Normaal gesproken tuurt ruimtetelescoop Euclid naar verre sterrenstelsels. Maar voor één dag draaide de Europese ruimtemissie zich om en richtte zijn lens recht naar het felste deel van onze eigen Melkweg. Dit resulteerde in de grootste en scherpste zichtbare opname ooit van het Galactisch Centrum.
Astronomen zijn enthousiast over de beelden. De kans is groot dat we nu eindelijk wat meer te weten komen over verre, ijzige exoplaneten die in de richting staan van de sterrenbeelden Boogschutter, Slangendrager en Schorpioen.
Ultieme ruimtefoto
Meer dan 60 miljoen sterren, sterrenhopen en wolken van gas en stof. Allemaal samengebracht in één gigantische foto van het dichtbevolkte hart van onze Melkweg. De nieuwe opname werd gemaakt door de Europese ruimtetelescoop Euclid, die normaal gesproken miljarden verre sterrenstelsels onderzoekt om meer te leren over donkere materie en donkere energie. Maar op 23 maart 2025 kreeg de telescoop een ongebruikelijke opdracht: kijk eens niet ver weg, maar juist naar binnen. En dat leverde unieke beelden op in onovertroffen detail.
In slechts 26 uur maakte Euclid een gigantisch mozaïek van negen afzonderlijke opnamen van de zogeheten Galactische Verdikking (ook wel bulge genoemd): het extreem heldere en drukke centrale deel van onze Melkweg. Deze opeenhoping van miljarden oude sterren, gas en stof is een compact, voetbalvormig gebied met een doorsnede van duizenden lichtjaren.
De scherpte van ESA’s Euclid benadert die van ruimtetelescoop Hubble, maar het gezichtsveld is enorm veel groter. Waar Hubble slechts een klein stukje hemel tegelijk ziet, bestrijkt Euclid per opname een gebied dat honderden keren groter is. Daardoor kan de telescoop iets bijzonders. Hij onderscheidt individuele sterren in een gebied waar ze normaal gesproken in elkaar lijken over te lopen.
Leestip: Nu al indrukwekkend: Euclid-telescoop brengt met eerste reeks data 380.000 sterrenstelsels in kaart
Op jacht naar onzichtbare planeten
Het echte doel van de opname ligt niet bij de sterren zelf, maar bij wat eromheen draait. Astronomen zijn van plan om met deze gegevens exoplaneten op te sporen via een techniek die zwaartekrachtmicrolensing heet. Daarbij schuift vanuit ons perspectief een ster voor een andere langs. De ster op de voorgrond werkt dan als een kosmische vergrootglaslens en laat het licht van de achterliggende ster tijdelijk oplichten. Als er een planeet rond die voorgrondster draait, dan veroorzaakt die een extra minieme vervorming in het lichtsignaal. “Om microlensing op te vangen, moet je naar gebieden kijken waar sterren dicht op elkaar staan, zoals in het centrum van onze Melkweg”, legt astronoom Jean-Philippe Beaulieu uit.
Microlensing
In de afgelopen twintig jaar zijn met deze techniek bijna 300 exoplaneten ontdekt, allemaal vanaf de grond en allemaal in deze regio van de hemel. “Deze Euclid-opname bevat al 51 bekende planeetsystemen. En hij gaat ons helpen om er nog veel meer te onderzoeken”, aldus Beaulieu. Euclid heeft tijdens deze ene observatiedag zelf geen nieuwe exoplaneten gevonden. Daarvoor moet je de sterren wekenlang volgen. Maar de ruimtefoto is om een andere reden uniek.
Omdat Euclid de sterren nu allemaal afzonderlijk heeft vastgelegd, kunnen astronomen toekomstige waarnemingen vergelijken met deze reusachtige afbeelding. Zo wordt zichtbaar hoe sterren zich verplaatsen en hoe hun licht verandert in de tijd. “Euclid heeft in 24 uur alle sterren vastgelegd die betrokken gaan zijn bij toekomstige microlensinggebeurtenissen, nog voor sterren en planeten precies op één lijn komen te staan met ons”, vertelt onderzoeker Natalia Rektsini. “Daardoor kunnen we later terugkijken in de tijd en vergelijken. We zien hoe sterren eruitzagen voor ze elkaar overlapten. Daarmee kunnen we niet alleen het bestaan van een planeet bevestigen, maar ook haar massa bepalen.”
Dat is waarom microlensing zo handig is: het kan koude, verre werelden opsporen die met andere technieken nauwelijks zichtbaar zijn. En dat is nog maar het begin, weet Rektsini. “Deze methode kiest geen favorieten. We ontdekken simpelweg wat er echt allemaal in de binnenste ring van ons sterrenstelsel aanwezig is. En we verwachten dat vrijwel elke ster in de Melkweg minstens één koude planeet heeft die eromheen draait.”
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


