant doosje, een touwtje en wat lekkers uit.

Om vast te stellen hoe intelligent een vogel is, wordt vaak gebruikt gemaakt van de zogenoemde ‘string-pull test‘. Het is eigenlijk heel eenvoudig: men neme een transparant doosje waar de vogels niet in kunnen met hun pootjes of snavel. Vervolgens stop je er iets lekkers in dat vastzit aan een touwtje en alleen uit het doosje kan worden gehaald door aan het touwtje te trekken. Zeker 90 vogelsoorten hebben het experiment al ondergaan en zo zonder dat ze zich daar bewust van waren meer inzicht gegeven in hun cognitief functioneren. Opvallend genoeg kunnen de meeste vogelsoorten die met het transparante doosje en daaruit bungelende touwtje geconfronteerd zijn, gerekend worden tot de zangvogels en papegaai-achtigen. Veel minder of zelfs nauwelijks aandacht is er tot op heden besteed aan water- en zeevogels. Maar een nieuw onderzoek, verschenen in het blad Royal Society Open Science brengt daar verandering in én levert opvallende resultaten op.

Testje
In het onderzoeksartikel beschrijven wetenschappers hoe ze ringsnavelmeeuwen aan de ‘string-pull test’ onderwierpen. De onderzoekers togen naar meeuwenkolonies in Newfoundland (Canada) en schotelden broedende meeuwen een transparante doos voor met daarin een schaaltje waarop iets lekkers lag. De enige manier waarop de meeuwen dat lekkers konden verkrijgen, was door aan een touwtje te trekken en zo het schaaltje met het lekkers uit de doos te trekken.

104 meeuwen
De onderzoekers plaatsten het doosje met lekkers bij 93 nesten en zagen vervolgens hoe 104 meeuwen minimaal één keer probeerden om het lekkers uit het doosje te halen. 25 procent daarvan slaagde daar vervolgens minimaal één keertje in. En 21 procent van de ringsnavelmeeuwen lukte dat zelfs de eerste keer gelijk al. Het is volgens de onderzoekers voor het eerst dat een watervogel de horizontale string-pull test doorstaan heeft (zie kader).

De string-pull test wordt regelmatig gebruikt om het probleemoplossend vermogen en daarmee de intelligentie van vogels, maar ook zoogdieren te testen. Vaak wordt er daarbij gebruik gemaakt van een verticale opstelling, waarbij vogels het lekkers van bovenaf uit het doosje moeten halen door het touwtje met behulp van hun snavel en pootjes omhoog te hijsen. Maar soms wordt ook een horizontale opstelling gebruikt, waarbij de proefdieren het lekkers via de zijkant uit het doosje moeten halen. Die aanpak wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt om zoogdieren te testen. Ook bij het testen van de ringsnavelmeeuw is voor de horizontale opstelling gekozen, omdat de meeuwen – in tegenstelling tot papegaaiachtigen en zangvogels – waarschijnlijk grote moeite zouden hebben met de verticale opstelling, waarbij ze het touwtje tussen de momenten waarop ze het met behulp van hun snavel omhoog trekken met hun pootjes vast moeten houden.

Intelligent
De experimenten suggereren dat de meeuwen – en mogelijk ook andere zeevogels – een stuk intelligenter zijn dan tot voor kort werd gedacht. En de onderzoekers pleiten er dan ook voor om de vogels in de toekomst aan andere (lastigere) testjes te onderwerpen en zo meer inzicht te krijgen in hun cognitieve vaardigheden. “Cognitie is zelden bestudeerd in deze vogelgroep,” zo stellen de onderzoekers.

Onderschat
Dat we nu enigszins verbaasd staan over de intelligentie van deze watervogels heeft dan ook meer te maken met ons dan met hen; we zijn te sterk gefocust geweest op vogels – zoals papegaai-achtigen – waar de intelligentie van nature al zo’n beetje vanaf druipt. En daarbij hebben we zeevogels bij wie de intelligentie er misschien wat minder dik bovenop ligt, tekort gedaan. Dat mogen we onszelf best aanrekenen, want als we de tijd hadden genomen om eens goed naar de verrichtingen en onderliggende cognitieve vaardigheden van deze vogelsoorten te kijken, hadden we ze ongetwijfeld al veel eerder aan cognitieve tests onderworpen. Zo wijzen de onderzoekers op diverse gedragingen die erop hinten dat watervogels probleemoplossend kunnen denken. “Van zeker 17 soorten is bekend dat ze lokaas gebruiken om vissen te vangen en twee andere soorten zijn geobserveerd terwijl ze gereedschappen gebruikten om hun veren glad te strijken.” En ook hun levensgeschiedenis pleit voor een behoorlijke intelligentie. “Over het algemeen biedt een uitgestelde volwassenheid en lange levensduur meer tijd voor de ontwikkeling van het brein en die eigenschappen worden dan ook in verband gebracht met een complexer brein en cognitieve vaardigheden die langlevende soorten helpen om zich door de tijd heen aan een veranderende omgeving aan te passen. De meeste watervogels hebben een traag levensritme; het duurt jaren voor ze geslachtsrijp zijn en hun levensduur omvat vaak meerdere decennia. Ook sociaal gedrag en levenslange monogamie worden doorgaans geassocieerd met een hogere intelligentie, omdat het vereist dat dieren wegwijs worden in complexe sociale systemen en een langdurige relatie aangaan met hun partner. Aangezien veel watervogels, waaronder meeuwen, in koloniën leven en zich voor het leven aan een partner verbinden, mochten we ook verwachten dat ze cognitief vrij geavanceerd zijn.”

En zo zijn de verrassende resultaten dus eigenlijk helemaal niet zo heel verrassend. Tegelijkertijd blijven er – juist omdat we zeevogels in cognitief onderzoek zolang buiten beschouwing hebben gelaten – nog wel veel vragen. Meer onderzoek onder meer soorten zeevogels is dan ook hard nodig, aldus de onderzoekers. Niet alleen om recht te zetten dat we de zeevogels jarenlang onderschat hebben, maar ook omdat meer inzicht in hun cognitieve vaardigheden ons kan helpen om een beter beeld te krijgen van hun toekomst. “Aangezien de innovatiesnelheid en het probleemoplossend vermogen geassocieerd wordt met een grotere veerkracht in tijden waarin het leefgebied verandert, suggereren wij dat het testen van de probleemoplossende vaardigheden van andere soorten die te maken hebben met uitdagingen in hun leefgebied ons ook kan vertellen hoe kwetsbaar ze zijn in een snel veranderende wereld.”