De mijnbouw dreigt het leven in de schemerzone van de Stille oceaan ernstig te verstoren.
Een nieuw onderzoek laat zien dat fijne sedimentdeeltjes de natuurlijke, voedzame deeltjes in de schemerzone van de oceaan verdrijven. Daardoor kunnen veel kleine zeedieren moeilijk aan voldoende voedsel komen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de University of Hawai‘i. Het onderzoek is gepubliceerd in Nature Communications.
Geen voedsel
De gevolgen zijn volgens de studie groot. De schemerzone ligt op een diepte van 200 tot 1500 meter. Op die diepte is voedsel vaak schaars, waardoor bestaande voedselketens heel precies zijn afgesteld. Bijna onderaan de voedselketen staan zoöplankton: piepkleine diertjes zoals watervlooien. Afhankelijk van de soort halen ze hun voeding uit verschillende bronnen. Vaak zijn dat voedzame deeltjes die ronddrijven in het water.
Het onderzoek laat zien dat het daar misgaat: “Wanneer er afval door de mijnbouw in de oceaan komt wordt het water net zo troebel als de modderige Mississippi,” zegt onderzoeksleider Michael Dowd. “De sediment-deeltjes in het afval verdrijven de voedzame deeltjes die zoöplankton normaal eten. Hun blootstelling aan dat ‘junkfood’-sediment kan het hele voedselweb verstoren.”
Het leven in de schemerzone
Voor het onderzoek keek het team naar mijnbouwafval dat in 2022 tijdens een proef in de Clarion-Clipperton Zone (CCZ) in de schemerzone werd geloosd. De CCZ is een heel groot gebied in de Stille Oceaan waar men wil zoeken naar diepzeeknollen. Die knollen liggen op de bodem van de oceaan en bevatten belangrijke metalen zoals kobalt, nikkel en koper. Uiteindelijk ontstaat hierdoor afval: zeewater dat verontreinigd is met verpulverde knoldeeltjes en fijn sediment.
Het team verzamelde watermonsters op de diepten waar dat afval vervolgens werd geloosd. Daaruit bleek dat de deeltjes in het afval veel minder voedzaam zijn voor de dieren die op die diepte leven dan de deeltjes die daar van nature voorkomen.
“Het probleem is dus niet alleen het mijnen van de zeebodem,” zegt zoöplanktonexpert Erica Goetze. “Het gaat ook om het verminderen van het beschikbare voedsel voor hele gemeenschappen in de schemerzone. We zagen dat veel dieren op deze diepte afhankelijk zijn van voedseldeeltjes die worden vervangen door de sediment-deeltjes van het mijnafval.”
De reden dat dit zo’n probleem is heeft te maken met hoe het voedselweb in elkaar steekt. Kort samengevat gebeurt er héél veel in de schemerzone: sommige soorten komen overdag naar de schemerzone om te schuilen voor grote vissen, terwijl andere soorten daar vooral zijn om zoöplankton op te eten. Als zoöplankton het zwaar krijgt kan dat uiteindelijk ervoor zorgen dat het hele voedselweb onder druk komt te staan. De angst voor zo’n kettingreactie blijkt gerechtvaardigd: het onderzoek laat zien dat 53 procent van het zoöplankton last heeft van het mijnafval.
Haast maken
De mogelijke gevolgen reiken daardoor tot aan de visserij. In de CCZ wordt namelijk ook naar tonijn gevist. Als het voedselweb in de schemerzone verstoord raakt kan dat direct invloed hebben op soorten die wij graag op ons bord zien liggen. Daarnaast geldt dat mijnbouwbedrijven echt staan te popelen om te beginnen en hebben al een vergunning ontvangen. Echter zijn er nog geen duidelijke regels opgesteld voor de diepte waarop afval geloosd moet worden. Sommige mijnbouwbedrijven hebben daarom voorgesteld om dit in de schemerzone te doen.
Het team hoopt dan ook dat internationale organisaties haast gaan maken. Teamlid Brian Popp laat weten: “De commerciële diepzeemijnbouw is nog niet begonnen in dit gebied. Dit is het moment om weloverwogen beslissingen te nemen. Als we dat niet doen riskeren we het beschadigen van ecosystemen die we nog niet volledig begrijpen.”
Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


