De route die kleine stukjes plastic afleggen nadat ze door Noord-Europese rivieren in zee zijn gedeponeerd, is ingewikkelder dan je zou denken.

Naar schatting belandt er elk jaar zo’n 8 tot 12 ton aan plastic in zee, een groot deel daarvan via rivieren. De helft van dat plastic bestaat uit stukjes kleiner dan een halve millimeter – oftewel: uit microplastic. Mats Huserbråten van het Instituut voor Marien Onderzoek in het Noorse Bergen en collega’s hebben nu uitgevogeld welke weg drijvende microplasticdeeltjes afleggen als ze door Noord-Europese rivieren in zee zijn geloosd. Ook wezen ze een aantal plekken aan waar dit plastic zich ophoopt.

Twee hoofdroutes

Voor hun studie simuleerden Huserbråten en zijn team hoe de Rijn, de Maas en negentien andere rivieren in Noord-Europa en het poolgebied elke dag microplastic in zee doen belanden, en hoe dat in de jaren daarna door de zee bewog. Ook keken ze naar de hoeveelheid plasticdeeltjes in monsters van zeewater die ze in 2017 en 2018 verzamelden aan de Noorse kust.

Uit dat onderzoek blijkt dat het plastic twee hoofdroutes volgt. De eerste, die door bijna twee derde van de plasticdeeltjes wordt genomen, leidt langs de Noorse kust naar de Laptevzee, ten noorden van Rusland. Daarna steekt het plastic de noordpool over, om via de Framstraat – tussen Groenland en Spitsbergen – de poolzee te verlaten.

Grofweg een derde van het plastic beweegt ook eerst langs de Noorse kust naar het noorden, maar gaat vervolgens gelijk door de Framstraat. Daarna beweegt dit plastic langs de Groenlandse en Canadese kust naar het zuiden.

Grote gevolgen

Nu is het niet zo dat al het plastic het poolgebied weer verlaat via een van deze twee routes. Het spul blijkt zich met name op te hopen tussen IJsland en Spitsbergen, in het Nansenbassin (een diep stuk poolzee ten noorden van het eiland Nova Zembla), in de Barentszee (ten westen van Nova Zembla) en in de al genoemde Laptevzee.

Wat de onderzoekers betreft, laat hun studie zien dat “drijvend microplastic en andere synthetische deeltjes decennia kunnen doorbrengen in de oppervlaktewateren van het noordpoolgebied”. En dat kan volgens Huserbråten en zijn team grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor allerlei dieren die het plastic binnenkrijgen.

Verouderde gegevens

Tim van Emmerik, die aan Wageningen University en Research onderzoek doet naar plasticafval in rivieren, merkt op dat de Noorse onderzoekers wel deels uitgaan van verouderde gegevens. Voor de hoeveelheid plastic die uit rivieren in zee belandt, baseren ze zich namelijk op een studie uit 2017. Afgelopen jaar zijn echter nieuwe inschattingen gepubliceerd. Een verschil tussen beide studies, legt Van Emmerik uit, is dat we in 2017 nog dachten dat het plastic vooral via een klein groepje grote rivieren in zee belandt. Maar volgens de laatste inzichten zijn daar veel meer rivieren verantwoordelijk voor.

Verder, zegt Van Emmerik, belandt er waarschijnlijk minder plastic in zee via rivieren dan uit dit soort wereldwijde studies blijkt. “Nieuwe bevindingen suggereren dat het meeste plastic helemaal niet naar zee stroomt, maar in de rivieren blijft hangen. Ook spoelt een groot deel van het plastic dat de zee bereikt heeft weer snel aan op stranden.” Kortom, of er écht zoveel plastic uit rivieren te vinden is in het noordpoolgebied, is de vraag.